Categorie: Online

De blogposttitel is dood, lang leve de 5 beste blogposttitelvarianten ooit

5manieren

Een jaar of twee geleden voorspelde een zekere marketinggoeroe het einde van de blog. Twitter zou het nieuwe bloggen worden. Marketinggoeroes roepen wel vaker gekke dingen, maar deze goeroe ging met de hoofdprijs naar huis.

Inmiddels weten we wel beter: de blog is helemaal niet dood. Sterker nog, de blog is ijzersterk. We (ik generaliseer) lezen zelfs weer teksten van meer dan 1.000 woorden. Dat noemen we dan longreads. En we willen er zelfs voor betalen! Het moet niet gekker worden.

Social media heeft de mens een wereldwijd platform gegeven om op te communiceren en dat gebruiken we massaal. Omdat het kan en voor iedereen bereikbaar is, niet omdat er per se een noodzaak is. Hoe urgent kunnen al die duizenden blogposts per dag zijn?

Maar uiteindelijk is het de giftige, enthousiaste en/of deskundige pen van de blogger die het onderscheid maakt. Voordat je dat onderscheid als lezer kunt ervaren, moet je een blogpost lezen en voordat je die kunt lezen moet de schrijver eerst je aandacht vinden. Een uitdaging, want in de steegjes van social media is het dringen geblazen.

Dan heb je stopkracht nodig. Net als in de reclame. Een hoofdenomdraaier, in blogland ook wel bekend als ‘De Titel’.

Een beetje blogger weet natuurlijk hoe effectief een titel kan zijn. Dat betekent niet dat een beetje blogger weet ook hoe je een titel goed (lees ‘niet te vermijden’) toepast. Dat blijkt al snel na een rondje internetfavorieten. Wat blijkt? A. Vooral op marketingsites is het genieten. B. De titel is een goed gevulde trukendoos. En C. Een generieke titel voorspelt de lezer weinig goeds. Uit de online titelsoep kunnen we enkele terugkerende varianten trekken.

Een top 5 met persoonlijke favorieten.

  1. De Lijstjes.
  2. De Merknamen.
  3. De in 9 stappen tot iets komen.
  4. De Hoe en Waarom.
  5. De Lang leve.

De ‘Lijstjes’-variant staat met stip bovenaan. De mens houdt nu eenmaal van lijstjes. Top vijfjes zijn populair. Vijf is namelijk behapbaar. Tien is eigenlijk al too much (daarom kom je veel top 9-lijstjes tegen) en de top 2000 hoor je alleen op de radio.

Ook immens populair is de ‘Merknamen’-variant. Perfect voor de luie blogger. Je scoort namelijk zonder daar veel moeite voor te hoeven doen. Zet Google Glass in je titel, dan weet je zeker dat we verder lezen.

Dan is er ook nog de ‘In 9 stappen tot iets komen’-variant. Ontzettend populair. In 9 stappen naar het beste blog ooit. Deze variant zit een beetje in het vaarwater van de ‘Hoe en Waarom’-variant. Met één belangrijk verschil: het cijfer. Het is concreet: in 9 stappen beter worden in iets. Wie wil dat nou niet?

Iets minder populair, maar nog steeds succesvol is de net genoemde ‘Hoe en Waarom’-variant. Hoe schrijf je een killer blogpost en waarom? Daarmee speel je direct in op een behoefte.

En nog net in de top 5: de ‘Lang leve’-varianten. Lang leve het beste blog ooit! Dat is nog eens een uitnodiging voor een feestje.

Een eervolle vermelding is er voor de ‘Waarschuwing vooraf’-variant (ook wel de ‘Pas op!’-variant genoemd). Ook deze heeft een indrukwekkende ‘succesrate’. Waarschuwing: lees dit alleen als je nog nooit een rake titel hebt geschreven!

Een eervolle vermelding is er ook voor de ‘Vraagteken’-variant. Recht op je doel af: de lezer alvast een vraag voorschotelen die hij daarvoor nog niet had. Dacht je altijd al dat jouw blogtitels episch waren?

