Categorie: Strategie

Jongeren niet gemotiveerd? Echt wel!

Interviews

Jongeren van nu zijn lui, ongeïnteresseerd en niet gemotiveerd. En zeker mbo-leerlingen, daar is helemaal niks mee te beginnen. De stereotypen zijn algemeen bekend. In hun nieuwe boek ‘Motivatie binnenstebuiten’ stellen Huub Nelis en Yvonne van Sark van YoungWorks dat jongeren wel degelijk te motiveren zijn. Je moet alleen weten hóe. Daar kunnen we bij bureau david over meepraten. En jawel, ‘zelfs’ mbo’ers kun je ergens warm voor krijgen.

Het nieuwe boek van YoungWorks, bureau voor jongerencommunicatie, is de opvolger van het succesvolle ‘Puberbrein binnenstebuiten’ uit 2009. Nelis en Van Sark verklaren hierin het gedrag van pubers aan de hand van de ontwikkeling van hun brein. Ze boden hiermee ouders en opvoeders handvaten voor het omgaan met onvoorspelbare pubers.

Motivatie binnenstebuiten

‘Motivatie binnenstebuiten’ richt zich specifiek op de vraag of en hoe jongeren gemotiveerd kunnen worden. De schrijvers hebben voor het antwoord hulp gezocht bij praktijkdeskundigen en bij jongeren zelf.

Een van hun conclusies luidt dat jongeren best te motiveren zijn, maar dat ze hun motivatie vooral zoeken en vinden op manieren die volwassenen niet verwachten. Nelis en Van Sark geven praktische tips om de motivatie te stimuleren. ‘Zoek enthousiasme, interesses en wensen. Moedig dromen aan, het is belangrijk te luisteren naar passie’.

‘Ze doen niks, ze leren niks en ze willen niks’

Adviezen die ons bij david bekend in de oren klinken. Dagelijks zijn wij aan het werk voor onderwijsinstellingen waaronder twee roc’s; ROC Midden Nederland en ROC de Leijgraaf. Wij kennen het negatieve imago waarmee het mbo-onderwijs worstelt en de verhalen die over mbo-leerlingen verteld worden. Ze doen niks, ze leren niks en ze willen niks, daar komt het zwart/wit gezegd op neer. Je hoort het zo vaak dat je er bijna in gaat geloven.

Bijna, want iedere keer weer komen we in de praktijk jongeren tegen die het tegendeel bewijzen. YoungWorks zegt over jongeren van nu, “de vernislaag is eraf”. Daar moeten we ze een beetje gelijk in geven. De eerste aanblik kan soms wat stekelig zijn of ronduit intimiderend. Maar door die buitenste schil prik je snel heen. Investeer wat tijd en energie, en je komt uit bij een beleefde, geïnteresseerde en jawel zelfs gemotiveerde kern.

De kunst is een verbinding te maken met jongeren op een manier die hen aanspreekt. Hoe je dat doet? Natuurlijk door de vakliteratuur bij te houden, onderzoeken te lezen, enquêtes te houden bij je doelgroep maar vooral door tijd met jongeren door te brengen. En dat doen wij dus ook. Aanwezig zijn op school, lopen in de gangen, vragen waar ze mee bezig zijn, luisteren naar hun muziek, kijken naar hun games en praten, praten, praten.

‘Praten, praten, praten’

Als het je lukt om een klik te krijgen, dan zie je de leukste dingen ontstaan. Leerlingen van nu leven in een onderhandelingscultuur en nemen niet zomaar iets aan alleen op basis van autoriteit. Dat maakt de interactie met hen misschien lastiger maar wel uitdagender. Je moet met inhoudelijke argumenten komen om ze mee te krijgen. Dat vergt wat van je, maar dat is alleen maar mooi toch?

Voor ROC de Leijgraaf toeren we momenteel door Brabant met een groep leerlingen die filminterviews afnemen bij topmensen uit het regionale bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Toen david dit idee ging voorstellen in de klas, waren de eerste reacties niet hoopgevend: ‘Hoeveel krijgen we hiervoor betaald’ en ‘Wat gebeurt er als ik het gewoon niet doe?’. We gingen toch aan de slag, en de eersten aan de beurt waren vier stoere heren die vooral naar elkaar wezen toen het tijd was een interviewer te bepalen. Uiteindelijk was Sjoerd de sigaar, en nam hij zijn plek in voor de camera. Tegenover hem een big shot uit de internationale zakenwereld. Al na enkele minuten was duidelijk dat we voor onze ogen een talent geboren zagen worden. Sjoerd luisterde geboeid, hij vroeg door, hij was betrokken bij het gesprek; kortom ‘watch out Hilversum, uit Brabant komt een nieuwe lichting tv-journalisten’.
Het interview verliep zo goed dat de ondernemer nog heel lang met de mbo-studenten heeft nagepraat. Over doelen en passie, over studeren en werken en over het leven. De vonk van Sjoerd sloeg over op zijn klasgenoten en ook zij raakten enthousiast. Want voor jongeren is niks zo belangrijk als peer-pressure en “doen wat je vrienden doen”.

