Jongeren niet gemotiveerd? Echt wel!

Interviews

Jongeren van nu zijn lui, ongeïnteresseerd en niet gemotiveerd. En zeker mbo-leerlingen, daar is helemaal niks mee te beginnen. De stereotypen zijn algemeen bekend. In hun nieuwe boek ‘Motivatie binnenstebuiten’ stellen Huub Nelis en Yvonne van Sark van YoungWorks dat jongeren wel degelijk te motiveren zijn. Je moet alleen weten hóe. Daar kunnen we bij bureau david over meepraten. En jawel, ‘zelfs’ mbo’ers kun je ergens warm voor krijgen.

Het nieuwe boek van YoungWorks, bureau voor jongerencommunicatie, is de opvolger van het succesvolle ‘Puberbrein binnenstebuiten’ uit 2009. Nelis en Van Sark verklaren hierin het gedrag van pubers aan de hand van de ontwikkeling van hun brein. Ze boden hiermee ouders en opvoeders handvaten voor het omgaan met onvoorspelbare pubers.

Motivatie binnenstebuiten

‘Motivatie binnenstebuiten’ richt zich specifiek op de vraag of en hoe jongeren gemotiveerd kunnen worden. De schrijvers hebben voor het antwoord hulp gezocht bij praktijkdeskundigen en bij jongeren zelf.

Een van hun conclusies luidt dat jongeren best te motiveren zijn, maar dat ze hun motivatie vooral zoeken en vinden op manieren die volwassenen niet verwachten. Nelis en Van Sark geven praktische tips om de motivatie te stimuleren. ‘Zoek enthousiasme, interesses en wensen. Moedig dromen aan, het is belangrijk te luisteren naar passie’.

‘Ze doen niks, ze leren niks en ze willen niks’

Adviezen die ons bij david bekend in de oren klinken. Dagelijks zijn wij aan het werk voor onderwijsinstellingen waaronder twee roc’s; ROC Midden Nederland en ROC de Leijgraaf. Wij kennen het negatieve imago waarmee het mbo-onderwijs worstelt en de verhalen die over mbo-leerlingen verteld worden. Ze doen niks, ze leren niks en ze willen niks, daar komt het zwart/wit gezegd op neer. Je hoort het zo vaak dat je er bijna in gaat geloven.

Bijna, want iedere keer weer komen we in de praktijk jongeren tegen die het tegendeel bewijzen. YoungWorks zegt over jongeren van nu, “de vernislaag is eraf”. Daar moeten we ze een beetje gelijk in geven. De eerste aanblik kan soms wat stekelig zijn of ronduit intimiderend. Maar door die buitenste schil prik je snel heen. Investeer wat tijd en energie, en je komt uit bij een beleefde, geïnteresseerde en jawel zelfs gemotiveerde kern.

De kunst is een verbinding te maken met jongeren op een manier die hen aanspreekt. Hoe je dat doet? Natuurlijk door de vakliteratuur bij te houden, onderzoeken te lezen, enquêtes te houden bij je doelgroep maar vooral door tijd met jongeren door te brengen. En dat doen wij dus ook. Aanwezig zijn op school, lopen in de gangen, vragen waar ze mee bezig zijn, luisteren naar hun muziek, kijken naar hun games en praten, praten, praten.

‘Praten, praten, praten’

Als het je lukt om een klik te krijgen, dan zie je de leukste dingen ontstaan. Leerlingen van nu leven in een onderhandelingscultuur en nemen niet zomaar iets aan alleen op basis van autoriteit. Dat maakt de interactie met hen misschien lastiger maar wel uitdagender. Je moet met inhoudelijke argumenten komen om ze mee te krijgen. Dat vergt wat van je, maar dat is alleen maar mooi toch?

Voor ROC de Leijgraaf toeren we momenteel door Brabant met een groep leerlingen die filminterviews afnemen bij topmensen uit het regionale bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Toen david dit idee ging voorstellen in de klas, waren de eerste reacties niet hoopgevend: ‘Hoeveel krijgen we hiervoor betaald’ en ‘Wat gebeurt er als ik het gewoon niet doe?’. We gingen toch aan de slag, en de eersten aan de beurt waren vier stoere heren die vooral naar elkaar wezen toen het tijd was een interviewer te bepalen. Uiteindelijk was Sjoerd de sigaar, en nam hij zijn plek in voor de camera. Tegenover hem een big shot uit de internationale zakenwereld. Al na enkele minuten was duidelijk dat we voor onze ogen een talent geboren zagen worden. Sjoerd luisterde geboeid, hij vroeg door, hij was betrokken bij het gesprek; kortom ‘watch out Hilversum, uit Brabant komt een nieuwe lichting tv-journalisten’.
Het interview verliep zo goed dat de ondernemer nog heel lang met de mbo-studenten heeft nagepraat. Over doelen en passie, over studeren en werken en over het leven. De vonk van Sjoerd sloeg over op zijn klasgenoten en ook zij raakten enthousiast. Want voor jongeren is niks zo belangrijk als peer-pressure en “doen wat je vrienden doen”.