Daarnaast mogen titels gerust lang zijn. We herkennen de ‘2-zinnen’-variant en zelfs de ‘3-zinnen’-variant. Enzovoorts, et cetera.

BAM en welkom duizenden nieuwe lezers.

Al deze varianten zijn effectieve maniertjes om in te spelen op je nieuwsgierigheid. Ze hebben een benefit, er valt iets te halen: kennis, het antwoord op een vraag, een voordeeltje, een lach. Al deze titels hebben overigens nog iets gemeen. Ze doen precies wat elke regel tekst in een blogpost ook zou moeten doen: de lezer overtuigen om verder te lezen.

Daarnaast is een titel – mits goed toegepast – een verhaaltje op zich. Op slate.com bijvoorbeeld weten ze dat als geen ander. Het zijn echte koppensnellers daar. Die schudden de pareltjes zo uit hun mouw, met altijd weer die typische Amerikaanse pakkende speelsheid in de woordkeuze. Dat krijg je als je de blogtitelregels naast je neerlegt. Welke regels? Nou, deze bijvoorbeeld.

Ken jij blogposttitels die uitblinken in creativiteit, knulligheid, onnozelheid, vindingrijkheid? Laat het ons weten, we zijn benieuwd.

Geacht merk, betrek mij nou eens echt!

Please, like us!

Facebook maakt keuzes voor mij. Ik houd daar niet van. Er gebeuren teveel dingen in mijn timeline die ik op z’n minst raadselachtig vind. Onduidelijke aanbiedingen, vage uitnodigingen, acties en weet ik wat voor promodingetjes allemaal; ze zijn zelden onderscheidend of leuk.

Ze zijn ‘reclame uit de oude tijd’ die mij opgedrongen worden via een (relatief) nieuw middel. Dat is dus gewoon ouderwets zenden. Wat ik eigenlijk wil is dat ze opdonderen uit mijn timeline. Gaat niet gebeuren, dat snap ik. Zuckerberg moet zijn aandeelhouders immers blijven masseren.

Zelf kunnen kiezen was voor mij ooit de kracht van social media. Zelf aan het roer staan. Ik volg daarom bewust geen merken. Nul dus. Geen. Er is geen enkel merk in de wereld dat mij dusdanig boeit dat ik het wil volgen. Let wel, ik heb het over de zendmerken. De oude merken.

Voor nieuwe merken sta ik wel open. Voor hen ligt op internet nog een hoop onontgonnen terrein om te veroveren. Zeker wat betreft het creëren van betrokkenheid. Dat geldt ook voor oude merken, zodra ze beseffen dat hun oude marketingstrategie op social media hopeloos aan het falen is. Na al die jaren zou je denken dat ze dat toch begrijpen.

Terug naar zelf kiezen. In plaats van merken volg ik artiesten. Bands en singer/songwriters, veelal zonder platencontract die elk op hun eigen manier hun werk aan de man brengen. Via de fans. Echte fans, niet van die ingekochte robotlikes.

Onlangs verscheen in mijn timeline een bericht van Jonah Matranga. Matranga is een singer/songwriter uit de VS. Ik volg hem als sinds de jaren negentig van de vorige eeuw. Toen nog door naar live optredens te gaan en cd’s te kopen.

Matranga is een nieuw project gestart (I Is Another) en zoekt via het online platform Kickstarter naar sponsors waarmee hij binnen 4 weken tijd een beoogd bedrag probeert binnen te halen. De opzet is simpel. Sponsors (lees fans) geven geld, hij neemt daar muziek van op. Daarvoor biedt hij verschillende ‘pakketten’ aan. Je kiest een pakket, zet een bedrag vast en hij houdt je op de hoogte van de ontwikkelingen.

Deal. Ik was onmiddellijk enthousiast.

Ik koos het 36 dollar pakket. Daarin zit een cd (jazeker), een Polaroid gemaakt in de opnamestudio en een uniek I Is Another t-shirt, inclusief verzendkosten. Goeie deal, als je het mij vraagt. Voor 1800 dollar zou hij zelfs naar Europa zijn gevlogen om in mijn woonkamer een liedje te spelen dat hij speciaal in opdracht van mij voor mijn vriendin had geschreven. Hoe leuk is dat? Dat zie ik Apple niet doen. Of Nike.

