Categorie: Communicatie

Jongeren niet gemotiveerd? Echt wel!

Interviews

Jongeren van nu zijn lui, ongeïnteresseerd en niet gemotiveerd. En zeker mbo-leerlingen, daar is helemaal niks mee te beginnen. De stereotypen zijn algemeen bekend. In hun nieuwe boek ‘Motivatie binnenstebuiten’ stellen Huub Nelis en Yvonne van Sark van YoungWorks dat jongeren wel degelijk te motiveren zijn. Je moet alleen weten hóe. Daar kunnen we bij bureau david over meepraten. En jawel, ‘zelfs’ mbo’ers kun je ergens warm voor krijgen.

Het nieuwe boek van YoungWorks, bureau voor jongerencommunicatie, is de opvolger van het succesvolle ‘Puberbrein binnenstebuiten’ uit 2009. Nelis en Van Sark verklaren hierin het gedrag van pubers aan de hand van de ontwikkeling van hun brein. Ze boden hiermee ouders en opvoeders handvaten voor het omgaan met onvoorspelbare pubers.

Motivatie binnenstebuiten

‘Motivatie binnenstebuiten’ richt zich specifiek op de vraag of en hoe jongeren gemotiveerd kunnen worden. De schrijvers hebben voor het antwoord hulp gezocht bij praktijkdeskundigen en bij jongeren zelf.

Een van hun conclusies luidt dat jongeren best te motiveren zijn, maar dat ze hun motivatie vooral zoeken en vinden op manieren die volwassenen niet verwachten. Nelis en Van Sark geven praktische tips om de motivatie te stimuleren. ‘Zoek enthousiasme, interesses en wensen. Moedig dromen aan, het is belangrijk te luisteren naar passie’.

‘Ze doen niks, ze leren niks en ze willen niks’

Adviezen die ons bij david bekend in de oren klinken. Dagelijks zijn wij aan het werk voor onderwijsinstellingen waaronder twee roc’s; ROC Midden Nederland en ROC de Leijgraaf. Wij kennen het negatieve imago waarmee het mbo-onderwijs worstelt en de verhalen die over mbo-leerlingen verteld worden. Ze doen niks, ze leren niks en ze willen niks, daar komt het zwart/wit gezegd op neer. Je hoort het zo vaak dat je er bijna in gaat geloven.

Bijna, want iedere keer weer komen we in de praktijk jongeren tegen die het tegendeel bewijzen. YoungWorks zegt over jongeren van nu, “de vernislaag is eraf”. Daar moeten we ze een beetje gelijk in geven. De eerste aanblik kan soms wat stekelig zijn of ronduit intimiderend. Maar door die buitenste schil prik je snel heen. Investeer wat tijd en energie, en je komt uit bij een beleefde, geïnteresseerde en jawel zelfs gemotiveerde kern.

De kunst is een verbinding te maken met jongeren op een manier die hen aanspreekt. Hoe je dat doet? Natuurlijk door de vakliteratuur bij te houden, onderzoeken te lezen, enquêtes te houden bij je doelgroep maar vooral door tijd met jongeren door te brengen. En dat doen wij dus ook. Aanwezig zijn op school, lopen in de gangen, vragen waar ze mee bezig zijn, luisteren naar hun muziek, kijken naar hun games en praten, praten, praten.

‘Praten, praten, praten’

Als het je lukt om een klik te krijgen, dan zie je de leukste dingen ontstaan. Leerlingen van nu leven in een onderhandelingscultuur en nemen niet zomaar iets aan alleen op basis van autoriteit. Dat maakt de interactie met hen misschien lastiger maar wel uitdagender. Je moet met inhoudelijke argumenten komen om ze mee te krijgen. Dat vergt wat van je, maar dat is alleen maar mooi toch?

Voor ROC de Leijgraaf toeren we momenteel door Brabant met een groep leerlingen die filminterviews afnemen bij topmensen uit het regionale bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Toen david dit idee ging voorstellen in de klas, waren de eerste reacties niet hoopgevend: ‘Hoeveel krijgen we hiervoor betaald’ en ‘Wat gebeurt er als ik het gewoon niet doe?’. We gingen toch aan de slag, en de eersten aan de beurt waren vier stoere heren die vooral naar elkaar wezen toen het tijd was een interviewer te bepalen. Uiteindelijk was Sjoerd de sigaar, en nam hij zijn plek in voor de camera. Tegenover hem een big shot uit de internationale zakenwereld. Al na enkele minuten was duidelijk dat we voor onze ogen een talent geboren zagen worden. Sjoerd luisterde geboeid, hij vroeg door, hij was betrokken bij het gesprek; kortom ‘watch out Hilversum, uit Brabant komt een nieuwe lichting tv-journalisten’.
Het interview verliep zo goed dat de ondernemer nog heel lang met de mbo-studenten heeft nagepraat. Over doelen en passie, over studeren en werken en over het leven. De vonk van Sjoerd sloeg over op zijn klasgenoten en ook zij raakten enthousiast. Want voor jongeren is niks zo belangrijk als peer-pressure en “doen wat je vrienden doen”.

