Kijk, een krent

krent

Dit blog is een constaterend blog. Het ziet, leest, ontdekt en legt verbanden. Zonder verdere empirische onderbouwing. Verder leer je op dit blog overigens weinig. Dat is niet bedoeld als waardeoordeel, het heeft zich zo ontwikkeld. Al verbanden leggend kwam blog Henry van der Horst tegen.

Henry schrijft slogans en aanbiedingen op weekmarktborden, soms vergezeld van een koddige illustratie van bijvoorbeeld een worst. Hij is weekmarktreclamebordschrijver. Je kent ze vast, die polystrene borden. Hij schrijft op de vele weekmarkten van Nederland. Bijna niemand doet wat Henry doet en niemand doet het zo goed als Henry. Nooit bij stilgestaan, maar dat typische weekmarkthandschrift komt dus gewoon uit één en dezelfde pen. Of beter gezegd een viltstift. Die van Henry. Hij is zijn eigen verhaal en daarmee 100% onderscheidend.

Blog sprak onlangs ook met G. Hij adviseert kleine ondernemers met behulp van visuele businessplannen. Dat is veel graven en ontdekken wat speelt bij – in zijn geval – met name start ups en middelgrote ondernemingen. G. vroeg zich af hoe het komt dat zo weinig van zijn klanten concreet voor ogen hebben wat ze nou eigenlijk willen en waar ze nou eigenlijk echt voor staan. En dus wat hen onderscheidend maakt. Als je dat niet weet is de kans groot dat je communiceert als een kip zonder kop.

Voor G. is dat goede business.

In de start up fase van zijn bedrijfje ontbrak het G. nog aan een eigen stem. Omdat de ongeschreven regels van social media ook hem onder druk zetten om actief deel te nemen, citeerde hij online regelmatig Simon Sinek. Doet hij niet meer. Hij heeft inmiddels zijn eigen stem gevonden, net als Henry van der Horst. Nu G.’s klanten nog.

Twee voorbeelden van – in dit geval – ondernemers die authentiek hebben leren communiceren en zich daarmee onderscheiden. Dat is voor velen nog steeds een regelrechte uitdaging. Blog constateert een vorm van ‘onpersoonlijk overdelen’ die stilaan een beetje begint te knagen. Misschien omdat we weten waar het vandaan komt. Namelijk de druk om mee te roepen en te delen.

Een dergelijke vorm van sociale druk is op zich niet zo vreemd. Er wordt nu eenmaal van je verwacht dat je deelneemt aan de dialoog (zie een willekeurige opsomming zoals ‘de 10 keiharde regels voor jouw business succesvol op social media’) en dat je andere professionals laat zien waar je mee bezig bent. En dat het lekker gaat. Of misschien nog een levensles van Steve Jobs.

Social media is het schoolplein van nu en niet meedoen is het muurbloempje zijn. Niets menselijks is ons vreemd. Het gevolg is een gigantische stroom content: berichten, blogposts, quotes, jargon, kennis en successen. En die stroom wordt alleen maar groter en generieker. Zeker op LinkedIn, waar de ‘publish your post’-button het gebruikers wel heel makkelijk maakt om informatie te delen.

We zijn online gedrilled door de etiquette van de sociale platforms waar we ons op bevinden. We doen wat volgens de regels werkt. Boodschappen worden generiek en een herhaling van zetten. Weer ‘10 onmisbare vaardigheden van de tekstschrijver’, weer ‘5 marketing-don’ts’. Weer een inkopper van Richard Branson. En weer een nieuwe marketinghype vol met jargon, marketingcode en diagrammen. Toegevoegde waarde nul.

Je zou denken dat jezelf onderscheiden dan niet moeilijk is. Feit is wel dat onderscheiden op basis van onderwerp lastig is. Maar als je aan een willekeurig onderwerp jouw verhaal en toon – en dat is een moeilijk te temmen beest – toevoegt ben je op weg. Eén voorwaarde: je moet wel met de billen bloot.

Immers, hoe gedetailleerder je op je eigen emoties en verhalen durft in te gaan, hoe geloofwaardiger je stuk wordt. Dat zijn de krenten uit de pap en die zijn vooralsnog schaars. Gebruik de kennis die je hebt en hang het op aan een persoonlijk verhaal. Met kennis alleen raak je niemand. Integreer je vakkennis met jouw verhalen en ervaringen. Schrijf tegen de verwachting van de lezer in. Stop er emotie in en noem het niet storytelling. Vergeet de regels, vergeet de online etiquette. Gebruik spreektaal. Durf uitgesproken te zijn. En er mag gelachen worden. Echt. Of om Leo Burnett te citeren, make it fun to read.