‘Ik wist niet dat ik dit kon en dat het zo leuk zou zijn’

Deze ervaring is geen uitzondering. Behalve Sjoerd hebben we bij onze rondgang nog meer interviewtalenten ontdekt. En veel belangrijker; zij hebben zichzelf ontdekt. “Ik wist niet dat ik dit kon, en dat het zo leuk zou zijn” is al vaak voorbij gekomen. Sjoerd denkt er over meer in deze richting te gaan doen. Net als Nanda, die ook helemaal op haar plek is voor de camera. Nog een extra interview draaien? Geen probleem, wanneer willen jullie me hebben? Het enthousiasme en de motivatie spatten er van af.

En dat maken we regelmatig mee met mbo-leerlingen. Dat maakt het omgaan met jongeren binnen en buiten het onderwijs zo leuk en motiveert óns om ons werk te doen.

Welke bureaus bungelen binnenkort in de marge?

Welke bureaus bungelen binnenkort in de marge?

Een wc-tegelwijsheid leert ons dat we nooit te oud zijn om te leren. Anno 2014 kun je maar beter ook nooit te oud zijn om te veranderen. Mijn vader werkte 40 jaar voor de overheid. In die 40 jaar is hij één keer van functie veranderd en één keer van werkplek. Teveel zekerheid ondermijnt de noodzaak tot veranderen. Bedrijven en organisaties gedragen zich wat dat betreft niet veel anders dan de mens.

De reclame- en communicatiewereld (waar david ook deel van uitmaakt) is meester in het zichzelf schijnbaar veranderen. Aan de basis is echter helemaal niet zoveel veranderd. De reclamewereld is in wezen een conservatieve wereld. Bureaus verpakken hun bestaande boodschap doorgaans steeds weer opnieuw. Geef ze een maatschappelijke ontwikkeling en ze draaien er een schitterende strik omheen. Veel bureaus zijn zoekende. Wie door de jaren bladert, leest steeds weer hetzelfde reclamebureauverhaal. Weliswaar leest het als een pageturner, in de basis is het oude wijn in nieuwe zakken.

De reclame- en communicatiewereld innoveert onvoldoende en werkt veelal op basis van dogma’s die al in de vorige eeuw zijn opgetekend. Tijdens de hoogtijdagen van tv, radio, krant en tijdschrift. Dat is oud en roestig DNA. Doelgroepdenken, zenden, middelendenken, psychologie van de koude grond: het zit verweven in de genen van de sector.

Vooralsnog blijft het bij zenden, en zenden en zenden en duwen en forceren en afdwingen en schreeuwen en roeptoeteren. Want dat is waar bureaus goed in zijn. Dat is roestig DNA in een cultuur die grote moeite heeft met innoveren. Moeite met het daadwerkelijk kunnen en durven veranderen.

De realiteit is dat de sector zo goed als stilstaat.

De oude aanpak werkt niet meer, aandacht is niet meer te koop. Stilstaan – met de technologische en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen die gaande zijn – is schadelijk. Niet alleen voor reclame- en communicatiebureaus, maar ook voor de merken, organisaties, bedrijven en instellingen waar bureaus voor werken. Veel opdrachtgevers zitten in hetzelfde schuitje. Voor de crisis zaten ze in een zetel, warmpjes in de wet van de remmende voorsprong. Daar word je lui van. En gek genoeg werkte dat prima.

Totdat de massa in opstand komt. Dat is precies wat er gebeurd is. Een stille revolutie opgewekt door een crisis en gedeeld door internet en social media. Een platform waar de wantrouwende consument, geïrriteerd door een gebrek aan vertrouwen de baas is. De oude waarden worden niet meer geloofd. Dat is een aardverschuiving.