‘Ik wist niet dat ik dit kon en dat het zo leuk zou zijn’

Deze ervaring is geen uitzondering. Behalve Sjoerd hebben we bij onze rondgang nog meer interviewtalenten ontdekt. En veel belangrijker; zij hebben zichzelf ontdekt. “Ik wist niet dat ik dit kon, en dat het zo leuk zou zijn” is al vaak voorbij gekomen. Sjoerd denkt er over meer in deze richting te gaan doen. Net als Nanda, die ook helemaal op haar plek is voor de camera. Nog een extra interview draaien? Geen probleem, wanneer willen jullie me hebben? Het enthousiasme en de motivatie spatten er van af.

En dat maken we regelmatig mee met mbo-leerlingen. Dat maakt het omgaan met jongeren binnen en buiten het onderwijs zo leuk en motiveert óns om ons werk te doen.

Welke bureaus bungelen binnenkort in de marge?

Welke bureaus bungelen binnenkort in de marge?

Een wc-tegelwijsheid leert ons dat we nooit te oud zijn om te leren. Anno 2014 kun je maar beter ook nooit te oud zijn om te veranderen. Mijn vader werkte 40 jaar voor de overheid. In die 40 jaar is hij één keer van functie veranderd en één keer van werkplek. Teveel zekerheid ondermijnt de noodzaak tot veranderen. Bedrijven en organisaties gedragen zich wat dat betreft niet veel anders dan de mens.

De reclame- en communicatiewereld (waar david ook deel van uitmaakt) is meester in het zichzelf schijnbaar veranderen. Aan de basis is echter helemaal niet zoveel veranderd. De reclamewereld is in wezen een conservatieve wereld. Bureaus verpakken hun bestaande boodschap doorgaans steeds weer opnieuw. Geef ze een maatschappelijke ontwikkeling en ze draaien er een schitterende strik omheen. Veel bureaus zijn zoekende. Wie door de jaren bladert, leest steeds weer hetzelfde reclamebureauverhaal. Weliswaar leest het als een pageturner, in de basis is het oude wijn in nieuwe zakken.

De reclame- en communicatiewereld innoveert onvoldoende en werkt veelal op basis van dogma’s die al in de vorige eeuw zijn opgetekend. Tijdens de hoogtijdagen van tv, radio, krant en tijdschrift. Dat is oud en roestig DNA. Doelgroepdenken, zenden, middelendenken, psychologie van de koude grond: het zit verweven in de genen van de sector.

Vooralsnog blijft het bij zenden, en zenden en zenden en duwen en forceren en afdwingen en schreeuwen en roeptoeteren. Want dat is waar bureaus goed in zijn. Dat is roestig DNA in een cultuur die grote moeite heeft met innoveren. Moeite met het daadwerkelijk kunnen en durven veranderen.

De realiteit is dat de sector zo goed als stilstaat.

De oude aanpak werkt niet meer, aandacht is niet meer te koop. Stilstaan – met de technologische en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen die gaande zijn – is schadelijk. Niet alleen voor reclame- en communicatiebureaus, maar ook voor de merken, organisaties, bedrijven en instellingen waar bureaus voor werken. Veel opdrachtgevers zitten in hetzelfde schuitje. Voor de crisis zaten ze in een zetel, warmpjes in de wet van de remmende voorsprong. Daar word je lui van. En gek genoeg werkte dat prima.

Totdat de massa in opstand komt. Dat is precies wat er gebeurd is. Een stille revolutie opgewekt door een crisis en gedeeld door internet en social media. Een platform waar de wantrouwende consument, geïrriteerd door een gebrek aan vertrouwen de baas is. De oude waarden worden niet meer geloofd. Dat is een aardverschuiving.

Uit de onvrede die borrelt, ontstaan nieuwe ontwikkelingen. Een nieuwe vorm van betrokkenheid. Het daadwerkelijk anders willen en doen. In dienst van de mens. Soms uit sociaal-maatschappelijk oogpunt, soms omdat er ook op andere manieren geld verdiend kan worden. Soms door een combinatie van die twee. Ontwikkelingen die aangemoedigd worden door de nieuwe generaties.

Daar zijn we nu.