Maar de echte toegevoegde waarde is de transparantie van het project. Hij neemt alle sponsors bij de hand terwijl hij liedjes schrijft en opneemt. Door zijn ervaringen uit de studio en soundclips te delen. Op die manier maakt hij het relevant voor zijn volgers.

Zo creëer je dus betrokkenheid. Hartstocht hebben voor je eigen werk, dat op elke mogelijke manier delen en er veel voor teruggeven. Maar vooral door je fans vanaf de start deel uit te laten maken van je werk. Daarmee schiet Matranga altijd raak. Hij brengt zijn ‘merk’ dichtbij zijn fans en wordt aanraakbaar. Zo werd ik ambassadeur. Immers, zie dit blog.

tweet-jonah

De betrokkenheid die daaruit ontstaat is logischerwijs gigantisch. Ik zie overal tweets en berichten opduiken van andere sponsors die muziekliefhebbers in hun netwerk vragen de link naar het project te checken en mee te doen. En met succes, het beoogde bedrag is allang in de pocket. Zoals het er nu naar uitziet valt mijn pakket volgende maand in de bus.

Cold turkey

Social media addiction

Gisterenavond. Een van mijn Facebook-vrienden wenst zijn 678 andere Facebook-vrienden welterusten. Hij krijgt daar maar liefst zeventien reacties op. Veertien keer is de reactie: jij ook welterusten. Twee keer: lekker slapen. Een keer: zzz.

Ik betrap mezelf zowat elke ochtend starend in het beeldschermpje, nog voordat ik de krant opensla en het ontbijt op tafel staat. Nog voordat de kinderen uit bed zijn staat hij al aan, mijn smartphone. Mailtjes verwacht ik op dat vroege uur nog niet, dus die tijd kan ik me mooi besparen. Uiteraard check ik wel mijn Facebook (en worstel me door minstens drie vergelijkbare berichten zoals in het bovenstaande voorbeeld) en wil ik graag weten of er in de statistieken van mijn eigen blog nog verrassende dingen zijn gebeurd.

Tussen het uit het bed halen van de kinderen en het maken van het ontbijt scroll ik nog snel even door m’n Twitter-stream. Check. Aha. Veel blabla. Gebruik ik mijn smartphone niet, dan ligt hij in elk geval nooit verder dan twee meter buiten mijn bereik. En altijd opgeladen. Stel je voor.

Verder merk ik dat mijn aandachtsspanne steeds korter wordt.

Er is zichtbaar sprake van een schijnbaar onvermijdelijke prikkeloverdaad en op bepaalde momenten voel ik me volledig meegesleurd door die modderstroom van niets-om-het-lijf-hebbende berichten en de ontstellend snelle frequentie waarmee de berichten mij elke keer opnieuw overvallen. Met als gevolg dat mijn interne filter eerst op rood springt, vervolgens dichtklapt en zichzelf uitschakelt.

Ik heb last van verslavingsverschijnselen, zoveel is duidelijk. Laat ik er maar eerlijk over zijn. En het begint op te vallen. Zo heb ik al verschillende reprimandes ontvangen van mijn partner. Die ik telkens pareer met slappe excuses. Van die typische verslaafdenpraat. Natuurlijk heeft ze gelijk, maar afbouwen kost tijd en is verdraaid lastig. Ik overweeg om cold turkey te stoppen.

Ik weet inmiddels dat ik niet de enige ben die met deze kwestie worstelt. Dat zit zo: de huwelijksreis tussen gebruiker en social media is voorbij. De gelukzaligheid uit den beginne is met de staart tussen de benen verdwenen en wat rest is slechts de zucht naar die kortstondige prikkel. Dat piepkleine gelukje van de ‘like’ en de egoboost van 1000+ ‘followers/friends’.

