Tafelvoetbal is ook oorlog

Kun je vissticks, een oranje auto en tafelvoetbal op enigszins coherente en logische wijze aan elkaar schrijven in een blog? Ik denk van wel, en ik ga proberen dat hier te bewijzen.

Voetbal is de belangrijkste bijzaak die er is, wordt vaak gezegd. De komende weken gaan wij Nederlanders aan elkaar en aan de rest van de wereld tonen hoezeer dat voor ons geldt.

Uren kunnen we erover praten, en dan toch vooral de mannen. Het is de enige bijzaak waar tv-programma’s over worden gemaakt die vooruitkijken op een evenement, vervolgens live verslag doen en daarna tot in den treure analyseren wat zich heeft afgespeeld op de voetbalmat. Dat kan zeer amusant zijn, als humoristische voetbalkenners zich aan die analyses wagen. Zelfs ik, als vrouw, kijk mee als Van der Gijp op tv zijn zegje doet.

Voor voetbal hebben we veel over, zo blijkt in een deze week verschenen boek over Voetbalmoeders; de moeders van bekende Nederlandse profvoetballers. Het verhaal van moeder De Jong (van Nigel) trof me het meest. Tot de dag van vandaag is het lievelingsgerecht van miljonair  Nigel een simpel bordje vissticks. Waarom? Zijn alleenstaande moeder had zo weinig geld dat ze haar kinderen geen vlees voor kon zetten. Maar Nigel moest als veelbelovend talentje toch gezonde dingen binnenkrijgen, dus koos ze voor vissticks. Tien vissticks voor een gulden  destijds, en dan had haar zoon toch een bord vol. Een mooi voorbeeld van wat een Nederlands gezin overheeft voor de ambities van een voetbalzoon.

Dat waren de vissticks en moeder De Jong, nu over naar de oranje auto. De opofferingen van de voetbalmoeders  (altijd maar naar de training rijden, kilo’s vuil wasgoed, ieder weekeind langs de lijn) behoren tot dezelfde categorie als de bezieling die de doorsnee voetbalfan overvalt wanneer het Nederlands elftal moet spelen. We schamen ons nergens voor. Al ruim voor Koninginnedag lagen zelfs de sjiekste winkels vol met allerhande oranje prullaria. Die meteen – handig – kan worden ingezet bij het EK.

Bij david zijn we net gewone mensen; wij doen lekker mee. Zo kwam stagiair Ruud aanrijden in een totaal gepimpte oranje-auto. Waarmee hij zich zelfs zonder gène op de openbare weg waagt. Nu al, weken voordat de Nederlandse voetballers hebben laten zien dat ze hun royale salaris waard zijn. Maar je bent gek van het spelletje of je bent het niet.

En zo kom ik bij de piéce de rèsistance; het Brabants Bureau Toernooi 2012 (BBT) Aan Tafel. Georganiseerd door ons eigen david, omdat mijn collega’s vorig jaar de onnoemelijke eer te beurt viel met de eerste prijs te gaan strijken. Wat voor het reguliere voetbal geldt, geldt net zo zeer of misschien nog wel meer voor het tafelvoetbal. Tafelvoetbal is een reuze gewichtige bijzaak.

Bij mijn allereerste bezoek aan david kon ik er niet omheen; de tafelvoetbaltafel neemt een prominente plaats in op de werkvloer. Na een ochtend of een middag hard werken aan mooie reclamecampagnes en communicatie-uitingen, kan het zomaar ineens gebeuren dat vier mannen als bij toverslag tegelijk opspringen om met een verbeten trek op hun gezicht plaats te nemen rond de tafel.

Tafelvoetbal is ook oorlog, net als de grote broer. Een klein grapje is nog wel toegestaan, maar niet al te veel, merkte ik al snel. En vrouwen aan de tafel is al net zo iets als vrouwen op het veld; je kunt het niet verbieden maar eigenlijk is het geen gezicht.

Vrouwen aan tafel is net zoiets als vrouwen op het veld; geen gezicht

Gelukkig ben ik wel welkom als supporter, op vrijdag 8 juni in het stadion van FC Oss. En we zoeken ook nog steeds teams (twee of drie spelers) van reclame- en communicatiebureaus waartegen de david-mannen hun titel kunnen verdedigen.  Op www.brabantsbureautoernooi.nl staat alle informatie.