AirB&B, Uber, Peerby en Kickstarter, de lijst is eindeloos. Stuk voor stuk succesvolle (young) start ups. En stuk voor stuk volledig connected met hun doelgroepen. Connected met het hart en met het hoofd. Reclame zoals we reclame kennen, speelt binnen deze bedrijven geen enkele rol van betekenis. Communicatiemiddelen? Zij zijn het middel. AirB&B al eens zien zenden? Kleine kans. Het zit niet in z’n dna. Luisteren, delen en betrekken wel. En ja, ook geld verdienen.

Het succes van genoemde bedrijven is niet aan komen waaien. Het is het gevolg van goed luisteren en samen een goed idee ontwikkelen. Maar ook van relevante content delen en durven veranderen, blijven veranderen. Betekenisvol zijn. Met de doelgroep meebewegen. De succesvolle nieuwe bedrijven van nu doen niets meer alleen. Ze worden gekenmerkt door een sterke interne cultuur, het leveren van ervaringen en het creëren van communities.

Daar sta je dan als reclame- en communicatiewereld. Bureaus die vanuit middelendenken blijven opereren, gaan het niet redden.

Bureaus die nu niet veranderen bungelen binnenkort in de marge

Daarom herijkt david zich en keren wij ons binnenste buiten. Wij hebben bijvoorbeeld nog geen idee of we ons over een jaar ook nog ‘een communicatiebureau’ noemen. Wie weet. Maar wat zijn we dan wel? Dat gaan we onderzoeken. Wat is onze rol in deze veranderingen? Hoe passen wij daarin? Wat moeten wij veranderen?

Dat proces doorlopen we as we speak. Geen tijdelijke verpakking of nieuw kek stijltje meer. Maar een zoektocht hoe wij als bureau oprecht verbonden kunnen zijn met onze opdrachtgevers, de consument, de gebruiker, de deler, de criticaster, de gebruikmaker, de social companies. Dat is een vernieuwing en die doorlopen we omdat we geloofwaardig willen zijn in wie we zijn en wat we kunnen betekenen voor én samen met onze opdrachtgevers.

En natuurlijk werken we door. Nieuwe invloeden en veranderingen zullen worden geïnitieerd. Ze maken ons werk alleen maar beter.

De blogposttitel is dood, lang leve de 5 beste blogposttitelvarianten ooit

5manieren

Een jaar of twee geleden voorspelde een zekere marketinggoeroe het einde van de blog. Twitter zou het nieuwe bloggen worden. Marketinggoeroes roepen wel vaker gekke dingen, maar deze goeroe ging met de hoofdprijs naar huis.

Inmiddels weten we wel beter: de blog is helemaal niet dood. Sterker nog, de blog is ijzersterk. We (ik generaliseer) lezen zelfs weer teksten van meer dan 1.000 woorden. Dat noemen we dan longreads. En we willen er zelfs voor betalen! Het moet niet gekker worden.

Social media heeft de mens een wereldwijd platform gegeven om op te communiceren en dat gebruiken we massaal. Omdat het kan en voor iedereen bereikbaar is, niet omdat er per se een noodzaak is. Hoe urgent kunnen al die duizenden blogposts per dag zijn?

Maar uiteindelijk is het de giftige, enthousiaste en/of deskundige pen van de blogger die het onderscheid maakt. Voordat je dat onderscheid als lezer kunt ervaren, moet je een blogpost lezen en voordat je die kunt lezen moet de schrijver eerst je aandacht vinden. Een uitdaging, want in de steegjes van social media is het dringen geblazen.

Dan heb je stopkracht nodig. Net als in de reclame. Een hoofdenomdraaier, in blogland ook wel bekend als ‘De Titel’.

Een beetje blogger weet natuurlijk hoe effectief een titel kan zijn. Dat betekent niet dat een beetje blogger weet ook hoe je een titel goed (lees ‘niet te vermijden’) toepast. Dat blijkt al snel na een rondje internetfavorieten. Wat blijkt? A. Vooral op marketingsites is het genieten. B. De titel is een goed gevulde trukendoos. En C. Een generieke titel voorspelt de lezer weinig goeds. Uit de online titelsoep kunnen we enkele terugkerende varianten trekken.

Een top 5 met persoonlijke favorieten.

  1. De Lijstjes.
  2. De Merknamen.
  3. De in 9 stappen tot iets komen.
  4. De Hoe en Waarom.
  5. De Lang leve.

De ‘Lijstjes’-variant staat met stip bovenaan. De mens houdt nu eenmaal van lijstjes. Top vijfjes zijn populair. Vijf is namelijk behapbaar. Tien is eigenlijk al too much (daarom kom je veel top 9-lijstjes tegen) en de top 2000 hoor je alleen op de radio.