‘Ik wist niet dat ik dit kon en dat het zo leuk zou zijn’

Deze ervaring is geen uitzondering. Behalve Sjoerd hebben we bij onze rondgang nog meer interviewtalenten ontdekt. En veel belangrijker; zij hebben zichzelf ontdekt. “Ik wist niet dat ik dit kon, en dat het zo leuk zou zijn” is al vaak voorbij gekomen. Sjoerd denkt er over meer in deze richting te gaan doen. Net als Nanda, die ook helemaal op haar plek is voor de camera. Nog een extra interview draaien? Geen probleem, wanneer willen jullie me hebben? Het enthousiasme en de motivatie spatten er van af.

En dat maken we regelmatig mee met mbo-leerlingen. Dat maakt het omgaan met jongeren binnen en buiten het onderwijs zo leuk en motiveert óns om ons werk te doen.

Jongeren niet gemotiveerd? Echt wel!

Welke bureaus bungelen binnenkort in de marge?

Welke bureaus bungelen binnenkort in de marge?

Een wc-tegelwijsheid leert ons dat we nooit te oud zijn om te leren. Anno 2014 kun je maar beter ook nooit te oud zijn om te veranderen. Mijn vader werkte 40 jaar voor de overheid. In die 40 jaar is hij één keer van functie veranderd en één keer van werkplek. Teveel zekerheid ondermijnt de noodzaak tot veranderen. Bedrijven en organisaties gedragen zich wat dat betreft niet veel anders dan de mens.

De reclame- en communicatiewereld (waar david ook deel van uitmaakt) is meester in het zichzelf schijnbaar veranderen. Aan de basis is echter helemaal niet zoveel veranderd. De reclamewereld is in wezen een conservatieve wereld. Bureaus verpakken hun bestaande boodschap doorgaans steeds weer opnieuw. Geef ze een maatschappelijke ontwikkeling en ze draaien er een schitterende strik omheen. Veel bureaus zijn zoekende. Wie door de jaren bladert, leest steeds weer hetzelfde reclamebureauverhaal. Weliswaar leest het als een pageturner, in de basis is het oude wijn in nieuwe zakken.

De reclame- en communicatiewereld innoveert onvoldoende en werkt veelal op basis van dogma’s die al in de vorige eeuw zijn opgetekend. Tijdens de hoogtijdagen van tv, radio, krant en tijdschrift. Dat is oud en roestig DNA. Doelgroepdenken, zenden, middelendenken, psychologie van de koude grond: het zit verweven in de genen van de sector.

Vooralsnog blijft het bij zenden, en zenden en zenden en duwen en forceren en afdwingen en schreeuwen en roeptoeteren. Want dat is waar bureaus goed in zijn. Dat is roestig DNA in een cultuur die grote moeite heeft met innoveren. Moeite met het daadwerkelijk kunnen en durven veranderen.

De realiteit is dat de sector zo goed als stilstaat.

De oude aanpak werkt niet meer, aandacht is niet meer te koop. Stilstaan – met de technologische en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen die gaande zijn – is schadelijk. Niet alleen voor reclame- en communicatiebureaus, maar ook voor de merken, organisaties, bedrijven en instellingen waar bureaus voor werken. Veel opdrachtgevers zitten in hetzelfde schuitje. Voor de crisis zaten ze in een zetel, warmpjes in de wet van de remmende voorsprong. Daar word je lui van. En gek genoeg werkte dat prima.

Totdat de massa in opstand komt. Dat is precies wat er gebeurd is. Een stille revolutie opgewekt door een crisis en gedeeld door internet en social media. Een platform waar de wantrouwende consument, geïrriteerd door een gebrek aan vertrouwen de baas is. De oude waarden worden niet meer geloofd. Dat is een aardverschuiving.