Als je wilt, mag je helemaal in het oranje komen. In een oranje auto. En op speciaal verzoek serveer ik vanaf de tribune borden met vissticks. En daarmee is het cirkeltje rond.

Doe mij effe een header en wat tekst

Een medium an sich is niet meer onderscheidend. Het is een van de vele onderdelen van een communicerende potpourri: een haakwerk van legio doelgroepen en legio manieren om ze te bereiken. Met zoveel vormen van media is een doortimmerd en in de breedte inzetbaar campagneconcept veel belangrijker.

Een laag dieper is het pas echt interessant. Want als de media zelf onbelangrijker worden of in sommige gevallen zelfs helemaal verdwijnen, dan blijft alleen de boodschap over. En een boodschap communiceer je met beeld en/of met copy. De rest is dressing.

Maar wacht eens even. Was copy niet afgeschreven? Niemand las toch nog? We wilden toch vooral plaatjes kijken. Het gevolg was dat copy slonk naar het niveau ‘begeleidend schrijven’. Een onbetekenende flard tekst voor de uitleg, waar je geen vakmensen meer voor nodig had. Copy werd het ondergeschoven kindje: “Doe mij effe een header en wat uitleg. Wacht, laat ook maar. Ik doe het zelf wel even. Net zo makkelijk.” 

Daar sta je dan als copywriter.

Copy is vooral slachtoffer geworden van nieuwe media die vroegen om andere regels en een andere invulling. En zoals dat gaat bij de introductie van een nieuw medium, middel of platform gaat dat vaak gepaard met een hype. Een golf van enthousiasme waarin we allemaal om het hardst schreeuwen dat dit het helemaal gaat worden. Zoals we onlangs nog met z’n allen over bijvoorbeeld Pinterest buitelden. Tjonge jonge.

Zo zijn er de laatste jaren heel wat van dergelijke golven aan land gekomen en weer weggespoeld. Want wat communicatie in al die golven in veel gevallen vooral miste was houvast. Een basis om op door te communiceren. Met woorden die de communicerende potpourri bij elkaar houdt en verbindt. Kortom, een verhaal dat klopt en waarmee je raakt.

Copy is een overlever. De hernieuwde populariteit is het gevolg van actie/reactie. Na een jarenlange (gephotoshopte) beelddominantie wil de consument weer lezen en geraakt worden door woorden. Deze nieuwe waardering past in de stijgende behoefte naar authenticiteit en echtheid onder consumenten.

Schrijven om te verleiden wordt weer een ambacht. Het is inlevingskracht pur sang. Elk woord is functioneel en afgewogen, en het resultaat van hard werk. En copy is hardnekkig. Wat dat betreft is het net een coltrui: denk niet dat hij nooit meer zal terugkomen. Welke andere trui houdt je nek warm? Dat geldt ook voor copy, want hoe leg je iets uit zonder woorden?

Copy is klaar voor deze hernieuwde waardering. Want zelf heeft het niet stilgezeten, overtuigd van zijn waarde. En dus zijn er tijdens de afgelopen jaren van drooglegging tientallen kilometers copy geschreven. Copy heeft een groot geloof in het woord en is tot aan de tanden gewapend met scherpte. Copywriters wrijven in hun handen.

Ren voor je leven! Daar komt De Planning!

Wie al wat langer meedraait in de reclamewereld – met name op de studio of als creatief – heeft ongetwijfeld aan den lijve ondervonden dat Dé Planning (met hoofdletters en accent) een meedogenloze levensvorm is van de planeet Excel. Een plek waar Het Creëren onderdrukt wordt door een alleenheerser, genaamd De Deadline.

Ongeacht hoe je het omschrijft, feit is dat Het Creëren en Dé Planning elkaar soms behoorlijk in de weg zitten. Blog legt graag uit waarom.