Ook immens populair is de ‘Merknamen’-variant. Perfect voor de luie blogger. Je scoort namelijk zonder daar veel moeite voor te hoeven doen. Zet Google Glass in je titel, dan weet je zeker dat we verder lezen.

Dan is er ook nog de ‘In 9 stappen tot iets komen’-variant. Ontzettend populair. In 9 stappen naar het beste blog ooit. Deze variant zit een beetje in het vaarwater van de ‘Hoe en Waarom’-variant. Met één belangrijk verschil: het cijfer. Het is concreet: in 9 stappen beter worden in iets. Wie wil dat nou niet?

Iets minder populair, maar nog steeds succesvol is de net genoemde ‘Hoe en Waarom’-variant. Hoe schrijf je een killer blogpost en waarom? Daarmee speel je direct in op een behoefte.

En nog net in de top 5: de ‘Lang leve’-varianten. Lang leve het beste blog ooit! Dat is nog eens een uitnodiging voor een feestje.

Een eervolle vermelding is er voor de ‘Waarschuwing vooraf’-variant (ook wel de ‘Pas op!’-variant genoemd). Ook deze heeft een indrukwekkende ‘succesrate’. Waarschuwing: lees dit alleen als je nog nooit een rake titel hebt geschreven!

Een eervolle vermelding is er ook voor de ‘Vraagteken’-variant. Recht op je doel af: de lezer alvast een vraag voorschotelen die hij daarvoor nog niet had. Dacht je altijd al dat jouw blogtitels episch waren?

Daarnaast mogen titels gerust lang zijn. We herkennen de ‘2-zinnen’-variant en zelfs de ‘3-zinnen’-variant. Enzovoorts, et cetera.

BAM en welkom duizenden nieuwe lezers.

Al deze varianten zijn effectieve maniertjes om in te spelen op je nieuwsgierigheid. Ze hebben een benefit, er valt iets te halen: kennis, het antwoord op een vraag, een voordeeltje, een lach. Al deze titels hebben overigens nog iets gemeen. Ze doen precies wat elke regel tekst in een blogpost ook zou moeten doen: de lezer overtuigen om verder te lezen.

Daarnaast is een titel – mits goed toegepast – een verhaaltje op zich. Op slate.com bijvoorbeeld weten ze dat als geen ander. Het zijn echte koppensnellers daar. Die schudden de pareltjes zo uit hun mouw, met altijd weer die typische Amerikaanse pakkende speelsheid in de woordkeuze. Dat krijg je als je de blogtitelregels naast je neerlegt. Welke regels? Nou, deze bijvoorbeeld.

Ken jij blogposttitels die uitblinken in creativiteit, knulligheid, onnozelheid, vindingrijkheid? Laat het ons weten, we zijn benieuwd.

Ed Rakhorst: “Ik ga geen Harley kopen maar een fiets.”

 

Een van de drijvende krachten achter david gaat afscheid nemen. Ruim voor zijn pensioenleeftijd en zonder hutje op de hei, kondigde Ed Rakhorst onlangs zijn vertrek aan. Team david was er even stil van. Daarna hebben we een biertje gedronken en gelachen. Blog sprak een week later met Ed.

Ben je opgelucht dat je het hebt verteld?
Dat kun je wel zeggen ja.

Je stond voor de groep en ik zag het nog voordat je het kon uitspreken. Ik dacht, die gaat weg bij david. Je had het er zichtbaar moeilijk mee.
Dat klopt. david – in al zijn hoedanigheden – is 16 jaar een belangrijk onderdeel van mijn leven geweest. Dat achterlaten is een grote stap om te nemen. Ik heb bij david drie belangrijke fases meegemaakt. De eerste 5 jaar na de start toen het nog een studio plus atelier was, de stap naar het bureau die ik samen met Nico heb gezet en de fusie met Helikopter van Walter die leidde tot david. Dat zijn elk fases van 5 jaar geweest.

Ed & Nico gingen samen op avontuur in reclamland, nu kiest Ed zijn eigen route
Ed & Nico gingen samen op avontuur in reclamland, nu kiest Ed zijn eigen route

En nu breekt de volgende fase van david aan.
Die zijn we momenteel – ik zeg nog gewoon we – volop aan het voorbereiden.

Maar zonder jou.
Ja, vanaf nu is het aan Nico, Walter en Remco.