Uit de onvrede die borrelt, ontstaan nieuwe ontwikkelingen. Een nieuwe vorm van betrokkenheid. Het daadwerkelijk anders willen en doen. In dienst van de mens. Soms uit sociaal-maatschappelijk oogpunt, soms omdat er ook op andere manieren geld verdiend kan worden. Soms door een combinatie van die twee. Ontwikkelingen die aangemoedigd worden door de nieuwe generaties.

Daar zijn we nu.

AirB&B, Uber, Peerby en Kickstarter, de lijst is eindeloos. Stuk voor stuk succesvolle (young) start ups. En stuk voor stuk volledig connected met hun doelgroepen. Connected met het hart en met het hoofd. Reclame zoals we reclame kennen, speelt binnen deze bedrijven geen enkele rol van betekenis. Communicatiemiddelen? Zij zijn het middel. AirB&B al eens zien zenden? Kleine kans. Het zit niet in z’n dna. Luisteren, delen en betrekken wel. En ja, ook geld verdienen.

Het succes van genoemde bedrijven is niet aan komen waaien. Het is het gevolg van goed luisteren en samen een goed idee ontwikkelen. Maar ook van relevante content delen en durven veranderen, blijven veranderen. Betekenisvol zijn. Met de doelgroep meebewegen. De succesvolle nieuwe bedrijven van nu doen niets meer alleen. Ze worden gekenmerkt door een sterke interne cultuur, het leveren van ervaringen en het creëren van communities.

Daar sta je dan als reclame- en communicatiewereld. Bureaus die vanuit middelendenken blijven opereren, gaan het niet redden.

Bureaus die nu niet veranderen bungelen binnenkort in de marge

Daarom herijkt david zich en keren wij ons binnenste buiten. Wij hebben bijvoorbeeld nog geen idee of we ons over een jaar ook nog ‘een communicatiebureau’ noemen. Wie weet. Maar wat zijn we dan wel? Dat gaan we onderzoeken. Wat is onze rol in deze veranderingen? Hoe passen wij daarin? Wat moeten wij veranderen?

Dat proces doorlopen we as we speak. Geen tijdelijke verpakking of nieuw kek stijltje meer. Maar een zoektocht hoe wij als bureau oprecht verbonden kunnen zijn met onze opdrachtgevers, de consument, de gebruiker, de deler, de criticaster, de gebruikmaker, de social companies. Dat is een vernieuwing en die doorlopen we omdat we geloofwaardig willen zijn in wie we zijn en wat we kunnen betekenen voor én samen met onze opdrachtgevers.

En natuurlijk werken we door. Nieuwe invloeden en veranderingen zullen worden geïnitieerd. Ze maken ons werk alleen maar beter.

Het stagiaireseizoen is geopend

Wat is het druk bij david zeg. Probeer tijdens de lunch maar eens een plek te vinden. In de wandelgangen zoemen de geruchten over een pauzerooster. De reden? Het stagiaireseizoen is begonnen. En stagiaires mogen tijdens de lunch gewoon bij ons aan tafel.

Nu is er altijd wel een stagiair aan de slag bij david, vinden we belangrijk. Logisch. Dit seizoen werken maar liefst 4 stagiaires/afstudeerders aan hun praktijkervaring of afstuderen. 4! Een record. Tijd voor een kennismaking. Eerst introduceren we Dian Verhoeven en Daan van Schie. Volgende keer is het de beurt aan creatief duo Sam en Renee. Een ding is zeker, de reclamewereld trekt. Aan ons de taak die verwachting waar te maken.

Daan en Dian halen het maximale uit zichzelf en elkaar
Daan en Dian halen het maximale uit zichzelf en elkaar

Lukt dat? Die vraag stelden we aan Dian. Ze studeert Mediavormgeving aan het Sint Lucas in Boxtel. Ze is bezig met haar eindstage. Dian: “Ik kende david niet. Toen ik een stageplek zocht heb ik bureaus in de regio gegoogled. Zo vond ik david. Wat ik op de site zag leek me wel wat, dus heb ik gebeld. De verwachtingen die ik had, kloppen in elk geval.” (Noot voor de kritische lezer: dat laatste bedoelt Dian positief.)

Dian: “Ik vind het belangrijk om breed opgeleid te zijn. Bij david werk ik aan opdrachten die mij daarin ondersteunen. Ik draai mee in verschillende projecten. Zo ben ik nu bijvoorbeeld bezig met het jaarverslag van Stichting Bambanani, ik heb meegewerkt aan de communicatie-uitingen voor Uden Live en heb ik een flyer gemaakt voor de Eugene Janssen Foundation. Bij david hoop ik vooral meer op grafisch vlak te leren. Door bijvoorbeeld meer met het programma Indesign te werken en middelen drukklaar maken. Tijdens een andere stage heb ik veel met het programma After Effects gewerkt, dat is veel interactiever.”