Kijk, een krent

Marlene op avontuur in de wereld van de wetenschap

“Komt u college volgen, of gaat u college geven?” Bam, in één klap weer met beide benen op de grond. Dacht ik even onopgemerkt mee te gaan in de stroom jonge studenten bij de Universiteit Wageningen. Nee dus, ik word er zo tussen uitgepikt. Het is meer dan twintig jaar geleden dat ik in de collegebanken zat, en het voelt dus niet alleen onwennig, blijkbaar zie ik er ook onwennig uit.

Ik ben direct de weg kwijt bij Social Sciences, en moet een vriendelijke 20’er vragen me naar de juiste ruimte te wijzen. Nee, ik kom geen college geven. Ik kom een serie van colleges volgen. Om voorzichtig weer mijn plekje te veroveren in de wereld van de wetenschap, en de draad op te pikken waar ik die zo lang geleden achterliet.

Je hersens tot het uiterste tergen, voelen dat je het nét snapt/net niet snapt/en toch weer wel.

Destijds studeerde ik in Tilburg, aan wat toen nog – vanwege de afkorting – Katholieke Universiteit Brabant heette. Ik joeg de studie er in korte tijd doorheen, naast een parttimebaan. Als twintiger kun je zoiets. Een beetje druk was het wel, en dus was het goed dat er aan die periode een eind kwam. Maar in mijn achterhoofd bleef altijd de gedachte spelen terug te keren naar de wereld van de wetenschap.

Je hersens tot het uiterste tergen, voelen dat je het nét snapt/net niet snapt/en toch weer wel. Ideeën en concepten heen en weer gooien met medestudenten, docenten, hoogleraren; heerlijk. Hoewel de praktijk van de communicatie me prima bezighoudt en ik daar heel veel passie en enthousiasme in kwijt kan, blijft het kriebelen.

Later, als ik vijftig ben, dan ga ik nog eens terug. Dat is jarenlang het motto. En dan ineens, grote schrik, ben ik bijna vijftig. En moet het dus echt gebeuren. Na wat aarzelende schijnbewegingen (gesprekken bij mijn oude universiteit, mailtjes naar oud-docenten, een notitie ‘wat denk ik aan de wetenschap bij te kunnen dragen’) volgt een uitnodiging om te komen praten bij prof. Noëlle Aarts. Bezield en inspirerend hoogleraar Strategische Communicatie in Wageningen en bijzonder hoogleraar in Amsterdam. Ik heb haar verteld van mijn plannen een brug te slaan tussen de theorie en de praktijk van de communicatie.

Babysteps, babysteps.

In ons gesprek vliegen al snel de citaten, theorieën en namen heen en weer. Mijn voorstel een onderzoekstraject te starten naar de invloed van Storytelling (narratieve discourse) op gedragsverandering en attitude, valt in goede aarde. Er is een klik, we zien het allebei zitten en worden steeds enthousiaster. De term ‘promoveren’ valt en we stellen voorzichtig een meerjarenplan op. Een wetenschappelijk artikel over een jaar, dat wordt het eerste tussendoel. Babysteps, babysteps.

Een minuscule usb-stick boordevol literatuur krijg ik mee. Twintig jaar geleden was ik trots op de eerste floppy’s en ging het meeste nog in print. Toen was veel literatuur in het Nederlands, nu is alles Engels, ook tijdens de colleges. Maar waar ik verwacht overal laptops te zien, hanteren de meeste studenten nog pen en papier. Dus dat valt weer mee. En na het eerste kwartier heb ik mijn plek in de collegezaal weer helemaal gevonden. En na een half uur discussieer ik mee, alsof ik nooit ben weggeweest.

Marlene op avontuur in de wereld van de wetenschap

Stelletje Creatieven ‘durven te delen’

Screen Shot 2015-03-06 at 12.07.53Wij zijn een Stelletje Creatieven. Steffi Anderson en Martijn van Gerwen, of noem ons maar Zout en Peper. Wij zijn als onlosmakelijk duo sterk in het maken van ronde concepten. Van strategie tot uitwerking. We hebben de juiste pit om altijd net even verder te kijken dan waar om gevraagd wordt. Losse content of complete campagnes, niets vinden wij te flauw. Wij gaan iedere opdracht aan met peper in onze reet en maken smaakvolle concepten.

