Auteur: david, een soort reclamebureau

Kijk, een krent

krent

Dit blog is een constaterend blog. Het ziet, leest, ontdekt en legt verbanden. Zonder verdere empirische onderbouwing. Verder leer je op dit blog overigens weinig. Dat is niet bedoeld als waardeoordeel, het heeft zich zo ontwikkeld. Al verbanden leggend kwam blog Henry van der Horst tegen.

Henry schrijft slogans en aanbiedingen op weekmarktborden, soms vergezeld van een koddige illustratie van bijvoorbeeld een worst. Hij is weekmarktreclamebordschrijver. Je kent ze vast, die polystrene borden. Hij schrijft op de vele weekmarkten van Nederland. Bijna niemand doet wat Henry doet en niemand doet het zo goed als Henry. Nooit bij stilgestaan, maar dat typische weekmarkthandschrift komt dus gewoon uit één en dezelfde pen. Of beter gezegd een viltstift. Die van Henry. Hij is zijn eigen verhaal en daarmee 100% onderscheidend.

Blog sprak onlangs ook met G. Hij adviseert kleine ondernemers met behulp van visuele businessplannen. Dat is veel graven en ontdekken wat speelt bij – in zijn geval – met name start ups en middelgrote ondernemingen. G. vroeg zich af hoe het komt dat zo weinig van zijn klanten concreet voor ogen hebben wat ze nou eigenlijk willen en waar ze nou eigenlijk echt voor staan. En dus wat hen onderscheidend maakt. Als je dat niet weet is de kans groot dat je communiceert als een kip zonder kop.

Voor G. is dat goede business.

In de start up fase van zijn bedrijfje ontbrak het G. nog aan een eigen stem. Omdat de ongeschreven regels van social media ook hem onder druk zetten om actief deel te nemen, citeerde hij online regelmatig Simon Sinek. Doet hij niet meer. Hij heeft inmiddels zijn eigen stem gevonden, net als Henry van der Horst. Nu G.’s klanten nog.

Twee voorbeelden van – in dit geval – ondernemers die authentiek hebben leren communiceren en zich daarmee onderscheiden. Dat is voor velen nog steeds een regelrechte uitdaging. Blog constateert een vorm van ‘onpersoonlijk overdelen’ die stilaan een beetje begint te knagen. Misschien omdat we weten waar het vandaan komt. Namelijk de druk om mee te roepen en te delen.

Een dergelijke vorm van sociale druk is op zich niet zo vreemd. Er wordt nu eenmaal van je verwacht dat je deelneemt aan de dialoog (zie een willekeurige opsomming zoals ‘de 10 keiharde regels voor jouw business succesvol op social media’) en dat je andere professionals laat zien waar je mee bezig bent. En dat het lekker gaat. Of misschien nog een levensles van Steve Jobs.

Social media is het schoolplein van nu en niet meedoen is het muurbloempje zijn. Niets menselijks is ons vreemd. Het gevolg is een gigantische stroom content: berichten, blogposts, quotes, jargon, kennis en successen. En die stroom wordt alleen maar groter en generieker. Zeker op LinkedIn, waar de ‘publish your post’-button het gebruikers wel heel makkelijk maakt om informatie te delen.

We zijn online gedrilled door de etiquette van de sociale platforms waar we ons op bevinden. We doen wat volgens de regels werkt. Boodschappen worden generiek en een herhaling van zetten. Weer ‘10 onmisbare vaardigheden van de tekstschrijver’, weer ‘5 marketing-don’ts’. Weer een inkopper van Richard Branson. En weer een nieuwe marketinghype vol met jargon, marketingcode en diagrammen. Toegevoegde waarde nul.

Je zou denken dat jezelf onderscheiden dan niet moeilijk is. Feit is wel dat onderscheiden op basis van onderwerp lastig is. Maar als je aan een willekeurig onderwerp jouw verhaal en toon – en dat is een moeilijk te temmen beest – toevoegt ben je op weg. Eén voorwaarde: je moet wel met de billen bloot.