Wanneer kwam het besef? Dat ging vast niet over een nacht ijs.
Om de volgende fase van david concreet te maken zijn we als directie naar onze persoonlijke visies gaan kijken. Dan ga je jezelf natuurlijk vragen stellen. Alles bij elkaar heb ik er zeker een jaar over nagedacht. Zolang speelde het. Waar word ik eigenlijk nog blij van? Ik wil namelijk nog zoveel andere dingen doen. Ik kwam tot het besef dat ik van david minder energie terugkrijg dan ik erin steek. Als je dat allemaal bij elkaar optelt heb je genoeg om te gaan twijfelen. Ik vroeg me af hoe ik bij david kon blijven werken en toch energie kon steken in andere zaken. Dat gaat niet en dus moest ik kiezen. Dat heb ik gedaan.

Dit is dus geen gevalletje ‘Ed zit in een midlife crisis’.
Nee, helemaal niet. Ik ga geen Harley kopen, maar een fiets. Het is eerder een leeftijdsding. Althans, dat is wat leeftijdsgenoten mij vertellen.

Je gaat fietsen?
Volgens mij is dat een mooie manier om na te denken over wat ik wil en waar ik energie van krijg. Ik heb nooit tijd gemaakt om dingen te overwegen. Het was altijd doorgaan, doorgaan en successen beleven zonder ze te vieren. Die vanzelfsprekendheid laat ik varen.

Dus je stopt in september bij david, maar je hebt nog geen concrete toekomstplannen?
Nee. Maar ik steek nu al veel energie in bijvoorbeeld Stichting Bambanani en De Blauwe Kei. Daarnaast adviseer ik leerlingen van ROC de Leijgraaf en ben ik bezig met een project waarmee we jongeren kennis laten maken met andere culturen en ze op die manier ervaringen bieden. Dat brengt geen brood op de plank, dat besef ik maar iets in die richting zie ik wel gebeuren ja. Ik wil meer achterlaten dan alleen maar succes in de bureauwereld.

Je timing is smetteloos, de volgende fase staat voor de deur. Een mooi moment om te gaan of heeft dat geen rol gespeeld?
Er staat een mooi bedrijf. Dat we als david in deze lastige tijd zo goed hebben weten te presteren is bijzonder. Dit team is uniek, het is in balans. Daar worden opdrachtgevers blij van. Dat is een knappe prestatie. Maar niemand is onmisbaar. Het gaat gewoon door maar dan waarschijnlijk een beetje anders. Het DNA van david zit in het team, niet alleen in Ed Rakhorst. Nu stoppen is eerlijk zijn tegen iedereen. Tegen Nico, Walter en Remco, en tegen het team. Wat ik ook fijn vind is dat er geen sluimerende conflicten zijn, geen grote meningsverschillen. Zou ik nu niet stoppen, dan zou dat kunnen leiden tot irritaties, met alle gevolgen van dien. Ik kies nu voor mezelf. Dat is niet dapper – zoals sommigen het noemden – maar gewoon eerlijk zijn tegen mezelf.

Bij een afscheid is het een gebruik om naar hoogtepunten te vragen.
Wie zegt dat?

Ik.
Poeh.

Je mag er even over nadenken.

Elke keer als we een opdrachtgever kunnen overtuigen dat onze oplossing de beste oplossing is en daarin meetbaar succesvol zijn, is een hoogtepunt. En onze personeelsuitjes, vooral die naar België. Meer zeg ik daar niet over.

Dat lijkt me verstandig. Nog famous last words?
Onze opdrachtgevers en leveranciers verdienen een compliment. De relatie die we met elkaar aangaan is in de meeste gevallen hecht. Ik hoop dat opdrachtgevers david blijven opzoeken. david helpt opdrachtgevers oprecht en draagt bij aan hun collectieve succes.

Trouwens, je weet dat we hier altijd groots en verrassend uitpakken bij het afscheid van collega’s. Ik wil je niet zenuwachtig maken, maar toch.
Kom maar op.

Succes.
Dank je.

Streetsmart worden bij david

sam-renee-zw

Sam en Renée zijn in hun korte tijd bij david samengesmolten tot een begrip. Een onafscheidelijk duo dat in de wandelgangen van david zelden los van elkaar wordt gezien. Zij hebben samen gesolliciteerd, zijn samen aangenomen, delen samen een MacBook en zullen hopelijk ook samen hun stage afmaken. Met een been in Brabant en het andere in Limburg zijn ze een zuiders geschenk van Fontys Hogeschool Communicatie uit Eindhoven. Speciaal voor dit interview weken we ze een keer los.

SamSam: De vraag waarom ik voor de opleiding communicatie bij Fontys heb gekozen, is me de afgelopen jaren al vaak gesteld. En het antwoord is al die tijd hetzelfde gebleven: het was een toevalstreffer. Eerlijk gezegd wist ik op mijn 15de echt nog niet het antwoord op een vraag die bepalend is voor mijn hele leven. Raar eigenlijk, wel oud genoeg zijn om je toekomstige carrière te kiezen, maar niet oud genoeg voor een tattoo. Want tatoeages zijn ‘voor de rest van je leven’. Gelukkig waren er veel open dagen. Daar heb ik toevallig een presentatie over communicatie bijgewoond. Reclames bedenken? Dat leek me wel leuk. Vooral het creatieve deel en de sfeer spraken me aan. Zodoende heb ik me ingeschreven bij Fontys.