SAN ACCENT JURY DEELNAME
En dat doen we vanaf 9 februari vanuit het keukenkasje van david, in de vorm van een smakelijke afstudeeropdracht. Maar naast deze opdracht doen wij ook graag kennis op met wat ervaring. Deelname aan de SAN-jury bijvoorbeeld. Steffi deelt deze pittige ervaring graag met jullie:

Daar sta je dan als afstuderende student die mag mee jureren in de enige echte
SAN ACCENT-competitie. Stichting Adverteerders Nederland. Best een uitdaging al zeg ik het zelf. Vanuit het Centraal station in Utrecht naar hét hoofdkantoor van NS. Na een te verwachten vertraging, maar dat vergeef je de NS meteen als je de inrichting van het hoofdkantoor ziet. Geen verschil met een echt station. Van treincoupes tot het pingeltje gevolgd door een melding, zoals we die net op Utrecht Centraal hadden gehoord. Een klein museum van de Nederlandse Spoorwegen. Over consistentie gesproken!

Het begon met een korte briefing over het jureringproces. Wat er van ons als ‘volwaardig student jury lid’ verwacht wordt. Wat wij konden verwachten en wat onze rol was. Ondertussen zat ik alvast te stuiteren voor de persoon die kort daarna een lezing zou geven over de werking van ons brein.

‘Waarom doen we wat we doen?’ Dat is in ons mooie reclamevak natuurlijk erg handig om te weten!

Maar eerst werden we natuurlijk hartelijk welkom geheten door de enige echte voorzitter van de SAN: voormalig commercieel directeur van Center Parcs en huidige Chief Executive Officer van Bakker, Paul Geraeds. Wat informatie over de SAN uitreiking van vorige jaren hier en de uitleg over het thema van dit jaar daar. Durf te delen. Dat staat dit jaar centraal. En daar bedoelen ze ook echt alles mee. Het delen van kennis, het delen van ervaringen en – wat natuurlijk enorm opkomend is – het delen van bezit. En deze opkomst maakt het noodzakelijk dat adverteerders, bureaus en marketeers om een compleet andere manier aan hun merk moeten bouwen.

Innovatie staat als geen ander jaar zo hoog in het vaandel. En om dat te bereiken moeten we ook daarover weer kennis en informatie met elkaar delen. En dat is de gedachte die de SAN-jury oorspronkelijk uit de grond heeft doen rijzen. Een mooi rond verhaal dus.

Daarna nam hoogleraar klinische neuropsychologie aan de Universiteit van Tilburg, Margriet Sitskoorn ons mee in haar verhaal over ‘waarom we doen wat we doen’. En dat deed ze met taaie materie, in een menselijke en vermakelijke vorm. Wat mij deed stuiteren in mijn stoel. In een nutshell heeft ze ons van haar visie voorzien: dat ons doen en laten gestimuleerd wordt door 2 punten in onze hersenen. Ons genots- en pijnnetwerk. Alles wat we doen wordt aangespoord door gevoel van pijn of genot. Maar dat wordt dan weer gecontroleerd door onze pre-frontale hersenschors. Want zouden we alleen maar toegeven aan deze pijn en genots-stimuli, dan zouden we allemaal hele depressieve mensen met overgewicht zijn. Want dan zouden we geen stopknop in ons systeem hebben.

foto_davidblog_sanjury

Op dat moment komt onze pre-frontale hersenschors om de hoek kijken. Deze brengt orde en controle aan in deze stimuli en zorgt ervoor dat er gematigd pijn en genot wordt toegelaten. Maar volgens Margriet is het tegenwoordig zaak om deze hersenschors optimaal te benutten. In de huidige reclamewereld wordt overal en nergens zoveel geschreeuwd om aandacht wat zoveel stimuli door zend naar onze hersenen dat het van belang is om te filteren. Orde aanbrengen, gematigd lijden en genieten. En zouden we dit in de ultieme situatie toepassen dan staat ons niets in de weg om de superieure ‘homo sapien verus’ te worden. De verbeterde versie van ons mensen nu, de ‘homo sapien’.

Een vrouw die lekker ‘down to earth’ en menselijk ons door stroeve materie heen nam. Informatie die duidelijk maakte waarom we doen wat we doen. Informatie die verklaard waarom ik mijn ervaring van deze kick-off van de SAN jury graag met jou, als lezer, ‘durf te delen’.