Een beknopt en persoonlijk onderzoekje zonder enige mate van theoretische onderbouwing wijst uit dat non-informatie verslavend is. Dat likes nul waarde hebben. En digitale friends net zomin. Niet in het persoonlijke gebruik van social media, noch in het zakelijke gebruik. Engagement, daar draait het om. Interactie. En daarvoor heb je verhalen nodig die mensen (niet friends) bij de keel grijpen. Die laten zien dat je hen serieus neemt en iets te bieden hebt. Ongeacht of je social media persoonlijk of zakelijk gebruikt. Een vriend heet je welkom waar niemand anders welkom is. In die zin kunnen social media weldegelijk iets toevoegen. Maar persoonlijk kom ik dergelijk engagement online nauwelijks tegen. Of ik zoek verkeerd of ik ben onvindbaar.

Er zijn nog altijd bedrijven en organisaties die na al die jaren van pionieren en uitbouwen nog steeds moeite hebben om grip te krijgen op social media. Zeggen ze. Maar het is niet dat ze geen grip op social media kunnen krijgen, ze krijgen geen grip op de gebruikers van social media. Als ik dit op mezelf betrek: op mij krijg je via social media ook niet zomaar grip. Daarin ben ik niet uniek. Een ‘like’ kun je van me krijgen. Dat is makkelijk en net zo snel weer vergeten. Het is juist die vorm van vluchtigheid van de gebruiker die lastig is om te beïnvloeden.

Ik begin er stilaan een beetje moe van te worden. Van de snelheid en de hoeveelheid klets die we online maar kritiekloos slikken. Maar ik word vooral moe van het feit dat ik eraan blijf meedoen, ondanks alles. Mijn verslaving heeft een tegenbeweging nodig. Een steun in de rug: een verslavingscoach. Type Occupy Social Media maar dan wel met een standpunt. Of een SMA: een Social Media Anonymus groep. Iemand? Als je me zoekt, ik wil je graag ‘liken’. Je vindt me voorlopig nog via social media.

Over het verhaal kun je blijven vertellen

Waarom bloggen we eigenlijk over – soms zeer – persoonlijke kwesties en openbaren we aan de hele wereld wie we zijn en wat ons drijft? Wat hebben we er aan?

De mens heeft een onbedwingbare drang tot schrijven. De neiging om verhalen te vertellen is pertinent gebleken. Voordat er schrift was, had de mens alleen zijn geheugen: je moest onthouden om te kunnen vertellen. Nu schrijven we op en delen we, en hoe. Die drang is al eeuwenlang onveranderd, maar de middelen waarmee we vertellen zijn dat allesbehalve.

Voor wereldwijde dominantie had de drang alleen nog maar een platform nodig.

De drang vond wat hij zocht. De digitale stormloop van de laatste 20 jaar heeft iedereen met toegang tot internet een platform gegeven. Daar wordt massaal gebruik van gemaakt. WordPress alleen telt al meer dan 9 miljoen blogs. Een logische conclusie is dan ook dat de drang tot delen en vertellen altijd al heeft bestaan, maar kansloos werd tegengehouden door de beperkte mogelijkheden.

Niet alleen heeft de mens een onbedwingbare drang om te schrijven, hij heeft bovendien een niet te stuiten nieuwsgierigheid naar het leven van anderen. Breng de drang en het blog samen en voila, je hebt een win/winsituatie uit het boekje.

In die zin vervult de blogger een dienst. Men komt elkaar tegemoet: voor een blik in jouw keuken, krijg jij een blik in mijn keuken. De onbedwingbare drang heeft in het blog de perfecte teamgenoot gevonden. Ze bieden de lezer duizenden persoonlijke verhalen. Grappig, tragisch, pijnlijk en echt.

Daar kan geen reclamecampagne tegenop. Behalve als het verhaal van het product en de makers ook echt is. En emotioneel durft te zijn. Want wil je een mens raken, dan moet je hem raken waar hij het voelt en zodanig dat hij het voorlopig niet meer vergeet. De drang en het blog beheersen dat als geen ander. De echtheid van het verhaal wordt – als het even kan – zo persoonlijk mogelijk gemaakt. Belangrijke wapens daarbij zijn schaamteloosheid, brutaliteit en eigengereidheid. Krachtige tools om je doelgroep aan je te binden.