Immers, hoe gedetailleerder je op je eigen emoties en verhalen durft in te gaan, hoe geloofwaardiger je stuk wordt. Dat zijn de krenten uit de pap en die zijn vooralsnog schaars. Gebruik de kennis die je hebt en hang het op aan een persoonlijk verhaal. Met kennis alleen raak je niemand. Integreer je vakkennis met jouw verhalen en ervaringen. Schrijf tegen de verwachting van de lezer in. Stop er emotie in en noem het niet storytelling. Vergeet de regels, vergeet de online etiquette. Gebruik spreektaal. Durf uitgesproken te zijn. En er mag gelachen worden. Echt. Of om Leo Burnett te citeren, make it fun to read.

Marlene op avontuur in de wereld van de wetenschap

“Komt u college volgen, of gaat u college geven?” Bam, in één klap weer met beide benen op de grond. Dacht ik even onopgemerkt mee te gaan in de stroom jonge studenten bij de Universiteit Wageningen. Nee dus, ik word er zo tussen uitgepikt. Het is meer dan twintig jaar geleden dat ik in de collegebanken zat, en het voelt dus niet alleen onwennig, blijkbaar zie ik er ook onwennig uit.

Ik ben direct de weg kwijt bij Social Sciences, en moet een vriendelijke 20’er vragen me naar de juiste ruimte te wijzen. Nee, ik kom geen college geven. Ik kom een serie van colleges volgen. Om voorzichtig weer mijn plekje te veroveren in de wereld van de wetenschap, en de draad op te pikken waar ik die zo lang geleden achterliet.

Je hersens tot het uiterste tergen, voelen dat je het nét snapt/net niet snapt/en toch weer wel.

Destijds studeerde ik in Tilburg, aan wat toen nog – vanwege de afkorting – Katholieke Universiteit Brabant heette. Ik joeg de studie er in korte tijd doorheen, naast een parttimebaan. Als twintiger kun je zoiets. Een beetje druk was het wel, en dus was het goed dat er aan die periode een eind kwam. Maar in mijn achterhoofd bleef altijd de gedachte spelen terug te keren naar de wereld van de wetenschap.

Je hersens tot het uiterste tergen, voelen dat je het nét snapt/net niet snapt/en toch weer wel. Ideeën en concepten heen en weer gooien met medestudenten, docenten, hoogleraren; heerlijk. Hoewel de praktijk van de communicatie me prima bezighoudt en ik daar heel veel passie en enthousiasme in kwijt kan, blijft het kriebelen.

Later, als ik vijftig ben, dan ga ik nog eens terug. Dat is jarenlang het motto. En dan ineens, grote schrik, ben ik bijna vijftig. En moet het dus echt gebeuren. Na wat aarzelende schijnbewegingen (gesprekken bij mijn oude universiteit, mailtjes naar oud-docenten, een notitie ‘wat denk ik aan de wetenschap bij te kunnen dragen’) volgt een uitnodiging om te komen praten bij prof. Noëlle Aarts. Bezield en inspirerend hoogleraar Strategische Communicatie in Wageningen en bijzonder hoogleraar in Amsterdam. Ik heb haar verteld van mijn plannen een brug te slaan tussen de theorie en de praktijk van de communicatie.

Babysteps, babysteps.

In ons gesprek vliegen al snel de citaten, theorieën en namen heen en weer. Mijn voorstel een onderzoekstraject te starten naar de invloed van Storytelling (narratieve discourse) op gedragsverandering en attitude, valt in goede aarde. Er is een klik, we zien het allebei zitten en worden steeds enthousiaster. De term ‘promoveren’ valt en we stellen voorzichtig een meerjarenplan op. Een wetenschappelijk artikel over een jaar, dat wordt het eerste tussendoel. Babysteps, babysteps.

Een minuscule usb-stick boordevol literatuur krijg ik mee. Twintig jaar geleden was ik trots op de eerste floppy’s en ging het meeste nog in print. Toen was veel literatuur in het Nederlands, nu is alles Engels, ook tijdens de colleges. Maar waar ik verwacht overal laptops te zien, hanteren de meeste studenten nog pen en papier. Dus dat valt weer mee. En na het eerste kwartier heb ik mijn plek in de collegezaal weer helemaal gevonden. En na een half uur discussieer ik mee, alsof ik nooit ben weggeweest.