PS
Als Stelletje Creatieven durven wij natuurlijk ook te delen. Onze portfoliosite bijvoorbeeld. Dus neem even een kijkje op onze smaakvolle site:
http://www.stelletje-creatieven.nl

Stelletje Creatieven ‘durven te delen’

Jongeren niet gemotiveerd? Echt wel!

Interviews

Jongeren van nu zijn lui, ongeïnteresseerd en niet gemotiveerd. En zeker mbo-leerlingen, daar is helemaal niks mee te beginnen. De stereotypen zijn algemeen bekend. In hun nieuwe boek ‘Motivatie binnenstebuiten’ stellen Huub Nelis en Yvonne van Sark van YoungWorks dat jongeren wel degelijk te motiveren zijn. Je moet alleen weten hóe. Daar kunnen we bij bureau david over meepraten. En jawel, ‘zelfs’ mbo’ers kun je ergens warm voor krijgen.

Het nieuwe boek van YoungWorks, bureau voor jongerencommunicatie, is de opvolger van het succesvolle ‘Puberbrein binnenstebuiten’ uit 2009. Nelis en Van Sark verklaren hierin het gedrag van pubers aan de hand van de ontwikkeling van hun brein. Ze boden hiermee ouders en opvoeders handvaten voor het omgaan met onvoorspelbare pubers.

Motivatie binnenstebuiten

‘Motivatie binnenstebuiten’ richt zich specifiek op de vraag of en hoe jongeren gemotiveerd kunnen worden. De schrijvers hebben voor het antwoord hulp gezocht bij praktijkdeskundigen en bij jongeren zelf.

Een van hun conclusies luidt dat jongeren best te motiveren zijn, maar dat ze hun motivatie vooral zoeken en vinden op manieren die volwassenen niet verwachten. Nelis en Van Sark geven praktische tips om de motivatie te stimuleren. ‘Zoek enthousiasme, interesses en wensen. Moedig dromen aan, het is belangrijk te luisteren naar passie’.

‘Ze doen niks, ze leren niks en ze willen niks’

Adviezen die ons bij david bekend in de oren klinken. Dagelijks zijn wij aan het werk voor onderwijsinstellingen waaronder twee roc’s; ROC Midden Nederland en ROC de Leijgraaf. Wij kennen het negatieve imago waarmee het mbo-onderwijs worstelt en de verhalen die over mbo-leerlingen verteld worden. Ze doen niks, ze leren niks en ze willen niks, daar komt het zwart/wit gezegd op neer. Je hoort het zo vaak dat je er bijna in gaat geloven.

Bijna, want iedere keer weer komen we in de praktijk jongeren tegen die het tegendeel bewijzen. YoungWorks zegt over jongeren van nu, “de vernislaag is eraf”. Daar moeten we ze een beetje gelijk in geven. De eerste aanblik kan soms wat stekelig zijn of ronduit intimiderend. Maar door die buitenste schil prik je snel heen. Investeer wat tijd en energie, en je komt uit bij een beleefde, geïnteresseerde en jawel zelfs gemotiveerde kern.

De kunst is een verbinding te maken met jongeren op een manier die hen aanspreekt. Hoe je dat doet? Natuurlijk door de vakliteratuur bij te houden, onderzoeken te lezen, enquêtes te houden bij je doelgroep maar vooral door tijd met jongeren door te brengen. En dat doen wij dus ook. Aanwezig zijn op school, lopen in de gangen, vragen waar ze mee bezig zijn, luisteren naar hun muziek, kijken naar hun games en praten, praten, praten.

‘Praten, praten, praten’

Als het je lukt om een klik te krijgen, dan zie je de leukste dingen ontstaan. Leerlingen van nu leven in een onderhandelingscultuur en nemen niet zomaar iets aan alleen op basis van autoriteit. Dat maakt de interactie met hen misschien lastiger maar wel uitdagender. Je moet met inhoudelijke argumenten komen om ze mee te krijgen. Dat vergt wat van je, maar dat is alleen maar mooi toch?