RenéeRenée: Bij gebrek aan beter weten begon mijn hbo-avontuur met een beroepskeuzetest. De opleiding communicatie stond in mijn top 5. Dat gaf mij genoeg reden om eens langs te gaan. Eindhoven omarmde mijn Limburgs accent en ik voelde me thuis. Overigens voegt de opleiding de term ‘creatief’ toe aan mijn portfolio. Kwestie van you had my curiousity, now you have my attention. Ik wil mijn creativiteit graag delen met anderen.

Solliciteren voor een stageplek

Noch voor Sam, noch voor Renée is werken in de reclamewereld een kinderdroom. Na het overleven van het propedeusejaar mochten beiden beginnen aan de opleiding creatief. In korte tijd zijn ze klaargestoomd voor de volgende stap: stagelopen bij een creatief bureau.

RenéeRenée: Na twee jaar Fontys heb je écht een reality check nodig. Uren stilzitten in een schoolbank met perfect geplande scenario’s voor je neus maakt je misschien booksmart, maar niet streetsmart. Ik was benieuwd naar de realiteit en verheugde me op echte klanten met echte problemen en echte opdrachten. Maar waar wil ik stagelopen en waarom? Ik wilde meer dan concepten bedenken. In de Randstad werken zoveel mensen in een bedrijf dat je opgesloten wordt op de afdeling Creatie. Dat wilde ik niet. Het liefst stroom ik al in bij strategie en loop ik de deur uit met ervaring in vormgeving. Sam kwam met het geniale idee om samen op stage te gaan.

SamSam: Aangezien dit mijn eerste echte stage is had ik niet veel verwachtingen, al helemaal niet over praktische zaken zoals reistijd. Ik ben erin gestapt met de instelling dat ik alles over me heen zou laten komen. Natuurlijk wil ik weten of ik de afgelopen twee jaar ook echt iets nuttigs heb geleerd in de colleges. Ik zit dichtbij Renée wat betreft dit onderwerp. Dit is ook een van de redenen waarom wij voor elkaar hebben gekozen als duo. We hebben dezelfde ideeën, leerdoelen en verwachtingen over onze stage.

Welkom bij david

Na twee maanden stage zijn Sam en Renée de schoolbanken vergeten. Geen kramp meer van het schrijven van samenvattingen of tollende hoofden van al die uitzichtloze PowerPointpresentaties. Het studentenleven heeft plaats gemaakt voor de uitdagingen van het 9 tot we moeten de bus halen-bestaan.

SamSam: Als creatief stagiairs bij david richten we ons op voornamelijk op het bedenken van concepten en de copy die daarbij hoort. Denk bijvoorbeeld aan een naam voor een nieuw loyaliteitsprogramma of een prijsactie gericht op het WK.

RenéeRenée (lachend): Een belangrijke rol die je als beginnend stagiair krijgt toebedeeld is die van pispaal. Als je zoals ik over een prachtig Limburgs accent beschikt, krijg je zonder pardon de volle laag. Nu moet ik me niet alleen bewijzen als stagiaire, maar ook als Limburger. Los daarvan is brainstormen een belangrijk deel van onze taak als stagiairs. Dus als je ons met een uitdrukkingsloze blik in de leegte ziet staren moet je ons vooral niet storen. Op dat moment bedenken we misschien wel het beste concept ooit. Verder luisteren we niet exclusief naar onze stagebegeleider Aart. Wij ontvangen ook graag vragen van projectmanagers en vormgevers. Gezien onze dualiteit proberen we multifunctioneel inzetbaar te zijn.

SamSam: Als de een wat beter in vormgeving is, focust de ander zich wat meer op de planning. Toch proberen we zoveel mogelijk samen te werken. Daar ligt momenteel onze kracht en we zijn niet bang om die uit te buiten, onder begeleiding van de leukste collega’s natuurlijk!

Het stagiaireseizoen is geopend

Wat is het druk bij david zeg. Probeer tijdens de lunch maar eens een plek te vinden. In de wandelgangen zoemen de geruchten over een pauzerooster. De reden? Het stagiaireseizoen is begonnen. En stagiaires mogen tijdens de lunch gewoon bij ons aan tafel.