Stelletje Creatieven ‘durven te delen’

Screen Shot 2015-03-06 at 12.07.53Wij zijn een Stelletje Creatieven. Steffi Anderson en Martijn van Gerwen, of noem ons maar Zout en Peper. Wij zijn als onlosmakelijk duo sterk in het maken van ronde concepten. Van strategie tot uitwerking. We hebben de juiste pit om altijd net even verder te kijken dan waar om gevraagd wordt. Losse content of complete campagnes, niets vinden wij te flauw. Wij gaan iedere opdracht aan met peper in onze reet en maken smaakvolle concepten.

SAN ACCENT JURY DEELNAME
En dat doen we vanaf 9 februari vanuit het keukenkasje van david, in de vorm van een smakelijke afstudeeropdracht. Maar naast deze opdracht doen wij ook graag kennis op met wat ervaring. Deelname aan de SAN-jury bijvoorbeeld. Steffi deelt deze pittige ervaring graag met jullie:

Daar sta je dan als afstuderende student die mag mee jureren in de enige echte
SAN ACCENT-competitie. Stichting Adverteerders Nederland. Best een uitdaging al zeg ik het zelf. Vanuit het Centraal station in Utrecht naar hét hoofdkantoor van NS. Na een te verwachten vertraging, maar dat vergeef je de NS meteen als je de inrichting van het hoofdkantoor ziet. Geen verschil met een echt station. Van treincoupes tot het pingeltje gevolgd door een melding, zoals we die net op Utrecht Centraal hadden gehoord. Een klein museum van de Nederlandse Spoorwegen. Over consistentie gesproken!

Het begon met een korte briefing over het jureringproces. Wat er van ons als ‘volwaardig student jury lid’ verwacht wordt. Wat wij konden verwachten en wat onze rol was. Ondertussen zat ik alvast te stuiteren voor de persoon die kort daarna een lezing zou geven over de werking van ons brein.

‘Waarom doen we wat we doen?’ Dat is in ons mooie reclamevak natuurlijk erg handig om te weten!

Maar eerst werden we natuurlijk hartelijk welkom geheten door de enige echte voorzitter van de SAN: voormalig commercieel directeur van Center Parcs en huidige Chief Executive Officer van Bakker, Paul Geraeds. Wat informatie over de SAN uitreiking van vorige jaren hier en de uitleg over het thema van dit jaar daar. Durf te delen. Dat staat dit jaar centraal. En daar bedoelen ze ook echt alles mee. Het delen van kennis, het delen van ervaringen en – wat natuurlijk enorm opkomend is – het delen van bezit. En deze opkomst maakt het noodzakelijk dat adverteerders, bureaus en marketeers om een compleet andere manier aan hun merk moeten bouwen.

Innovatie staat als geen ander jaar zo hoog in het vaandel. En om dat te bereiken moeten we ook daarover weer kennis en informatie met elkaar delen. En dat is de gedachte die de SAN-jury oorspronkelijk uit de grond heeft doen rijzen. Een mooi rond verhaal dus.

Daarna nam hoogleraar klinische neuropsychologie aan de Universiteit van Tilburg, Margriet Sitskoorn ons mee in haar verhaal over ‘waarom we doen wat we doen’. En dat deed ze met taaie materie, in een menselijke en vermakelijke vorm. Wat mij deed stuiteren in mijn stoel. In een nutshell heeft ze ons van haar visie voorzien: dat ons doen en laten gestimuleerd wordt door 2 punten in onze hersenen. Ons genots- en pijnnetwerk. Alles wat we doen wordt aangespoord door gevoel van pijn of genot. Maar dat wordt dan weer gecontroleerd door onze pre-frontale hersenschors. Want zouden we alleen maar toegeven aan deze pijn en genots-stimuli, dan zouden we allemaal hele depressieve mensen met overgewicht zijn. Want dan zouden we geen stopknop in ons systeem hebben.