Voor het verhaal achter je product hoef je niet zover te gaan. Maar een emotie zal altijd gedragen worden door een bepaalde mate van persoonlijke inbreng. Een product an sich roept – uitzonderingen zoals je iPhone daargelaten – weinig emotie op. En een onderwerp als ‘de visie van <vul hier de naam van een willekeurig bedrijf in>’ komt qua content vaak uit de oude doos. Emotieloze, generieke klets waar je elk ander merk boven kunt plakken.

Het verhaal van je bedrijf en je product zal ook van emotie moeten worden voorzien, wil het raken. Dan zul je eerst moeten weten wat je verhaal is en hoe je dat gaat vertellen. Voor een merk is dat met de billen bloot gaan, voor het reclamebureau is het een riem om mee te roeien.

Social media, het toneelstuk

Social media, het toneelstuk

Social media gaat ons allemaal aan. In de achtergrond sluimert de invloed die het heeft op ons dagelijks bestaan (onder invloed tel ik ook het twijfelachtige respect voor privacy van social media), terwijl het op de voorgrond (daar waar het concreet zou moeten zijn) nog steeds voor veel ondernemers cryptisch en ongrijpbaar is. Daar veranderen de duizenden boeken, congressen, lezingen en workshops die over het onderwerp de wereld in geslingerd zijn, vooralsnog weinig aan.

De massa heeft online de macht overgenomen, gretig geholpen door een duw in de rug van social media. De meerderheid van de bedrijven weet nog steeds niet wat ze nou moeten met social media. Ze zien weliswaar de kansen maar pogingen deze te concretiseren zijn merendeels klungelig. Zolang deze bedrijven blijven denken in ouderwetse marketingtechnieken zal dat niet veranderen. Je plakt nu eenmaal geen ouderwets marketingdenken op een online revolutie.

In plaats van zichzelf af te vragen wat ze moeten doen op het gebied van social media, kunnen deze bedrijven zich beter eerst afvragen waarom ze iets moeten doen. Wat is nou werkelijk de intrinsieke waarde van social media voor jouw bedrijf? En wat betekent social media voor de relatie die je hebt met het individu (lees de consument)?

Social media lijken misschien een onuitputtelijke doelgroepenbron, miljoenen profielen liggen er immers voor het oprapen. Maar hoe waardevol zijn die eigenlijk? Hoe gedraagt een individu zich eigenlijk op social media?

Met andere woorden: welke rol speelt het individu online?

De meesten zetten een masker op en laten vooral zien dat ze een leuk leven leiden. Dat wordt aangedikt en ingekleurd naar believen, zoals de documentaire Catfish duidelijk laat zien. Overigens wordt door velen over de echtheid van die film getwijfeld. Een film die de namaak van het moderne bestaan probeert te doorgronden en zelf onecht is. Zo ongrijpbaar kan het dus zijn.

Social media geven ons als individu een podium. Daar maken we maar wat graag gebruik van, in de basis zijn we tenslotte allemaal acteurs. Je kunt het de mens niet kwalijk nemen. We spelen altijd een rol: die van partner, werknemer, vriend of van consument. Het hoort bij het overleven.

De mens klampt aan in een wereld waarin hij elke seconde overspoeld wordt door video’s en foto’s van lachende (veelal jonge) mensen die allemaal toffe dingen doen. Zwakte laten zien is een zwakte op zich. Kortom, niets menselijks is ons vreemd. Dat geldt ook op internet.

Social media bieden ons als individu het ideale middel om onze eigen werkelijkheid om te buigen. We beslissen zelf wat we wel en niet van ons willen laten zien en aan wie. Google begrijpt dat: kijk maar naar de ‘kringen’ van Google+.

Maar hoe betrouwbaar is het individu in social media voor een doelgroep, als je maar een fractie weet van zijn werkelijkheid? Ben ik een echte fan als ik jouw merk volg omdat ik dan kans maak op een gratis iPad? Ben ik echt geïnteresseerd in een nieuwe autoverzekering omdat ik op een banner heb geklikt?