Eerst de zwaktes. Dé Planning heeft twee natuurlijke vijanden en één interne vijand. Zijn natuurlijke vijanden zijn het ‘tussendoortje’ en ‘de volledige afdeling Creatie’: ook wel – zoals bovenstaand – Het Creëren genoemd. Het tussendoortje vreet zich hongerig in Dé Planning en nestelt zich daar. Dat schopt de boel van binnenuit lekker in de war.

Het Creëren is van een andere orde. Het Creëren heeft hetzelfde effect op Dé Planning als de Chinese Muur. Je komt er gewoon niet overheen. Het is een verzetsbeweging.

Zetten we wat feiten over Dé Planning op een rijtje dan zien we het volgende. Om te beginnen heeft hij nul (lees nul) inlevingskracht. En: hij is een narcist. Wat anderen van hem vinden laat hem volkomen koud. Verder: hij heeft geen mening en zal zich niet bekommeren om jouw persoonlijke strubbelingen met het behalen ervan.

Nog een: een creatief vraagt, ‘wanneer moet het klaar zijn’? Het antwoord: ‘vorige week’. En deze: Dé Planning heeft als enige persoonlijke bewakers. Tenslotte nog deze: Dé Planning heeft zóveel ingebouwde obstakels en hindernissen, dat je al struikelt bij de eerste aanzet en als net aangereden wild doorrolt tot aan de deadline.

Oei. Dat is in elk opzicht het tegenovergestelde van Het Creëren.

Dan Het Creëren. Bij david maakt het zijn eigen planning. Dat is een puur persoonlijke werkplanning en geenszins vergelijkbaar met Dé Planning. Het is een sterk afgewaterde en werkvriendelijke versie van de projectplanning die zich grotendeels afspeelt in het hoofd van de creatief. Volledig onbereikbaar voor de planningbewakers. De feiten: Het Creëren laat zich lastig inplannen. Het heeft moeite om te luisteren, heeft altijd meer tijd nodig, nooit minder en heeft een broertje dood aan begrenzing.

Oei. Dat is precies het tegenovergestelde van De Planning.

We zien dus dat Dé Planning en Het Creëren uitersten zijn die elkaar ondanks dat heel hard nodig hebben. Ze werken immers niet alleen maar voor zichzelf. Een verstandshuwelijk lijkt daarmee geboren: een waarbij nog wel eens met het servies wordt gesmeten. Net als Yin & Yang, Rutte & Wilders en Laurel & Hardy.

Het verraderlijke voor beiden is dat Dé Planning nooit alleen is. In de basis is hij een multikoppige levensvorm. En elke kop wil hetzelfde: tijd. Dat is lastig voor Het Creëren. Het verzet zich en probeert te overleven. Op dat moment komt de interne vijand van Dé Planning bovendrijven: namelijk hijzelf. De verschillende Planningen beginnen elkaar te bijten. Een bloedbad dreigt, een held is nodig. En dus grijpt Het Creëren in en ‘poldert’ zo een oplossing tussen de bijtende planningen.

Concluderend kunnen we stellen dat Dé Planning Het Creëren in toom houdt en Het Creëren in Dé Planning een brug naar de overkant heeft gevonden. Want zonder hem blijft Het Creëren creëren totdat het uitgeput neerploft. Met andere woorden: Het Creëren rijdt maar Dé Planning stuurt. En totdat iemand een beter idee heeft, zullen beide kanten van de muur het samen moeten zien te rooien.

Succes!

This just came in: naar het schijnt wordt er binnenkort bij david een integraal plansysteem geintroduceerd. Dé Planning juicht, Het Creëren is voorzichtig optimistisch.

Stage lopen bij david: leren doe je niet alleen

De reclamewereld is een kleine wereld. Een waarin talent alle ruimte krijgt om zich te ontwikkelen. Dat is maar goed ook, want met het individuele talent van je medewerkers kan je als bureau het verschil maken. Daartegenover staat dat een van de zorgen in de bureauwereld een toenemend gebrek aan talentvolle, begeesterde nieuwe mankracht is.

In de middeleeuwen van het reclamevak diende talent zich zelf aan en leerde al doende. Men belandde in het vak, vooral copywriters waaiden aan. Anno 2012 is voor elke marketing- en communicatieniche een opleiding. Voor opleiders is het blijkbaar ook lastig om de wispelturige reclamewereld te vangen in passende opleidingen.

