Tag: Facebook

Geacht merk, betrek mij nou eens echt!

Please, like us!

Facebook maakt keuzes voor mij. Ik houd daar niet van. Er gebeuren teveel dingen in mijn timeline die ik op z’n minst raadselachtig vind. Onduidelijke aanbiedingen, vage uitnodigingen, acties en weet ik wat voor promodingetjes allemaal; ze zijn zelden onderscheidend of leuk.

Ze zijn ‘reclame uit de oude tijd’ die mij opgedrongen worden via een (relatief) nieuw middel. Dat is dus gewoon ouderwets zenden. Wat ik eigenlijk wil is dat ze opdonderen uit mijn timeline. Gaat niet gebeuren, dat snap ik. Zuckerberg moet zijn aandeelhouders immers blijven masseren.

Zelf kunnen kiezen was voor mij ooit de kracht van social media. Zelf aan het roer staan. Ik volg daarom bewust geen merken. Nul dus. Geen. Er is geen enkel merk in de wereld dat mij dusdanig boeit dat ik het wil volgen. Let wel, ik heb het over de zendmerken. De oude merken.

Voor nieuwe merken sta ik wel open. Voor hen ligt op internet nog een hoop onontgonnen terrein om te veroveren. Zeker wat betreft het creëren van betrokkenheid. Dat geldt ook voor oude merken, zodra ze beseffen dat hun oude marketingstrategie op social media hopeloos aan het falen is. Na al die jaren zou je denken dat ze dat toch begrijpen.

Terug naar zelf kiezen. In plaats van merken volg ik artiesten. Bands en singer/songwriters, veelal zonder platencontract die elk op hun eigen manier hun werk aan de man brengen. Via de fans. Echte fans, niet van die ingekochte robotlikes.

Onlangs verscheen in mijn timeline een bericht van Jonah Matranga. Matranga is een singer/songwriter uit de VS. Ik volg hem als sinds de jaren negentig van de vorige eeuw. Toen nog door naar live optredens te gaan en cd’s te kopen.

Matranga is een nieuw project gestart (I Is Another) en zoekt via het online platform Kickstarter naar sponsors waarmee hij binnen 4 weken tijd een beoogd bedrag probeert binnen te halen. De opzet is simpel. Sponsors (lees fans) geven geld, hij neemt daar muziek van op. Daarvoor biedt hij verschillende ‘pakketten’ aan. Je kiest een pakket, zet een bedrag vast en hij houdt je op de hoogte van de ontwikkelingen.

Deal. Ik was onmiddellijk enthousiast.

Ik koos het 36 dollar pakket. Daarin zit een cd (jazeker), een Polaroid gemaakt in de opnamestudio en een uniek I Is Another t-shirt, inclusief verzendkosten. Goeie deal, als je het mij vraagt. Voor 1800 dollar zou hij zelfs naar Europa zijn gevlogen om in mijn woonkamer een liedje te spelen dat hij speciaal in opdracht van mij voor mijn vriendin had geschreven. Hoe leuk is dat? Dat zie ik Apple niet doen. Of Nike.

Maar de echte toegevoegde waarde is de transparantie van het project. Hij neemt alle sponsors bij de hand terwijl hij liedjes schrijft en opneemt. Door zijn ervaringen uit de studio en soundclips te delen. Op die manier maakt hij het relevant voor zijn volgers.

Zo creëer je dus betrokkenheid. Hartstocht hebben voor je eigen werk, dat op elke mogelijke manier delen en er veel voor teruggeven. Maar vooral door je fans vanaf de start deel uit te laten maken van je werk. Daarmee schiet Matranga altijd raak. Hij brengt zijn ‘merk’ dichtbij zijn fans en wordt aanraakbaar. Zo werd ik ambassadeur. Immers, zie dit blog.

tweet-jonah

De betrokkenheid die daaruit ontstaat is logischerwijs gigantisch. Ik zie overal tweets en berichten opduiken van andere sponsors die muziekliefhebbers in hun netwerk vragen de link naar het project te checken en mee te doen. En met succes, het beoogde bedrag is allang in de pocket. Zoals het er nu naar uitziet valt mijn pakket volgende maand in de bus.

Cold turkey

Social media addiction

Gisterenavond. Een van mijn Facebook-vrienden wenst zijn 678 andere Facebook-vrienden welterusten. Hij krijgt daar maar liefst zeventien reacties op. Veertien keer is de reactie: jij ook welterusten. Twee keer: lekker slapen. Een keer: zzz.

Ik betrap mezelf zowat elke ochtend starend in het beeldschermpje, nog voordat ik de krant opensla en het ontbijt op tafel staat. Nog voordat de kinderen uit bed zijn staat hij al aan, mijn smartphone. Mailtjes verwacht ik op dat vroege uur nog niet, dus die tijd kan ik me mooi besparen. Uiteraard check ik wel mijn Facebook (en worstel me door minstens drie vergelijkbare berichten zoals in het bovenstaande voorbeeld) en wil ik graag weten of er in de statistieken van mijn eigen blog nog verrassende dingen zijn gebeurd.

Tussen het uit het bed halen van de kinderen en het maken van het ontbijt scroll ik nog snel even door m’n Twitter-stream. Check. Aha. Veel blabla. Gebruik ik mijn smartphone niet, dan ligt hij in elk geval nooit verder dan twee meter buiten mijn bereik. En altijd opgeladen. Stel je voor.

Verder merk ik dat mijn aandachtsspanne steeds korter wordt.