Voor ROC de Leijgraaf toeren we momenteel door Brabant met een groep leerlingen die filminterviews afnemen bij topmensen uit het regionale bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Toen david dit idee ging voorstellen in de klas, waren de eerste reacties niet hoopgevend: ‘Hoeveel krijgen we hiervoor betaald’ en ‘Wat gebeurt er als ik het gewoon niet doe?’. We gingen toch aan de slag, en de eersten aan de beurt waren vier stoere heren die vooral naar elkaar wezen toen het tijd was een interviewer te bepalen. Uiteindelijk was Sjoerd de sigaar, en nam hij zijn plek in voor de camera. Tegenover hem een big shot uit de internationale zakenwereld. Al na enkele minuten was duidelijk dat we voor onze ogen een talent geboren zagen worden. Sjoerd luisterde geboeid, hij vroeg door, hij was betrokken bij het gesprek; kortom ‘watch out Hilversum, uit Brabant komt een nieuwe lichting tv-journalisten’.
Het interview verliep zo goed dat de ondernemer nog heel lang met de mbo-studenten heeft nagepraat. Over doelen en passie, over studeren en werken en over het leven. De vonk van Sjoerd sloeg over op zijn klasgenoten en ook zij raakten enthousiast. Want voor jongeren is niks zo belangrijk als peer-pressure en “doen wat je vrienden doen”.

‘Ik wist niet dat ik dit kon en dat het zo leuk zou zijn’

Deze ervaring is geen uitzondering. Behalve Sjoerd hebben we bij onze rondgang nog meer interviewtalenten ontdekt. En veel belangrijker; zij hebben zichzelf ontdekt. “Ik wist niet dat ik dit kon, en dat het zo leuk zou zijn” is al vaak voorbij gekomen. Sjoerd denkt er over meer in deze richting te gaan doen. Net als Nanda, die ook helemaal op haar plek is voor de camera. Nog een extra interview draaien? Geen probleem, wanneer willen jullie me hebben? Het enthousiasme en de motivatie spatten er van af.

En dat maken we regelmatig mee met mbo-leerlingen. Dat maakt het omgaan met jongeren binnen en buiten het onderwijs zo leuk en motiveert óns om ons werk te doen.

Jongeren niet gemotiveerd? Echt wel!

Welke bureaus bungelen binnenkort in de marge?

Welke bureaus bungelen binnenkort in de marge?

Een wc-tegelwijsheid leert ons dat we nooit te oud zijn om te leren. Anno 2014 kun je maar beter ook nooit te oud zijn om te veranderen. Mijn vader werkte 40 jaar voor de overheid. In die 40 jaar is hij één keer van functie veranderd en één keer van werkplek. Teveel zekerheid ondermijnt de noodzaak tot veranderen. Bedrijven en organisaties gedragen zich wat dat betreft niet veel anders dan de mens.

De reclame- en communicatiewereld (waar david ook deel van uitmaakt) is meester in het zichzelf schijnbaar veranderen. Aan de basis is echter helemaal niet zoveel veranderd. De reclamewereld is in wezen een conservatieve wereld. Bureaus verpakken hun bestaande boodschap doorgaans steeds weer opnieuw. Geef ze een maatschappelijke ontwikkeling en ze draaien er een schitterende strik omheen. Veel bureaus zijn zoekende. Wie door de jaren bladert, leest steeds weer hetzelfde reclamebureauverhaal. Weliswaar leest het als een pageturner, in de basis is het oude wijn in nieuwe zakken.

De reclame- en communicatiewereld innoveert onvoldoende en werkt veelal op basis van dogma’s die al in de vorige eeuw zijn opgetekend. Tijdens de hoogtijdagen van tv, radio, krant en tijdschrift. Dat is oud en roestig DNA. Doelgroepdenken, zenden, middelendenken, psychologie van de koude grond: het zit verweven in de genen van de sector.

Vooralsnog blijft het bij zenden, en zenden en zenden en duwen en forceren en afdwingen en schreeuwen en roeptoeteren. Want dat is waar bureaus goed in zijn. Dat is roestig DNA in een cultuur die grote moeite heeft met innoveren. Moeite met het daadwerkelijk kunnen en durven veranderen.

De realiteit is dat de sector zo goed als stilstaat.

De oude aanpak werkt niet meer, aandacht is niet meer te koop. Stilstaan – met de technologische en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen die gaande zijn – is schadelijk. Niet alleen voor reclame- en communicatiebureaus, maar ook voor de merken, organisaties, bedrijven en instellingen waar bureaus voor werken. Veel opdrachtgevers zitten in hetzelfde schuitje. Voor de crisis zaten ze in een zetel, warmpjes in de wet van de remmende voorsprong. Daar word je lui van. En gek genoeg werkte dat prima.

Totdat de massa in opstand komt. Dat is precies wat er gebeurd is. Een stille revolutie opgewekt door een crisis en gedeeld door internet en social media. Een platform waar de wantrouwende consument, geïrriteerd door een gebrek aan vertrouwen de baas is. De oude waarden worden niet meer geloofd. Dat is een aardverschuiving.