Uit de onvrede die borrelt, ontstaan nieuwe ontwikkelingen. Een nieuwe vorm van betrokkenheid. Het daadwerkelijk anders willen en doen. In dienst van de mens. Soms uit sociaal-maatschappelijk oogpunt, soms omdat er ook op andere manieren geld verdiend kan worden. Soms door een combinatie van die twee. Ontwikkelingen die aangemoedigd worden door de nieuwe generaties.

Daar zijn we nu.

AirB&B, Uber, Peerby en Kickstarter, de lijst is eindeloos. Stuk voor stuk succesvolle (young) start ups. En stuk voor stuk volledig connected met hun doelgroepen. Connected met het hart en met het hoofd. Reclame zoals we reclame kennen, speelt binnen deze bedrijven geen enkele rol van betekenis. Communicatiemiddelen? Zij zijn het middel. AirB&B al eens zien zenden? Kleine kans. Het zit niet in z’n dna. Luisteren, delen en betrekken wel. En ja, ook geld verdienen.

Het succes van genoemde bedrijven is niet aan komen waaien. Het is het gevolg van goed luisteren en samen een goed idee ontwikkelen. Maar ook van relevante content delen en durven veranderen, blijven veranderen. Betekenisvol zijn. Met de doelgroep meebewegen. De succesvolle nieuwe bedrijven van nu doen niets meer alleen. Ze worden gekenmerkt door een sterke interne cultuur, het leveren van ervaringen en het creëren van communities.

Daar sta je dan als reclame- en communicatiewereld. Bureaus die vanuit middelendenken blijven opereren, gaan het niet redden.

Bureaus die nu niet veranderen bungelen binnenkort in de marge

Daarom herijkt david zich en keren wij ons binnenste buiten. Wij hebben bijvoorbeeld nog geen idee of we ons over een jaar ook nog ‘een communicatiebureau’ noemen. Wie weet. Maar wat zijn we dan wel? Dat gaan we onderzoeken. Wat is onze rol in deze veranderingen? Hoe passen wij daarin? Wat moeten wij veranderen?

Dat proces doorlopen we as we speak. Geen tijdelijke verpakking of nieuw kek stijltje meer. Maar een zoektocht hoe wij als bureau oprecht verbonden kunnen zijn met onze opdrachtgevers, de consument, de gebruiker, de deler, de criticaster, de gebruikmaker, de social companies. Dat is een vernieuwing en die doorlopen we omdat we geloofwaardig willen zijn in wie we zijn en wat we kunnen betekenen voor én samen met onze opdrachtgevers.

En natuurlijk werken we door. Nieuwe invloeden en veranderingen zullen worden geïnitieerd. Ze maken ons werk alleen maar beter.

Welke bureaus bungelen binnenkort in de marge?

De Nieuwe Lichting

_MG_7486

Na de zomervakantieperiode worden bij david steevast tafels leeggeruimd. Soms maar een. Soms drie. Zoals nu. De tafels zijn hard nodig. De nieuwe lichting stagiairs heeft zicht namelijk gemeld. Wat een jeugdigheid, wat een enthousiasme en wat een hoop nieuwe ideeën. Wij leren hen de praktijk van het vak en zij herinneren ons aan onze stages. We stellen ze graag aan je voor.
Mariël van den OeverDit is Mariël van den Oever. Mariël loopt stage bij david. Op dit moment zit zij in het laatste jaar van de opleiding Mediavormgeving aan het Sint Lucas in Boxtel. Dat is studeren in de grote stad aangezien Mariël op een boerderij in het dorpje Mariaheide woont. In haar vrije tijd vindt Mariël het leuk om creatief bezig te met fotografie. Kan ze na het fotograferen lekker aan de slag met Photoshop. Koken en nieuwe recepten ontdekken en uitproberen vind ze ook leuk. En ze is 3 keer per week op het voetbalveld van de Vorstenbossche Boys (standaard 5e klasse H).

Grafische vormgeving en fotografie hebben we al genoemd. Webdesign nog niet. Tijdens haar stage hoopt Mariël daar meer over te leren. Over stage gesproken. Ze verwacht bij david een quote – ontzettende leuke tijd te hebben – unquote. Wij doen onze best. Mariël loopt tot januari 2015 stage. Daarna gaat ze terug naar school, om af te studeren.
Sander BroeksteegDit is Sander Broeksteeg. Hij wordt wel eens verward met Kevin Strootman, maar dan zonder ‘de lelijke neus”. Sander stelt met name de gastvrijheid van david erg op prijs en de veronderstelling dat bij david ‘alles mag en alles kan’. Oh? Naar het schijnt heeft ‘een hooggeplaatst’ iemand bij david hem dat op het hart gedrukt. We leggen Sander de nuance van dat motto gaandeweg zijn stage wel uit. Tenslotte is Sander van mening dat david een aantrekkelijke klantenlijst heeft. En dat is ook zo.