Nu is er altijd wel een stagiair aan de slag bij david, vinden we belangrijk. Logisch. Dit seizoen werken maar liefst 4 stagiaires/afstudeerders aan hun praktijkervaring of afstuderen. 4! Een record. Tijd voor een kennismaking. Eerst introduceren we Dian Verhoeven en Daan van Schie. Volgende keer is het de beurt aan creatief duo Sam en Renee. Een ding is zeker, de reclamewereld trekt. Aan ons de taak die verwachting waar te maken.

Daan en Dian halen het maximale uit zichzelf en elkaar
Daan en Dian halen het maximale uit zichzelf en elkaar

Lukt dat? Die vraag stelden we aan Dian. Ze studeert Mediavormgeving aan het Sint Lucas in Boxtel. Ze is bezig met haar eindstage. Dian: “Ik kende david niet. Toen ik een stageplek zocht heb ik bureaus in de regio gegoogled. Zo vond ik david. Wat ik op de site zag leek me wel wat, dus heb ik gebeld. De verwachtingen die ik had, kloppen in elk geval.” (Noot voor de kritische lezer: dat laatste bedoelt Dian positief.)

Dian: “Ik vind het belangrijk om breed opgeleid te zijn. Bij david werk ik aan opdrachten die mij daarin ondersteunen. Ik draai mee in verschillende projecten. Zo ben ik nu bijvoorbeeld bezig met het jaarverslag van Stichting Bambanani, ik heb meegewerkt aan de communicatie-uitingen voor Uden Live en heb ik een flyer gemaakt voor de Eugene Janssen Foundation. Bij david hoop ik vooral meer op grafisch vlak te leren. Door bijvoorbeeld meer met het programma Indesign te werken en middelen drukklaar maken. Tijdens een andere stage heb ik veel met het programma After Effects gewerkt, dat is veel interactiever.”

Dian is in december klaar met haar stage. Maar dan? Dian: “Ik weet nog niet welke richting ik in wil. Het leukste vind ik illustreren, maar eigenlijk vind ik heel veel dingen leuk om te doen. Dat maakt kiezen lastig. Het zal in elk geval iets met vormgeving zijn. Verder leren kan ook nog, veel werk is er momenteel niet. In elk geval wil ik de commerciële kant op.”

Ook klaar in december is Daan van Schie. Hij loopt geen stage, maar werkt bij david aan zijn master thesis. Daan studeert Marketing Management aan de universiteit van Tilburg. Als we tijdens de lunch op niveau willen praten doen we dat met Daan. “Ik onderzoek hoe topadverteerders hun reclamebureaus kiezen en het hele selectieproces daaromheen. Bijvoorbeeld welke criteria gebruikt worden, wat daarachter zit en waarom prijs bijvoorbeeld belangrijk wordt gevonden. In eerste instantie was mijn onderzoek gericht op A-merken. Nu neem ik ook klanten van david in mijn onderzoek mee. In totaal spreek ik er vijf. Die gegevens ga ik vervolgens met elkaar vergelijken”, aldus Daan.

Brabant heeft meer dan één reclamebureau. Waarom david? Daan: “Ik vind de reclamewereld interessant, in die wereld heb ik me georiënteerd toen ik een plek zocht. Ik zag een tijdje terug in het Tijdschrift van Marketing een advertentie van david. Een reclamebureau uit Veghel? Dat is blijven hangen. Toen ik hoorde dat de EMTÉ-commercials van david zijn, wist ik dat het wel goed zat. Ik heb contact gezocht en werk nu bij david aan mijn thesis.”

Daan werkt bij david onder de vleugels van Nico. Daan: “Ik hoop dat ik waar nodig bijgestuurd word, dat is altijd handig natuurlijk. En naast werken aan mijn thesis, wil ik ervaren hoe het bij een reclamebureau in zijn werk gaat, een kijkje in de keuken zeg maar. Ook hoop ik meer over strategie te leren en hoe de processen binnen een bureau in elkaar steken.”

Daan had vooraf geen verwachtingen. Wel heeft hij inmiddels een beeld van david. Daan: “Er is bij david genoeg leven in de brouwerij, sympathieke mensen. (Noot voor de kritische lezer: dit zijn Daan’s letterlijke woorden.) Ik denk dat het wel goed zal komen. Hopelijk ben ik begin december klaar met mijn thesis. Daarna wil ik gaan werken en reizen. Als ik terugkom kijk ik wel of er nog banen zijn. Een functie als brandmanager in een branche die me aanspreekt zie ik wel zitten.”

Hoe de ruggengraat van ons werkproces de deur achter zich dichttrok

TRONGUY

De dag waarvan we wisten dat die zou komen kwam inderdaad. Of beter gezegd, de dag waarvan we bang waren dat die zou komen kwam inderdaad.