Dian is in december klaar met haar stage. Maar dan? Dian: “Ik weet nog niet welke richting ik in wil. Het leukste vind ik illustreren, maar eigenlijk vind ik heel veel dingen leuk om te doen. Dat maakt kiezen lastig. Het zal in elk geval iets met vormgeving zijn. Verder leren kan ook nog, veel werk is er momenteel niet. In elk geval wil ik de commerciële kant op.”

Ook klaar in december is Daan van Schie. Hij loopt geen stage, maar werkt bij david aan zijn master thesis. Daan studeert Marketing Management aan de universiteit van Tilburg. Als we tijdens de lunch op niveau willen praten doen we dat met Daan. “Ik onderzoek hoe topadverteerders hun reclamebureaus kiezen en het hele selectieproces daaromheen. Bijvoorbeeld welke criteria gebruikt worden, wat daarachter zit en waarom prijs bijvoorbeeld belangrijk wordt gevonden. In eerste instantie was mijn onderzoek gericht op A-merken. Nu neem ik ook klanten van david in mijn onderzoek mee. In totaal spreek ik er vijf. Die gegevens ga ik vervolgens met elkaar vergelijken”, aldus Daan.

Brabant heeft meer dan één reclamebureau. Waarom david? Daan: “Ik vind de reclamewereld interessant, in die wereld heb ik me georiënteerd toen ik een plek zocht. Ik zag een tijdje terug in het Tijdschrift van Marketing een advertentie van david. Een reclamebureau uit Veghel? Dat is blijven hangen. Toen ik hoorde dat de EMTÉ-commercials van david zijn, wist ik dat het wel goed zat. Ik heb contact gezocht en werk nu bij david aan mijn thesis.”

Daan werkt bij david onder de vleugels van Nico. Daan: “Ik hoop dat ik waar nodig bijgestuurd word, dat is altijd handig natuurlijk. En naast werken aan mijn thesis, wil ik ervaren hoe het bij een reclamebureau in zijn werk gaat, een kijkje in de keuken zeg maar. Ook hoop ik meer over strategie te leren en hoe de processen binnen een bureau in elkaar steken.”

Daan had vooraf geen verwachtingen. Wel heeft hij inmiddels een beeld van david. Daan: “Er is bij david genoeg leven in de brouwerij, sympathieke mensen. (Noot voor de kritische lezer: dit zijn Daan’s letterlijke woorden.) Ik denk dat het wel goed zal komen. Hopelijk ben ik begin december klaar met mijn thesis. Daarna wil ik gaan werken en reizen. Als ik terugkom kijk ik wel of er nog banen zijn. Een functie als brandmanager in een branche die me aanspreekt zie ik wel zitten.”

Internal branding – over hoe je soms even samen terug moet naar de oorsprong

Terug naar de oorsprong

Het credo ‘doen wat nodig is om te komen tot goed werk’ van david is gebaat bij een lange termijn relatie met opdrachtgevers. Deze relatie biedt ons de noodzakelijke ruimte en mate van samenwerking die nodig is om te komen tot goed werk. Bovendien geeft een dergelijke relatie een communicatiestrategie de tijd en ruimte die nodig is om zich succesvol te kunnen ontwikkelen.

Natuurlijk maken we bij david ook mooie, creatieve middelen die effectief zijn. Maar wel zoveel mogelijk vanuit het merk van de opdrachtgever. En soms heeft dat merk sturing nodig. Dan kan het zijn dat je even terug moet naar de oorsprong.

Maar wat er al in zit hoeft niet per se altijd naar de oppervlakte te drijven. Vaak gaat daar een gedegen zoektocht aan vooraf.

De waarden van bedrijven en organisaties zijn aan het verschuiven. Het wordt steeds belangrijker om te vertellen wie je bent in plaats van wat je doet en hoe goed je daarin bent. Kennis over jezelf die je eigenlijk zo op tafel moet kunnen leggen. Voor veel bedrijven en organisaties is de eigen identiteit (het verhaal van…) echter alles behalve gesneden koek.