Uit de onvrede die borrelt, ontstaan nieuwe ontwikkelingen. Een nieuwe vorm van betrokkenheid. Het daadwerkelijk anders willen en doen. In dienst van de mens. Soms uit sociaal-maatschappelijk oogpunt, soms omdat er ook op andere manieren geld verdiend kan worden. Soms door een combinatie van die twee. Ontwikkelingen die aangemoedigd worden door de nieuwe generaties.

Daar zijn we nu.

AirB&B, Uber, Peerby en Kickstarter, de lijst is eindeloos. Stuk voor stuk succesvolle (young) start ups. En stuk voor stuk volledig connected met hun doelgroepen. Connected met het hart en met het hoofd. Reclame zoals we reclame kennen, speelt binnen deze bedrijven geen enkele rol van betekenis. Communicatiemiddelen? Zij zijn het middel. AirB&B al eens zien zenden? Kleine kans. Het zit niet in z’n dna. Luisteren, delen en betrekken wel. En ja, ook geld verdienen.

Het succes van genoemde bedrijven is niet aan komen waaien. Het is het gevolg van goed luisteren en samen een goed idee ontwikkelen. Maar ook van relevante content delen en durven veranderen, blijven veranderen. Betekenisvol zijn. Met de doelgroep meebewegen. De succesvolle nieuwe bedrijven van nu doen niets meer alleen. Ze worden gekenmerkt door een sterke interne cultuur, het leveren van ervaringen en het creëren van communities.

Daar sta je dan als reclame- en communicatiewereld. Bureaus die vanuit middelendenken blijven opereren, gaan het niet redden.

Bureaus die nu niet veranderen bungelen binnenkort in de marge

Daarom herijkt david zich en keren wij ons binnenste buiten. Wij hebben bijvoorbeeld nog geen idee of we ons over een jaar ook nog ‘een communicatiebureau’ noemen. Wie weet. Maar wat zijn we dan wel? Dat gaan we onderzoeken. Wat is onze rol in deze veranderingen? Hoe passen wij daarin? Wat moeten wij veranderen?

Dat proces doorlopen we as we speak. Geen tijdelijke verpakking of nieuw kek stijltje meer. Maar een zoektocht hoe wij als bureau oprecht verbonden kunnen zijn met onze opdrachtgevers, de consument, de gebruiker, de deler, de criticaster, de gebruikmaker, de social companies. Dat is een vernieuwing en die doorlopen we omdat we geloofwaardig willen zijn in wie we zijn en wat we kunnen betekenen voor én samen met onze opdrachtgevers.

En natuurlijk werken we door. Nieuwe invloeden en veranderingen zullen worden geïnitieerd. Ze maken ons werk alleen maar beter.

Welke bureaus bungelen binnenkort in de marge?

De Nieuwe Lichting

_MG_7486

Na de zomervakantieperiode worden bij david steevast tafels leeggeruimd. Soms maar een. Soms drie. Zoals nu. De tafels zijn hard nodig. De nieuwe lichting stagiairs heeft zicht namelijk gemeld. Wat een jeugdigheid, wat een enthousiasme en wat een hoop nieuwe ideeën. Wij leren hen de praktijk van het vak en zij herinneren ons aan onze stages. We stellen ze graag aan je voor.
Mariël van den OeverDit is Mariël van den Oever. Mariël loopt stage bij david. Op dit moment zit zij in het laatste jaar van de opleiding Mediavormgeving aan het Sint Lucas in Boxtel. Dat is studeren in de grote stad aangezien Mariël op een boerderij in het dorpje Mariaheide woont. In haar vrije tijd vindt Mariël het leuk om creatief bezig te met fotografie. Kan ze na het fotograferen lekker aan de slag met Photoshop. Koken en nieuwe recepten ontdekken en uitproberen vind ze ook leuk. En ze is 3 keer per week op het voetbalveld van de Vorstenbossche Boys (standaard 5e klasse H).

Grafische vormgeving en fotografie hebben we al genoemd. Webdesign nog niet. Tijdens haar stage hoopt Mariël daar meer over te leren. Over stage gesproken. Ze verwacht bij david een quote – ontzettende leuke tijd te hebben – unquote. Wij doen onze best. Mariël loopt tot januari 2015 stage. Daarna gaat ze terug naar school, om af te studeren.
Sander BroeksteegDit is Sander Broeksteeg. Hij wordt wel eens verward met Kevin Strootman, maar dan zonder ‘de lelijke neus”. Sander stelt met name de gastvrijheid van david erg op prijs en de veronderstelling dat bij david ‘alles mag en alles kan’. Oh? Naar het schijnt heeft ‘een hooggeplaatst’ iemand bij david hem dat op het hart gedrukt. We leggen Sander de nuance van dat motto gaandeweg zijn stage wel uit. Tenslotte is Sander van mening dat david een aantrekkelijke klantenlijst heeft. En dat is ook zo.