Maandagochtend kreeg ik geen antwoord op een mail die ik had verstuurd naar collega Nico. Ik werkte thuis die dag. Wat ik nog niet wist is dat andere collega’s ook geen mail meer ontvingen of versturen konden. Het begon piepklein, met mailtjes die bleven hangen. Wat vervolgens plaatsvond was een nagenoeg totale ineenstorting van onze digitale ruggengraat en daarmee ons werkproces. Op dag 2 werkte alleen de telefoon nog.

Zelfs een documentje printen – toch niet de meest complexe handeling binnen het geheel – bleek opeens niet meer mogelijk. Diepe zucht. Daar sta je dan als bureau met je falende server en je deadlines en je onbereikbare planningen en agenda en je documenten die op lichtjaren afstand verborgen zijn in een digitale paralleluniversum.

Het was de uitdaging om dit onze last te laten zijn, niet die van onze opdrachtgevers.

De meeste kantooromgevingen zijn bekend met dit type digitale anarchie, doch zelden langer dan een dag. Dan komt een techneut met een ringbaardje die stilzwijgend aan de slag gaat met het oplossen van het probleem. En het oplost. Normaliter. Ons probleem loste zich niet zomaar even op, zo bleek op dag 2.

In hoeverre je als bureau afhankelijk bent van een dergelijke systeem, wordt op frustrerende wijze duidelijk op het moment dat het systeem je in de steek laat en alles met zich mee trekt, hup het zwarte gat in. Natuurlijk weegt dit nadeel niet op tegen de voordelen, maar als je door wilt (en moet) en goed werk wilt maken is je werkproces cruciaal. En als dat proces bij wijze van spreken met het lostrekken van een kabeltje 20 jaar terug in de tijd kan worden geworpen ben je kwetsbaar. En dat frustreert. Dat was dag 3.

Inmiddels was onze ict-beheerder druk in de weer met A. het zoeken naar de oorzaak en B. het oplossen van het probleem. Hij en wij tastten in het duister. Op zo’n moment schuiven twee totaal verschillende culturen in elkaar. Die van het ict-beheer: rationeel en procesmatig zoeken naar een oplossing. En die van de reclamewereld: emotioneel en hectisch.

Ondanks de verwoede pogingen om de oorzaak te achterhalen wist ik de oorzaak allang: ons systeem was bezeten. Waar ict’ers zoeken naar rationele oorzaken en oplossingen, vinden reclamemakers bezetenheid doorgaans een plausibele oorzaak. En dat los je op met een exorcisme. Dat terzijde.

Intussen hadden wij allemaal onze smartphones uit de tas getrokken, onder het mom van ‘doen wat nodig is’. Als je auto ermee kapt pak je de fiets. Dag 4 was er een van smartphones, usb-sticks en privé mailadressen. En toenemende ergernis.

We werden teruggeworpen naar het pre-internettijdperk. Onze Spotify-playlist draaide door op de opgebouwde buffer. Noem het toeval of was het bezetenheid, maar hij draaide alleen muziek uit de tijd vóór het ontstaan van internet. Alsof Spotify een lijntje had uitgeworpen in een pre-internetvijver. Daar lach je dan maar om, op dag 5.

Inmiddels hadden we allerlei wegomleggingen bedacht om door te kunnen werken. Dan krijg je het volgende traject. Je typt – ik noem maar wat – een te redigeren tekst (niet langer dan een A4, anders word je gek van het gefriemel op die kleine toetsjes) over in het notitieblokje van je smarthphone. Dit stuur je via het 3G-net (de wifi werkte niet) naar de privémail van een collega die bij de bovenburen een internetverbinding heeft. Je collega zet het document om in een Word-bestand en plaatst het vervolgens op een usb-stick. Je opent het document op je stick en past het aan. Eenmaal klaar breng je de stick terug naar de collega bij de buren, die het vervolgens naar de klant mailt via z’n privé mailadres.

Een logistiek proces dat alles bij elkaar zomaar een half uur duurt. Normaal gesproken zou dit nog geen 5 minuten werk zijn geweest. Zie daar de prijs voor een falend systeem.

Inmiddels is dag 8 aangebroken. Aan het einde van de tunnel is het licht eindelijk aan. De internetverbinding werkt weer, de printer meestal. De mail en agenda’s nog niet en een noodserver is online. Aan een structurele oplossing wordt hard gewerkt. We kloppen het stof van ons af, het bureauleven gaat door. Het lijkt erop dat de kantoorapocalyps afgewend is. Hoewel we erg benieuwd zijn wat onze mail nog uit zijn hoge hoed gaat toveren na zijn achtdaagse afwezigheid.