foto_davidblog_sanjury

Op dat moment komt onze pre-frontale hersenschors om de hoek kijken. Deze brengt orde en controle aan in deze stimuli en zorgt ervoor dat er gematigd pijn en genot wordt toegelaten. Maar volgens Margriet is het tegenwoordig zaak om deze hersenschors optimaal te benutten. In de huidige reclamewereld wordt overal en nergens zoveel geschreeuwd om aandacht wat zoveel stimuli door zend naar onze hersenen dat het van belang is om te filteren. Orde aanbrengen, gematigd lijden en genieten. En zouden we dit in de ultieme situatie toepassen dan staat ons niets in de weg om de superieure ‘homo sapien verus’ te worden. De verbeterde versie van ons mensen nu, de ‘homo sapien’.

Een vrouw die lekker ‘down to earth’ en menselijk ons door stroeve materie heen nam. Informatie die duidelijk maakte waarom we doen wat we doen. Informatie die verklaard waarom ik mijn ervaring van deze kick-off van de SAN jury graag met jou, als lezer, ‘durf te delen’.

PS
Als Stelletje Creatieven durven wij natuurlijk ook te delen. Onze portfoliosite bijvoorbeeld. Dus neem even een kijkje op onze smaakvolle site:
http://www.stelletje-creatieven.nl

Voor de klas

Juf Marlene
Juf Marlene doet voor hoe je een tekst schrijft
Bij david zijn we altijd nieuwsgierig. We weten veel, maar we willen nog meer weten. En we willen onze kennis delen. Een uitnodiging om gastlessen te geven bij ROC de Leijgraaf – jarenlange relatie en vaste klant van david – nemen we dan ook heel graag aan. Wij delen iets van het communicatievak met de studenten, en horen tegelijkertijd waar zij mee bezig zijn. In heel akelig jargon noem je dat ‘een win-win situatie’. Wij worden er gewoon blij van.

Collega’s Aart en Nico gaven de leerlingen van de opleiding Marketing en Communicatie een gastles over social media, in het bijzonder Facebook. En peilen hoe zij als jongeren hier mee omgaan. Ik krijg de vraag of ik wil vertellen ‘hoe je een goede tekst maakt’. Een opdracht die snel geformuleerd is, maar niet zo snel beantwoord. Ik word er, ondanks mijn ruim twintig jaar schrijfervaring, bijna zenuwachtig van. Een slechte tekst kan ik met een paar raak gekozen woorden afkraken, maar wat maakt een tekst nu goed? Deze vraag leidt tot een avondje soulsearching en gedetailleerd uitpluizen van vaardigheden die voor mij bijna automatismen zijn geworden. Heel nuttig dus, zo’n gastles, want het dwingt je je eigen aannames duchtig onder de loep te nemen.

Zo’n gastles dwingt je je eigen aannames duchtig onder de loep te nemen

 

Een modern staaltje co-creating

Ik ga van start met een mooi lijstje van uitgangspunten voor ‘de goede tekst’, die keurig op 1 A4-tje passen. En gewapend met tips van ervaringsdeskundigen; weinig theorie, veel praktijkvoorbeelden, veel interactie en veel ruimte voor vragen. Gelukkig is de groep niet al te groot; veertien derdejaars mbo-studenten kijken me op een woensdagmorgen nieuwsgierig aan. Wat weten ze al en wat niet? Ik probeer een balans te zoeken tussen de absolute basis (spelling!) en de specifieke opbouw van een nieuwsbericht. En jawel, ook de interactie is aanwezig; eerst interview ik de studenten, daarna maken we samen op basis van wat het gesprek oplevert een bericht voor de interne nieuwsbrief van De Leijgraaf. Een modern staaltje co-creating.