Vóór zijn stage bij david heeft Sander stage gelopen bij een klein reclamebureau. Hij is toe aan een ‘grote’ uitdaging. Voor zijn huidige opleiding Crossmedia vormgeving had Sander al een studie afgerond, namelijk Allround Desktop Publishing. Opgeteld blijkt dat zijn stage bij david de vierde stage is die hij gaat lopen. Hij is dus al behoorlijk door de wol geverfd. Onze verwachting ligt hoog. Heel hoog. Daarom draait Sander al flink met opdrachten mee. Sterker nog, onlangs nog hebben we hem gebombardeerd tot campagnefotograaf. Doet ie ook gewoon.

Sander is een fanatiek volleyballer bij Saturnus in Uden. Aan die kwaliteit hebben we bij david niet zo heel veel. Gelukkig is hij wel bereid zich om te scholen tot tafelvoetballer. Dat gaat vooralsnog met horten en stoten. Hij verwacht na de tafelvoetbalopleiding goed genoeg te zijn om zijn maten in de kroeg te verslaan. Hij oefent – as we speak – aan z’n ‘Strootmannetje’, een bliksemsnelle tegendraadse beweging met de rechterpols die leidt naar de rechterbovenhoek.
Stefan van de WeijerDit is Stefan van de Weijer, derdejaars student aan de Avans Hogeschool in Den Bosch. Stefan studeert er Communicatie & Multimedia Design. Hij studeert wat? We doen een poging. Oké, let op. Hij leert nieuwe mediavormen bedenken en ontwerpen voor het inzetten van promotionele doeleinden.

Zozo.

Dat heeft al geleid tot echt de meest vreemde opdrachten die je je maar kunt voorstellen. Bijvoorbeeld acteren in een plantenbak. Het schrijven en zingen van een Romeo en Julia-lied en het uitvinden van een werkende toverstok. Ja beste lezers: Stefan zit op de Hogwarts School of Witchcraft and Wizardry.

Dat verklaart tevens zijn keuze voor david. It’s magic stupid! Stefan is quote – graag betrokken bij het ontwikkelen van ideeën om zo cases op te kunnen lossen – unquote. Daarnaast wil hij zichzelf graag trainen om efficiënter te kunnen werken met de tools van Adobe en de ontwerpprincipes. Wat hij ab-so-luut niet wil is in een strak pak naar zijn stage gaan. Er moet wel gelachen kunnen worden terwijl hij zijn skills verbetert. Nu kun je ook in een strak pak best lachen, maar niet bij david. Wij lachen meestal in jeans. Je skills verbeteren kan bij david wel. De som van al zijn wensen en verwachtingen brachten hem bij david. Hij verwacht hier te kunnen werken aan zijn stagedoelen én aan de tafelvoetbalskills waar hij al jaren van droomt.

Stefan heeft een grote wens die hij graag wil delen. Hij wil graag zoveel mogelijk mensen uitdagen om samen met hem een Romeo en Julia-lied te schrijven, te zingen en van een clip te voorzien zodat jullie samen beroemd kunnen worden. Je kunt Stefan mailen via creatie@david-raakt.nl. Succes!

De Nieuwe Lichting

De blogposttitel is dood, lang leve de 5 beste blogposttitelvarianten ooit

5manieren

Een jaar of twee geleden voorspelde een zekere marketinggoeroe het einde van de blog. Twitter zou het nieuwe bloggen worden. Marketinggoeroes roepen wel vaker gekke dingen, maar deze goeroe ging met de hoofdprijs naar huis.

Inmiddels weten we wel beter: de blog is helemaal niet dood. Sterker nog, de blog is ijzersterk. We (ik generaliseer) lezen zelfs weer teksten van meer dan 1.000 woorden. Dat noemen we dan longreads. En we willen er zelfs voor betalen! Het moet niet gekker worden.

Social media heeft de mens een wereldwijd platform gegeven om op te communiceren en dat gebruiken we massaal. Omdat het kan en voor iedereen bereikbaar is, niet omdat er per se een noodzaak is. Hoe urgent kunnen al die duizenden blogposts per dag zijn?