Er is zichtbaar sprake van een schijnbaar onvermijdelijke prikkeloverdaad en op bepaalde momenten voel ik me volledig meegesleurd door die modderstroom van niets-om-het-lijf-hebbende berichten en de ontstellend snelle frequentie waarmee de berichten mij elke keer opnieuw overvallen. Met als gevolg dat mijn interne filter eerst op rood springt, vervolgens dichtklapt en zichzelf uitschakelt.

Ik heb last van verslavingsverschijnselen, zoveel is duidelijk. Laat ik er maar eerlijk over zijn. En het begint op te vallen. Zo heb ik al verschillende reprimandes ontvangen van mijn partner. Die ik telkens pareer met slappe excuses. Van die typische verslaafdenpraat. Natuurlijk heeft ze gelijk, maar afbouwen kost tijd en is verdraaid lastig. Ik overweeg om cold turkey te stoppen.

Ik weet inmiddels dat ik niet de enige ben die met deze kwestie worstelt. Dat zit zo: de huwelijksreis tussen gebruiker en social media is voorbij. De gelukzaligheid uit den beginne is met de staart tussen de benen verdwenen en wat rest is slechts de zucht naar die kortstondige prikkel. Dat piepkleine gelukje van de ‘like’ en de egoboost van 1000+ ‘followers/friends’.

Een beknopt en persoonlijk onderzoekje zonder enige mate van theoretische onderbouwing wijst uit dat non-informatie verslavend is. Dat likes nul waarde hebben. En digitale friends net zomin. Niet in het persoonlijke gebruik van social media, noch in het zakelijke gebruik. Engagement, daar draait het om. Interactie. En daarvoor heb je verhalen nodig die mensen (niet friends) bij de keel grijpen. Die laten zien dat je hen serieus neemt en iets te bieden hebt. Ongeacht of je social media persoonlijk of zakelijk gebruikt. Een vriend heet je welkom waar niemand anders welkom is. In die zin kunnen social media weldegelijk iets toevoegen. Maar persoonlijk kom ik dergelijk engagement online nauwelijks tegen. Of ik zoek verkeerd of ik ben onvindbaar.

Er zijn nog altijd bedrijven en organisaties die na al die jaren van pionieren en uitbouwen nog steeds moeite hebben om grip te krijgen op social media. Zeggen ze. Maar het is niet dat ze geen grip op social media kunnen krijgen, ze krijgen geen grip op de gebruikers van social media. Als ik dit op mezelf betrek: op mij krijg je via social media ook niet zomaar grip. Daarin ben ik niet uniek. Een ‘like’ kun je van me krijgen. Dat is makkelijk en net zo snel weer vergeten. Het is juist die vorm van vluchtigheid van de gebruiker die lastig is om te beïnvloeden.

Ik begin er stilaan een beetje moe van te worden. Van de snelheid en de hoeveelheid klets die we online maar kritiekloos slikken. Maar ik word vooral moe van het feit dat ik eraan blijf meedoen, ondanks alles. Mijn verslaving heeft een tegenbeweging nodig. Een steun in de rug: een verslavingscoach. Type Occupy Social Media maar dan wel met een standpunt. Of een SMA: een Social Media Anonymus groep. Iemand? Als je me zoekt, ik wil je graag ‘liken’. Je vindt me voorlopig nog via social media.

Er was eens: de website

Wat heb je als bedrijf eigenlijk nog aan een website? Welke functie heeft hij nog? Sommige multinationals bijvoorbeeld communiceren alleen nog maar hun Facebookadres. Betekent dit dat zij hun reguliere website begraven hebben of is er sprake van een verschuiving in de digitale hiërarchie binnen deze bedrijven?

Met andere woorden: hebben we de website eigenlijk nog nodig of is hij een patiënt aan de beademing?

Gezien de hoeveelheid traditionele websites op internet is het antwoord op die vraag eenvoudig. Ja, hij is nog nodig. Maar zijn rol, die zal veranderen. Bekijken we het echter puur functioneel dan lijkt het alsof de succesvolle opmars van social media platforms de oorspronkelijke website veranderd heeft in een hopeloos ouderwets medium.

Maar ouderwets betekent niet hetzelfde als overbodig. Radio is immers ook ouderwets en speelt nog steeds een rol. Hetzelfde geldt voor tv en je kunt nog steeds een telegram sturen.

Wel is de rol van de website veranderd. Daar is hij overigens zelf schuld aan. Als je alleen maar blijft zenden en zenden in een tijd dat de ontvanger vooral mee wil discussiëren en zelf gehoord wil worden, ga je uiteindelijk als medium overgeslagen worden.

De traditionele website ziet zich steeds meer omringd door Facebook-accounts, Twitter-accounts en WordPress-blogs. Zijn rol van kapstok is hij kwijtgeraakt. Social media stelt een bedrijf in staat om in een druk speelveld al zijn doelgroepen te bedienen. Met een eigen medium, direct gekoppeld aan de behoefte van de consument.

Dit vraagt van bedrijven de nodige daadkracht, flexibiliteit en uithoudingsvermogen. Zaken die veel bedrijven gek genoeg niet hebben als het gaat om hun eigen digitale aanwezigheid. Marketeers die zelf zeer actief zijn op social media platforms zouden diezelfde energie ook moeten steken in de social media marketing van hun werkgevers. De schroom moet worden afgegooid en de samenwerking met online marketing specialisten moet worden gezocht.

Kortom, er is veel beweging, veel verandering en veel rumoer. De traditionele website kan hierin een anker zijn: de plek in de achtergrond van waaruit alle andere digitale media hun input plukken en waar voor de consument niet veel meer te halen valt. Dat doet hij wel bij sociale media.