Steeds meer bedrijven en organisaties zien daarom het belang in van internal branding. david ondersteunt regelmatig bedrijven en organisaties bij het vinden en verankeren van hun  gedachtegoed: het DNA als het ware. Het vormt het kompas waarop je moet kunnen varen tijdens en na de onvermijdelijke veranderingen die een bedrijf op het pad komen. Dat DNA zelf kan je niet veranderen, maar je kan het wel actualiseren en aanpassen aan de tijd.

Het gaat verkeerd als je anders wilt zijn dan je bent. Of zoals Niels Willems op Molblog schrijft: een Apple moet geen peer willen zijn. En word je wel een peer, dan ontken je wie je bent en vaar je zonder kompas. De markt anno 2011 prikt nergens zo snel doorheen als door een ongefundeerd verhaal, een generiek omhulsel dat welbeschouwd niets vertelt.

Geholpen door een crisis veroorzaakt door gebrek aan transparantie, zal integriteit de komende decennia leidend zijn.

Volgens Willems moet je de eigenschappen die je uit je DNA afleidt maximaliseren. Ze geven je een eigenheid die uniek is en dus onderscheidend. Communiceer dat aan de buitenwereld en bewijs het vervolgens.

Een communicatietechniek die de laatste jaren veelvuldig wordt toegepast is storytelling. Dat is een logische ontwikkeling. Integriteit en het menselijke verhaal van het bedrijf zijn in de (in- en externe) communicatie en in de geloofwaardigheid van dat bedrijf anno 2011 van onschatbare waarde.

Met storytelling draag je deze eigenschappen uit en deel je ze met de markt vanuit een menselijk oogpunt en dat van het bedrijf. Je vertelt niet meer waar je overal goed in bent, maar waarom je zo goed bent.

Daarmee draag je internal branding uit en wordt het een traject dat elke medewerker in elke geleding van de organisatie of bedrijf aangaat. Het verhaal moet voor iedereen in het bedrijf herkenbaar zijn en comfortabel voelen. Is dat het geval, dan zal je verhaal gaan binden. Tussen medewerkers onderling en met de markt en jouw merk, product of dienst. Pas dan heb je intern waargemaakt wat je extern belooft.

Niet weten wat de succesfactoren van jouw bedrijf zijn…

david deelt zijn kennis zoveel mogelijk. Dat doen we door Onderweg naar Huis-sessies te organiseren en leerplekken te creëren voor stagiaires. Kennis delen doen we ook door lezingen te geven. Nevat (Nederlandse Vereniging Algemene Toelevering) nodigde david onlangs uit om een lezing te geven bij de VDL-groep in Eindhoven.

Een select gezelschap uit de ‘plaatverwerkende industrie’ was nieuwsgierig naar collega Nico Verheijden’s (strategisch directeur van david) verhaal over veranderende marketingbehoeften en reputatie. De deelnemers is gevraagd om vooraf enkele ‘ja/nee’ vragen te beantwoorden. david praat raak voelde Nico aan de tand.

Nico, hoe steek je zo’n lezing in?

We weten dat veel organisaties en bedrijven worstelen met wat marketing voor hun betekent, welke ontwikkelingen er zijn en hoe ze dit binnen hun eigen organisatie moeten veranderen. De meerderheid van bedrijven zit weldegelijk met dit probleem. Ook bedrijven in de plaatverwerkende industrie. Dat gegeven heb ik als uitgangspunt gebruikt.

Beetje prikkelen?

Ja. Vaak denkt men wel dat men weet hoe het zit. Een voorbeeld. Op de vraag wat marketing is kreeg ik als antwoord: ‘het vermarkten van dingen’. Daarmee wordt in vier woorden duidelijk wat het probleem is, namelijk dat men eigenlijk geen idee heeft. Bedrijven en beslissingnemers hebben nog te vaak een verjaard beeld van wat marketing is en wat het voor je merk kan doen. Deze observatie heb ik vervolgens onderstreept met een korte oefening over beeldvorming. Daaruit bleek ook in het geval van de plaatverwerkende industrie dat je als bedrijf afhankelijk bent van de perceptie die een klant van jou heeft. Die perceptie is zijn realiteit, ook al is de perceptie die je van je eigen bedrijf hebt anders dan die van je klant. Het goede nieuws is dat die perceptie wel maakbaar is.

Je concretiseert dus vanuit hun situatie?