Vanachter de laptop formuleer ik met de leerlingen de beginselen van de tekst. De lead eerst maar, de vijf W’s. Wie, Wat, Waar, Wanneer en Waarom. Herkenning alom, want dat heeft de leraar ook verteld. Maar niet al mijn vuistregels blijken bekend. De notitieblokken komen tevoorschijn, en er wordt driftig genoteerd. Nu voel ik me een echte leraar. Helaas scoor ik niet alleen voldoendes; mijn gehannes met de toetsen van een onbekende laptop móet wel opvallen. Na de vraag ‘schrijf je normaal alles nog met je pen?’, ben ik weer helemaal terug op aarde.

De dames en heren zeventienjarigen en ik werken verder aan de tekst en tussendoor probeer ik discussies uit te lokken. Wat moet de volgende zin zijn, welke info missen we nog, wat is de beste omschrijving? Dat valt nog niet mee, een beetje fatsoenlijke tekst schrijven en lesgeven tegelijk. Mijn aandacht switcht tussen tekst en klas, klas en tekst. Dat vreet energie. Ik krijg steeds meer bewondering voor de echte docenten van De Leijgraaf.

We werken gestaag verder, en als de anderhalf uur voorbij zijn, zijn we naar mijn idee op de helft van het artikel. Jammer, maar de tassen worden al gepakt, en de leerlingen dringen naar de deur voor de volgende les. Even nog samen op de foto en dan zijn ze weer weg.

Als er nog eens een les gevuld moet worden; mij mogen ze bellen

Hoe ze het ervaren hebben? Dat blijft gissen. Sommige gezichten bleven blanco, anderen studenten deden aardig mee. Volgens docent Freek de Koning is een kijkje in de echte praktijk voor leerlingen enorm waardevol. ‘Dan zien ze pas hoe het er echt aan toegaat.’

De klas is duidelijk weer een beetje wijzer geworden
De klas is duidelijk weer een beetje wijzer geworden

Ga ik zelf een carrièreswitch maken? Het lesgeven is goed bevallen. Pittig, maar wat is er leuker dan jongeren enthousiast maken voor je eigen passies; schrijven en communicatie. Er zijn nog zoveel dingen waar ik over zou willen vertellen, en waarover ik hun ideeën wil horen. Als er nog eens een les gevuld moet worden; mij mogen ze bellen. Maar dan oefen ik van tevoren wel even met die laptop.

Help, waar moeten we na zondag over praten?

Waar moeten we het na zondag, als de Olympische Spelen afgelopen zijn, in hemelsnaam over gaan hebben? Bij de koffie, op het werk, of thuis op de bank? Na een zomer vol beelden van sportlijven – voetballen, tennis, wielrennen – kunnen we er nog steeds niet genoeg van krijgen.

Alles van de OS2012 London is nieuws. Niet alleen de sportieve prestaties op zich, maar ook de commentatoren die de beelden van teksten voorzien. En het reikt verder dan de gespecialiseerde sportkanalen. Ik zag een verslaggever van het roddelmagazine RTL Boulevard met een bos bloemen en een gouden medaille naar het huis van Hans van Zetten snellen, om hem te onderscheiden voor zijn historische commentaar. Hans van Zetten, die al meer dan 25 jaar op dezelfde aimabele en deskundige manier ons langs de acrobatische turncapriolen loodst, is nu ineens een volksheld geworden.

En Epke Zonderland zelf benadert de status van Olympische godheid. Op YouTube circuleren filmpjes waarin mensen met te veel vrije tijd de hele kür van The Flying Dutchman in Lego hebben nagebootst. Met commentaar van Van Zetten, natuurlijk. ‘’En hij staat!”

Zoals bij alle grote wereldwijde evenementen, spelen commercie en reclame gretig in op de Olympische hype. Dat levert soms vermakelijke taferelen op. Hoeveel mensen melden niet trots op Twitter dat ze in het #HHH zijn, waarmee ze keurig in het straatje lopen van Nederlandse grootste promofeestcafe in de Engelse hoofdstad.