De moderne consument eist van een bedrijf dat het echt is en een geloofwaardig verhaal vertelt. Dat er mensen werken die net als wij huilen bij pijn en lachen met grappen. Mensen die net als wij ook wel eens ’s avonds doodmoe in de bank vallen.

De ironie is dat we als consument wel steeds meer authenticiteit van een merk verlangen, maar online onze echtheid zoveel mogelijk verhullen. De realiteit is dat authenticiteit een hopeloos leeg begrip blijft, zolang we zelf ook een rol spelen in het toneelstuk dat social media heet.

Het is de kunst om in de loopgraven van social media betrouwbare fans te vinden. De massa is wispelturig, eigengereid en promiscue. Hoe meer we van onszelf verbergen, hoe onbetrouwbaarder we zijn voor de online marketing. Daar ligt de werkelijke uitdaging voor bedrijven. Niet in de vraag of ze überhaupt iets moeten doen op social media.

Lachen joh, dat reclamemaken. Deel 2.

Nog niet zo heel lang geleden hebben we het gehad over relativering in de reclame. Dat was lachen joh. Bob Hoffman van The Ad Contrarian doet daar nog een schepje bovenop. Wie de reclamewereld graag eens van achterom benaderd wil zien heeft in Hoffman namelijk een goede vriend. En wie in de reclame werkzaam is en zichzelf te serieus neemt, krijgt van Hoffman de deksel vol op de neus. En leuk om te weten. Social media en Bob Hoffman? Geen goeie vrienden. En zijn handleiding om een succesvolle online copywriter te worden is ronduit hilarisch. Enjoy.

Er was eens: de website

Wat heb je als bedrijf eigenlijk nog aan een website? Welke functie heeft hij nog? Sommige multinationals bijvoorbeeld communiceren alleen nog maar hun Facebookadres. Betekent dit dat zij hun reguliere website begraven hebben of is er sprake van een verschuiving in de digitale hiërarchie binnen deze bedrijven?

Met andere woorden: hebben we de website eigenlijk nog nodig of is hij een patiënt aan de beademing?

Gezien de hoeveelheid traditionele websites op internet is het antwoord op die vraag eenvoudig. Ja, hij is nog nodig. Maar zijn rol, die zal veranderen. Bekijken we het echter puur functioneel dan lijkt het alsof de succesvolle opmars van social media platforms de oorspronkelijke website veranderd heeft in een hopeloos ouderwets medium.

Maar ouderwets betekent niet hetzelfde als overbodig. Radio is immers ook ouderwets en speelt nog steeds een rol. Hetzelfde geldt voor tv en je kunt nog steeds een telegram sturen.

Wel is de rol van de website veranderd. Daar is hij overigens zelf schuld aan. Als je alleen maar blijft zenden en zenden in een tijd dat de ontvanger vooral mee wil discussiëren en zelf gehoord wil worden, ga je uiteindelijk als medium overgeslagen worden.

De traditionele website ziet zich steeds meer omringd door Facebook-accounts, Twitter-accounts en WordPress-blogs. Zijn rol van kapstok is hij kwijtgeraakt. Social media stelt een bedrijf in staat om in een druk speelveld al zijn doelgroepen te bedienen. Met een eigen medium, direct gekoppeld aan de behoefte van de consument.

Dit vraagt van bedrijven de nodige daadkracht, flexibiliteit en uithoudingsvermogen. Zaken die veel bedrijven gek genoeg niet hebben als het gaat om hun eigen digitale aanwezigheid. Marketeers die zelf zeer actief zijn op social media platforms zouden diezelfde energie ook moeten steken in de social media marketing van hun werkgevers. De schroom moet worden afgegooid en de samenwerking met online marketing specialisten moet worden gezocht.

Kortom, er is veel beweging, veel verandering en veel rumoer. De traditionele website kan hierin een anker zijn: de plek in de achtergrond van waaruit alle andere digitale media hun input plukken en waar voor de consument niet veel meer te halen valt. Dat doet hij wel bij sociale media.