Vóór zijn stage bij david heeft Sander stage gelopen bij een klein reclamebureau. Hij is toe aan een ‘grote’ uitdaging. Voor zijn huidige opleiding Crossmedia vormgeving had Sander al een studie afgerond, namelijk Allround Desktop Publishing. Opgeteld blijkt dat zijn stage bij david de vierde stage is die hij gaat lopen. Hij is dus al behoorlijk door de wol geverfd. Onze verwachting ligt hoog. Heel hoog. Daarom draait Sander al flink met opdrachten mee. Sterker nog, onlangs nog hebben we hem gebombardeerd tot campagnefotograaf. Doet ie ook gewoon.

Sander is een fanatiek volleyballer bij Saturnus in Uden. Aan die kwaliteit hebben we bij david niet zo heel veel. Gelukkig is hij wel bereid zich om te scholen tot tafelvoetballer. Dat gaat vooralsnog met horten en stoten. Hij verwacht na de tafelvoetbalopleiding goed genoeg te zijn om zijn maten in de kroeg te verslaan. Hij oefent – as we speak – aan z’n ‘Strootmannetje’, een bliksemsnelle tegendraadse beweging met de rechterpols die leidt naar de rechterbovenhoek.
Stefan van de WeijerDit is Stefan van de Weijer, derdejaars student aan de Avans Hogeschool in Den Bosch. Stefan studeert er Communicatie & Multimedia Design. Hij studeert wat? We doen een poging. Oké, let op. Hij leert nieuwe mediavormen bedenken en ontwerpen voor het inzetten van promotionele doeleinden.

Zozo.

Dat heeft al geleid tot echt de meest vreemde opdrachten die je je maar kunt voorstellen. Bijvoorbeeld acteren in een plantenbak. Het schrijven en zingen van een Romeo en Julia-lied en het uitvinden van een werkende toverstok. Ja beste lezers: Stefan zit op de Hogwarts School of Witchcraft and Wizardry.

Dat verklaart tevens zijn keuze voor david. It’s magic stupid! Stefan is quote – graag betrokken bij het ontwikkelen van ideeën om zo cases op te kunnen lossen – unquote. Daarnaast wil hij zichzelf graag trainen om efficiënter te kunnen werken met de tools van Adobe en de ontwerpprincipes. Wat hij ab-so-luut niet wil is in een strak pak naar zijn stage gaan. Er moet wel gelachen kunnen worden terwijl hij zijn skills verbetert. Nu kun je ook in een strak pak best lachen, maar niet bij david. Wij lachen meestal in jeans. Je skills verbeteren kan bij david wel. De som van al zijn wensen en verwachtingen brachten hem bij david. Hij verwacht hier te kunnen werken aan zijn stagedoelen én aan de tafelvoetbalskills waar hij al jaren van droomt.

Stefan heeft een grote wens die hij graag wil delen. Hij wil graag zoveel mogelijk mensen uitdagen om samen met hem een Romeo en Julia-lied te schrijven, te zingen en van een clip te voorzien zodat jullie samen beroemd kunnen worden. Je kunt Stefan mailen via creatie@david-raakt.nl. Succes!

De Nieuwe Lichting

De blogposttitel is dood, lang leve de 5 beste blogposttitelvarianten ooit

5manieren

Een jaar of twee geleden voorspelde een zekere marketinggoeroe het einde van de blog. Twitter zou het nieuwe bloggen worden. Marketinggoeroes roepen wel vaker gekke dingen, maar deze goeroe ging met de hoofdprijs naar huis.

Inmiddels weten we wel beter: de blog is helemaal niet dood. Sterker nog, de blog is ijzersterk. We (ik generaliseer) lezen zelfs weer teksten van meer dan 1.000 woorden. Dat noemen we dan longreads. En we willen er zelfs voor betalen! Het moet niet gekker worden.