Heineken doet dat overigens geweldig, daar kunnen we het allemaal over eens zijn. De Engelse kwaliteitskrant The Guardian gaf het Holland Heineken House de eerste plaats in een overzicht van nationale huldiginglocaties. Misschien dat het HHH ook de Nieuw-Zeelanders even onderdak kan bieden, want het Kiwi House is tijdelijk gesloten wegens een uit de hand gelopen barbecuefeestje. (Jawel, een serieus bericht vanmorgen bij het NOS radio-journaal.)

Het aantal Olympische inhaakreclame-acties staat op het moment van tikken van deze blog volgens Adformatie op 60. Zo vraagt Adidas in een mooi staaltje co-creating om via social media je favoriete OS-moment te sturen, waarna een van hun ontwerpers een schoen zal maken gebaseerd op dat moment. Je kunt weekendjes naar London winnen, een gouden plak, een zeilpolo, de lijst is bijna eindeloos. #OS2012 is trending topic en je zou wel gek zijn als je daar niet op mee probeert te liften. De naamsbekendheid van grote sponsors als Heineken, NS, Rabobank en Randstad stijgt met sprongen door hun inhaakacties.

De naamsbekendheid van grote sponsors stijgt met sprongen door hun inhaakacties

En niet alleen de grote jongens, ook de kleine visjes in de reclamezee profiteren mee. Voor zover ze dat mogen, want het IOC waakt over ‘oneigenlijk gebruik’ van hun Olympische ringen en de term Olympisch. Zo werden the bakery round the corner in London en een damesbreiclubje geconfronteerd met dreigende brieven van het IOC omdat ze het gewaagd hadden de vijf ringen te gebruiken in gebakjes en breipatronen.

Over versieringen op het menselijk lichaam heeft het Internationaal Olympisch Comité blijkbaar geen enkele zeggenschap, en het is opvallend om te zien hoe veel sporters zich in de voorbereiding voor London 2012 hebben getooid met de bekende symbolen. Op ruggen, buiken, schouderbladen, bij navels, de vijf ringen komen overal voorbij. Een tattoo als inspiratie voor supersportprestaties.

Mooi dat op die manier de aloude Olympische symbolen en daarmee ook de Olympische gedachte ‘verbroedering door sport’ levend blijven. Baron De Coubertin zou er blij mee zijn geweest.

En ook met de campagne van British Airways, die een gouden medaille in de categorie reclamecampagnes verdient, zo vinden velen. In the true spirit van solidariteit, teamgeest en verbroedering stelt het bedrijf ‘Don’t fly, support Team GB’. Prachtig gewaagd. Wat British Airways mogelijk misloopt aan inkomsten, wint ze dubbel en dwars terug aan goodwill en imago. En zo gaan de Olympische idealen en reclame hand in hand.

O ja, voor maandag bij het koffieautomaat: dit weekeind begint de nationale voetbalcompetitie weer!

Land in zicht: afstudeerder tussen wal en schip

Als afstuderend student zit ik momenteel in de laatste fase van mijn afstudeertraject bij david. Met land in zicht is dit een mooi moment om een blik te werpen op de wereld waar ik over een maand, met mijn papiertje op zak, in terechtkom.

Een wereld waarin op vrijdagmiddag blogleesrecords worden verbroken en waar een lach verschijnt op het gezicht van de betrokkenen. We hebben het geflikt! Targets zijn gehaald en bovenal; er is creatief werk geleverd waarover gepraat wordt.

Creatief werk? Daar gaat het om. In de 20e eeuw zijn we gewend geraakt aan de notie dat creatief werk afkomstig is van zeer begaafde mensen, die op speciaal daartoe bestemde plekken werkten: de schrijver Roald Dahl op zijn kamertje of een kunstenaar als Pablo Picasso in zijn atelier.

Wanneer ik deze notie koppel aan een bureau zie ik dat de mensen binnen een bureau ook vaak werken op speciaal daartoe bestemde plekken. De schrijver (copywriter) en kunstenaars (art director & vormgever) samen in een kamer, de leider (projectmanager) op een eiland en de uitkijk (account) in het kraaiennest op zoek naar nieuw gebied. Dit alles overzien door een of meerdere kapiteins (directie) die de koers bepalen.

Vaak is er stilte voor de storm.