Verschillende disciplines zijn steeds meer verweven en de technische mogelijkheden groeien hard. Daarnaast is de werkelijkheid van het bureau vaak hectisch en verwachtingsvol. Elementen die je niet in de schoolbank leert.

david is net als elk ander reclamebureau gebaat bij nieuwe gemotiveerde talentvolle mensen. De basis leer je op school, maar het vak zelf leer je maar op één plek en dat is in de praktijk. Die kans moet je wel krijgen. Daarom zijn stages een wezenlijk onderdeel van een opleiding. Aan ons als bureau de taak om onze stagiaires goed te begeleiden en ze niet zomaar in het diepe te gooien.

Stagiaries

Volop ruimte voor ontplooiing bij david. Van links naar rechts: Guus, Domeyko en Ruud.

Een van onze stagiaires is Guus van der Heijden. Guus is 2e jaar student aan de opleiding Art & Media aan het Rijn IJssel College. Hij staat bij david met een been in de studio en het andere bij de afdeling creatie. Met een duidelijke doelstelling. Guus: “Ik wil graag een beter beeld krijgen van de sector, de werkprocessen van begin tot einde. Ik wil graag weten hoe het er real life aan toe gaat, dat leer je niet op school. Toen ik bij david begon wist niet wat ik moest verwachten, maar het is leuk hier. Ik ben ervan overtuigd dat ik bij david veel kan leren.”

Dat laatste horen we natuurlijk graag.

Stagiaire Ruud Persoons is het daarmee eens: “Ik heb bij een bureau in de Randstad stage gelopen, maar daar was het toch vooral productie, productie, productie. Bij david krijg ik meer ruimte.”

Zo is dat.

Ruud studeert Communicatie & Multimediadesign bij Avans in Breda en is bezig aan zijn laatste jaar. Ruud: “Ik doe onderzoek naar de relatie tussen Laco (klant david) en zijn doelgroep. Hoe ziet die relatie eruit, zien de klanten Laco als een merk, waar kan de relatie verbeterd worden? Zulke vragen probeer ik door middel van onderzoek te beantwoorden. Een leuk project om te doen. In mijn onderzoek komt alles samen wat ik de laatste 4 jaar heb geleerd.”

david maakt zich graag sterk voor goede stageplekken. Op elk moment van het jaar is daarom minstens één stagiaire actief. Op dit moment zijn er dat drie, want naast Guus en Ruud loopt Domeyko Valderrama stage op de studio. Domeyko studeert Crossmedia vormgeving (4e jaar) aan de Eindhovense School en werkt momenteel bij david aan zijn meesterproef.

We proberen onze stagiaires zo dicht mogelijk te betrekken bij de praktijk van alledag. Tijdens de periode dat een stagiaire bij ons stage loopt is hij of zij een van onze collega’s. En ook al kunnen we voor een stagiaire maar een paar maanden mentor zijn, in die paar maanden kunnen we hem of haar heel veel leren.

En wie weet, bevalt de praktijk en hebben we een stagiaire laten zien hoe je goed werk op een leuke manier maakt. Belangrijk is dat we als reclamebureau zoeken naar toekomstige collega’s die niet alleen het reclamevak begrijpen en weten wat van hen verlangt wordt, maar vooral net als ons begeesterd zijn van het vak.

Roparun: alleen voor benen als staalkabels

Trouwe david-praat-raaklezers weten al van de zachte kant van david. Onze persoonlijke verhalen die in het achterland van ons bureau bijdragen aan wie david aan de voorzijde is. En die verhalen kunnen zomaar over surfmuziek gaan en zorromaskers. Of over het tunen van en modderracen met een Suzuki. Wildbreien voor de klas. Baarden laten staan en daarover discussiëren. Blogs over van alles en nog wat. En over sport. In het bijzonder over hardlopen voor een goed doel.