Later stelde ik de groep nog een vraag. Namelijk, wie kan mij vertellen waarom zijn bedrijf relevant is voor zijn klanten. Je zou dan de antwoorden op de eerder gestelde vragen verwachten maar niemand reageerde. Na een beetje doorvragen kreeg ik vooral containerbegrippen als ‘flexibiliteit’ en ‘partner zijn’. Maar maakt een generieke kwaliteit jouw bedrijf relevant? De verschuiving naar meer zingeving binnen merken is onomkeerbaar. Slechts een enkeling kon mij vertellen wat de zingeving van zijn bedrijf was. Werk je duurzaam? Deel je jouw kennis met je klanten? Of werk je misschien samen met een sociale werkplaats of een andere sociaal-maatschappelijke instantie? En doe je daar iets mee?

Daarom dus die vragen vooraf

Inderdaad. Uit de antwoorden kan namelijk geconcludeerd worden dat het merendeel van de respondenten weldegelijk van mening is dat men een goed beeld heeft van zichzelf en het merk. Een opvallende contradictie. Die kennis op voorhand hebben, voegt een verrassend element toe aan de lezing.

Wat is dus de vinger op de zere plek?

Dat heel veel bedrijven veel moeite hebben om hun onderscheidende kracht te benoemen. Die kracht ligt vaak in de hoek van zingeving. Wat ik oprecht wonderbaarlijk vind, is dat veel bedrijven volop handel en omzet behalen maar niet weten wat hun succesfactoren zijn. Ze herkennen het verschil dat ze maken niet of nauwelijks. Dat betekent dat ze het niet kunnen benutten en dus niet als wapen in kunnen zetten.

Zonde.

Bedrijven die hiermee kampen vinden het gewoonweg niet belangrijk genoeg en beseffen onvoldoende dat marketing wezenlijk veranderd is en zal blijven veranderen. Waar je nu als bedrijf nog mee wegkomt, keert zich over een tijdje keihard tegen je.

Hier is ’n goed idee: bedenk ’n goed idee

Ideas foreverErgens onderweg lijken wij – de reclamebetrokkenen – te zijn vergeten dat ‘het goede idee’ nog altijd de basis is van een geslaagde reclame-uiting. Sinds marketing zich tussen de klant en de creatief heeft genesteld, verwatert het goede idee steeds vaker als slechts een deel van een complex geheel.

Die complexiteit is ongetwijfeld goed voor het verdienmodel van de marketingbureaus en voor het bestaansrecht van de marketingafdeling, voor de creativiteit is het een ontwikkeling om zenuwachtig van te worden.

Het reclamebureau heeft daar een pion tegenover gezet: de strateeg. Hij kan verhelderen of vertroebelen. Dat komt nauw. De ruis tussen het product dat aan de man gebracht moet worden en ‘het goede idee’ waarmee dat moet gebeuren is vaak luidruchtig. Helderheid is daarom essentieel. Te vaak moet een klant zich eerst door een vuistdik document worstelen, terwijl hij juist verwacht (en hoopt) omver geblazen te worden door creatieve krachtpatserij. Door het goede idee. En dat valt dan tegen.

De klant vraagt zich af wat het nut was van al die ellenlange vergaderingen en besprekingen met zijn reclamebureau. Toch zeker niet de 30-pagina dikke positionering die hij daarna gepresenteerd kreeg?

Het is niet eenvoudig om een betalende klant uit te leggen dat al dat theoretische voorwerk er vooral is om ‘het goede idee’ te helpen lanceren. Een goed idee heeft die kennis nodig, maar draait toch vooral om creativiteit.

Dat wil niet zeggen dat strategie een loos begrip is. Integendeel. Een goed strategisch plan stippelt de weg uit en snijdt resoluut weg wat in de weg zit. Het schept de kaders die de creatief nodig heeft. Zeker als je maar één poging krijgt om te raken. Een goede strategie verheldert dus en maakt inzichtelijk.

Een bullshit strategie daarentegen vertroebelt, kost de klant handenvol geld en levert uiteindelijk onvoldoende of misschien wel helemaal niets op. En mislukt de strategie, dan geef je toch gewoon de creatieven de schuld. Want dat idee was ook helemaal niks natuurlijk.

Een feit is dat een goed idee ook zonder strategie zijn doelgroep bereikt. Zeker in een tijd waar we razendsnel met elkaar communiceren en informatie delen. Een strategie zonder creativiteit is niets meer dan gebakken lucht. Strategie heeft creatie veel harder nodig om iets te kunnen betekenen.

Maar om werkelijk tot goed werk te komen, moeten strategie en creatie elkaar begrijpen en aanvullen. De strateeg levert de creatieve input, de creatief vertaalt dit naar output. Daartussenin zit het creatieve proces.

Zo simpel zou het moeten zijn.