Maar uiteindelijk is het de giftige, enthousiaste en/of deskundige pen van de blogger die het onderscheid maakt. Voordat je dat onderscheid als lezer kunt ervaren, moet je een blogpost lezen en voordat je die kunt lezen moet de schrijver eerst je aandacht vinden. Een uitdaging, want in de steegjes van social media is het dringen geblazen.

Dan heb je stopkracht nodig. Net als in de reclame. Een hoofdenomdraaier, in blogland ook wel bekend als ‘De Titel’.

Een beetje blogger weet natuurlijk hoe effectief een titel kan zijn. Dat betekent niet dat een beetje blogger weet ook hoe je een titel goed (lees ‘niet te vermijden’) toepast. Dat blijkt al snel na een rondje internetfavorieten. Wat blijkt? A. Vooral op marketingsites is het genieten. B. De titel is een goed gevulde trukendoos. En C. Een generieke titel voorspelt de lezer weinig goeds. Uit de online titelsoep kunnen we enkele terugkerende varianten trekken.

Een top 5 met persoonlijke favorieten.

  1. De Lijstjes.
  2. De Merknamen.
  3. De in 9 stappen tot iets komen.
  4. De Hoe en Waarom.
  5. De Lang leve.

De ‘Lijstjes’-variant staat met stip bovenaan. De mens houdt nu eenmaal van lijstjes. Top vijfjes zijn populair. Vijf is namelijk behapbaar. Tien is eigenlijk al too much (daarom kom je veel top 9-lijstjes tegen) en de top 2000 hoor je alleen op de radio.

Ook immens populair is de ‘Merknamen’-variant. Perfect voor de luie blogger. Je scoort namelijk zonder daar veel moeite voor te hoeven doen. Zet Google Glass in je titel, dan weet je zeker dat we verder lezen.

Dan is er ook nog de ‘In 9 stappen tot iets komen’-variant. Ontzettend populair. In 9 stappen naar het beste blog ooit. Deze variant zit een beetje in het vaarwater van de ‘Hoe en Waarom’-variant. Met één belangrijk verschil: het cijfer. Het is concreet: in 9 stappen beter worden in iets. Wie wil dat nou niet?

Iets minder populair, maar nog steeds succesvol is de net genoemde ‘Hoe en Waarom’-variant. Hoe schrijf je een killer blogpost en waarom? Daarmee speel je direct in op een behoefte.

En nog net in de top 5: de ‘Lang leve’-varianten. Lang leve het beste blog ooit! Dat is nog eens een uitnodiging voor een feestje.

Een eervolle vermelding is er voor de ‘Waarschuwing vooraf’-variant (ook wel de ‘Pas op!’-variant genoemd). Ook deze heeft een indrukwekkende ‘succesrate’. Waarschuwing: lees dit alleen als je nog nooit een rake titel hebt geschreven!

Een eervolle vermelding is er ook voor de ‘Vraagteken’-variant. Recht op je doel af: de lezer alvast een vraag voorschotelen die hij daarvoor nog niet had. Dacht je altijd al dat jouw blogtitels episch waren?

Daarnaast mogen titels gerust lang zijn. We herkennen de ‘2-zinnen’-variant en zelfs de ‘3-zinnen’-variant. Enzovoorts, et cetera.

BAM en welkom duizenden nieuwe lezers.

Al deze varianten zijn effectieve maniertjes om in te spelen op je nieuwsgierigheid. Ze hebben een benefit, er valt iets te halen: kennis, het antwoord op een vraag, een voordeeltje, een lach. Al deze titels hebben overigens nog iets gemeen. Ze doen precies wat elke regel tekst in een blogpost ook zou moeten doen: de lezer overtuigen om verder te lezen.

Daarnaast is een titel – mits goed toegepast – een verhaaltje op zich. Op slate.com bijvoorbeeld weten ze dat als geen ander. Het zijn echte koppensnellers daar. Die schudden de pareltjes zo uit hun mouw, met altijd weer die typische Amerikaanse pakkende speelsheid in de woordkeuze. Dat krijg je als je de blogtitelregels naast je neerlegt. Welke regels? Nou, deze bijvoorbeeld.

Ken jij blogposttitels die uitblinken in creativiteit, knulligheid, onnozelheid, vindingrijkheid? Laat het ons weten, we zijn benieuwd.

De blogposttitel is dood, lang leve de 5 beste blogposttitelvarianten ooit