Het echte talent van david is overigens bepaald niet sportief. Maar wat betreft doorzettingsvermogen en wilskracht schittert david weldegelijk. Waarom wil een weldenkend mens anders deelnemen aan de 520 kilometer lange Roparun? Je leest het goed: 520 kilometer estafettelopen van Parijs naar de Coolsingel in Rotterdam.

Volgens Walter – creatief directeur van david en momenteel druk in de weer met een interne geldophaalcampagne – is de Roparun op elk vlak een mooie uitdaging. Sportief, persoonlijk, voor z’n linkerknie en zelfs creatief. Want geld collecteren voor het Roparunteam loopt nu eenmaal een stuk beter als de actie wordt ondersteund door enkele blitse communicatiemiddelen zoals een website. Wij treffen Walter bij de koffieautomaat.

Blog: Alleen een beetje melk, toch?

Walter: Ja.

Blog: Alsjeblieft.

Walter: Dank je.

Blog: Ik lees dat elk teamlid tijdens de Roparun zo’n 65 kilometer moet hardlopen, in 48 uur. Dat is nogal wat, vind je ook niet?

Walter: Ach. Kijk, de voorbereidingen lopen gestaag. Letterlijk en figuurlijk. Ik geef toe, het is flink aanpoten momenteel maar ik lig goed op schema. Geen zorgen dus.

Blog: Je lijkt voor de duvel niet bang. Wat heeft je overtuigd om deel te nemen? Je plan was eigenlijk om de halve marathon van Berlijn te lopen.

Walter: De Roparun heeft meer kilometers. Meer uitdaging.

Blog: En een goed doel.

Walter: Uiteraard. Vooral een goed doel. Dat is mijn belangrijkste motivatie. De opbrengst is voor projecten ter ondersteuning van mensen met kanker. Daar voel ik een grote persoonlijke betrokkenheid bij. De ziekte heeft zich al te vaak gemanifesteerd bij mensen in mijn directe omgeving.

Blog: Je doet mee op persoonlijke titel en bent momenteel bezig met een fanatieke geldophaalactie.

Walter: Natuurlijk. Mensen willen gerust doneren maar hebben wel eens een zetje nodig. Daar zorg ik voor. Ook dat loopt als een trein.

Blog: Je bent erg zelfverzekerd.

Walter: ‘Tuurlijk, wat is het ergste dat kan gebeuren, dat ik strand in de binnenlanden van Vlaanderen of Noord-Frankrijk?

Blog: Niet mee lachen, dat kan absoluut desastreus zijn. Al eens in Waasmunster geweest? Waas-voor-je-ogen-munster.

Walter: Nee, nog nooit geweest.

Blog: Dat ligt aan de Durme in Oost-Vlaanderen en er is niks te beleven. Wel lekker bier trouwens. En Lokerse paardenworst.  

Walter: Over een paar maanden weet ik nog steeds niets van Waasmunster. Ik ga er namelijk doorheen knallen, zo snel ga ik.

Blog: Toe maar. Dat zijn grote woorden.

Walter: Even serieus. Ik hoef geen toptijd te lopen, ik – en het team – moeten vooral zoveel mogelijk geld ophalen. Dan gaat het lopen vanzelf wel.

Blog: Dat lukt aardig. Ik hoorde dat je zelfs een wachtlijst hebt voor lotkopers.

Walter: Ik zet je graag wat hoger op de lijst als je wilt.

Blog: Ik heb al lootjes, dank je.

Walter: En je weet ook al dat je kans maakt op een Mercedes C180 CGI Blue Efficieny.

Blog: Dat is geen overtuigend argument, mijnheer reclamemaker. Ik doe het voor het goede doel.

Walter: Ook goed. Dat was het?

Blog: Ik zou zeggen succes, maar als ik je zo hoor heb je dat niet echt nodig.

Walter: Dank je en inderdaad: niet nodig. Ik heb namelijk deze twee jongens (klopt met zijn vlakke hand op zijn bovenbenen – red.)

Blog: Famous last words?

Walter: Koop loten! Ik ga er harder van lopen. Dat beloof ik. En like onze Facebook-pagina!

Je leest het. Wie de twee jongens van Walter wil steunen of meer wil weten gaat naar de Facebook-pagina van Lions Bernheze Roparun.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.