Als het stormt zal een schip met goede aansturing en teamwork de juiste koers blijven varen. Een enkeling zal sneuvelen maar wanneer het land is bereikt komt hier weer een nieuweling voor terug.

Als de bemanning in aanraking komt met bijvoorbeeld een voorheen onbekend land verbinden ze dat wat ze treffen met dat wat ze al weten en…er ontstaat creativiteit. Creatief werk komt weer voort uit hetgeen wat iemand doet met deze creativiteit. Geef een Afrikaan klompen en hij zal er eerder water uit gaan drinken dan ze aantrekken.

Wanneer de copywriter, art director en vormgever bij het veroveren van een nieuw project uit de kamer komen om te kijken waar ze mee te maken hebben verbinden ze al hun inzichten om zo tot creatieve communicatieconcepten te komen. De projectmanager neemt op zijn beurt plaats op het eiland, gaat creatief om met de huidige stand van zaken en combineert dit met zijn eigen kennis om het project te leiden terwijl de accountmanager er via verkenning alles aan doet om weer aan nieuwe projecten te komen.

Onder toeziend oog van de directie neemt iedereen zijn plek in om elk op zijn manier creatief werk te leveren waarna het schip, soms met een omweg, weer huiswaarts keert.

Omwegen worden genomen om iets nieuws te ontdekken, hieruit vloeit creatief werk. Ondertussen verbond de nieuweling zijn kennis met die van de bemanning, zette zijn oranjeauto op het schip, nam de omweg en plaatste een stukje creatief werk op dit blog.

Ruud Persoons (Studeert binnenkort af aan de opleiding Communicatie & Multimediadesign in Breda.)

Creatie op volle toeren

Inspiratie, we kunnen niet zonder. En als het nodig is, rijden we er dan ook rustig voor naar Rotterdam. In het prachtige gebouw van LantarenVenster vond afgelopen donderdag de derde editie van Creatie op Locatie plaats. Aart, Twan en Walter waren erbij, of althans…

Een gemiste afslag en wat onvermijdelijk fileleed bracht de drie heren net iets te laat op locatie (zucht), waardoor de opening met Erik Kessels werd gemist. Overigens zou later blijken dat het gehele programma vertraagd was en dat zij nog makkelijk aan hadden kunnen schuiven, maar dat terzijde.
Het zat de organisatie van Creatie op Locatie sowieso niet mee. Een sponsor trok zich op het laatste moment terug, waarmee een gat in het programma ontstond. Helaas wilde het toch al ontspoorde dagprogramma niet meer op de rails komen, waardoor inspiratie- en vaksessies gehaast verliepen.

Aart bij Creatie op Locatie
Aart had zijn eigen inspiratiesessie

Daarom niet getreurd, de koffie smaakte goed, de petitfours ook en wanneer er dan ook nog wat oude bekenden opduiken kan zo’n middag helemaal niet meer stuk.

Onze creatieven op locatie bezochten sessies van o.a. Marco Grandia, Garech en Declan Stone (The Stone Twins), Anne Miltenburg (Lava) en Christian Borstlap.
Marco Grandia vertelde als regisseur van grote producties voor onder meer Adidas en Turkish Airlines hoe heerlijk het is om soms zonder kaders te kunnen werken en lekker wat ‘aan te kunnen klooien’. De vrolijke broers van The Stone Twins lieten ons aan de hand van de onlangs verschenen inspiratiegids A catalogue of crap zien hoe zij gevormd zijn als creatieven. (En waren zo sympathiek om aan de pakweg twintig geïnteresseerden crap catalogues uit te delen.) Anne Miltenburg liet zien en beleven dat het niet makkelijk is om een wereldwijd begrepen (beeld)taal vorm te geven. En Christian Borstlap gaf een kijkje in zijn vindingrijke hoofd, waarmee hij eerder dit jaar terecht een D&AD Award binnenhaalde.

Het was een interessante middag in druilerig Rotterdam. Overlopend van inspiratie en voorzien van een plastic goodiebag vol reclamefolders kropen de helden van de harde weg terug richting Brabant.