Social media heeft de mens een wereldwijd platform gegeven om op te communiceren en dat gebruiken we massaal. Omdat het kan en voor iedereen bereikbaar is, niet omdat er per se een noodzaak is. Hoe urgent kunnen al die duizenden blogposts per dag zijn?

Maar uiteindelijk is het de giftige, enthousiaste en/of deskundige pen van de blogger die het onderscheid maakt. Voordat je dat onderscheid als lezer kunt ervaren, moet je een blogpost lezen en voordat je die kunt lezen moet de schrijver eerst je aandacht vinden. Een uitdaging, want in de steegjes van social media is het dringen geblazen.

Dan heb je stopkracht nodig. Net als in de reclame. Een hoofdenomdraaier, in blogland ook wel bekend als ‘De Titel’.

Een beetje blogger weet natuurlijk hoe effectief een titel kan zijn. Dat betekent niet dat een beetje blogger weet ook hoe je een titel goed (lees ‘niet te vermijden’) toepast. Dat blijkt al snel na een rondje internetfavorieten. Wat blijkt? A. Vooral op marketingsites is het genieten. B. De titel is een goed gevulde trukendoos. En C. Een generieke titel voorspelt de lezer weinig goeds. Uit de online titelsoep kunnen we enkele terugkerende varianten trekken.

Een top 5 met persoonlijke favorieten.

  1. De Lijstjes.
  2. De Merknamen.
  3. De in 9 stappen tot iets komen.
  4. De Hoe en Waarom.
  5. De Lang leve.

De ‘Lijstjes’-variant staat met stip bovenaan. De mens houdt nu eenmaal van lijstjes. Top vijfjes zijn populair. Vijf is namelijk behapbaar. Tien is eigenlijk al too much (daarom kom je veel top 9-lijstjes tegen) en de top 2000 hoor je alleen op de radio.

Ook immens populair is de ‘Merknamen’-variant. Perfect voor de luie blogger. Je scoort namelijk zonder daar veel moeite voor te hoeven doen. Zet Google Glass in je titel, dan weet je zeker dat we verder lezen.

Dan is er ook nog de ‘In 9 stappen tot iets komen’-variant. Ontzettend populair. In 9 stappen naar het beste blog ooit. Deze variant zit een beetje in het vaarwater van de ‘Hoe en Waarom’-variant. Met één belangrijk verschil: het cijfer. Het is concreet: in 9 stappen beter worden in iets. Wie wil dat nou niet?

Iets minder populair, maar nog steeds succesvol is de net genoemde ‘Hoe en Waarom’-variant. Hoe schrijf je een killer blogpost en waarom? Daarmee speel je direct in op een behoefte.

En nog net in de top 5: de ‘Lang leve’-varianten. Lang leve het beste blog ooit! Dat is nog eens een uitnodiging voor een feestje.

Een eervolle vermelding is er voor de ‘Waarschuwing vooraf’-variant (ook wel de ‘Pas op!’-variant genoemd). Ook deze heeft een indrukwekkende ‘succesrate’. Waarschuwing: lees dit alleen als je nog nooit een rake titel hebt geschreven!

Een eervolle vermelding is er ook voor de ‘Vraagteken’-variant. Recht op je doel af: de lezer alvast een vraag voorschotelen die hij daarvoor nog niet had. Dacht je altijd al dat jouw blogtitels episch waren?

Daarnaast mogen titels gerust lang zijn. We herkennen de ‘2-zinnen’-variant en zelfs de ‘3-zinnen’-variant. Enzovoorts, et cetera.

BAM en welkom duizenden nieuwe lezers.

Al deze varianten zijn effectieve maniertjes om in te spelen op je nieuwsgierigheid. Ze hebben een benefit, er valt iets te halen: kennis, het antwoord op een vraag, een voordeeltje, een lach. Al deze titels hebben overigens nog iets gemeen. Ze doen precies wat elke regel tekst in een blogpost ook zou moeten doen: de lezer overtuigen om verder te lezen.

Daarnaast is een titel – mits goed toegepast – een verhaaltje op zich. Op slate.com bijvoorbeeld weten ze dat als geen ander. Het zijn echte koppensnellers daar. Die schudden de pareltjes zo uit hun mouw, met altijd weer die typische Amerikaanse pakkende speelsheid in de woordkeuze. Dat krijg je als je de blogtitelregels naast je neerlegt. Welke regels? Nou, deze bijvoorbeeld.

Ken jij blogposttitels die uitblinken in creativiteit, knulligheid, onnozelheid, vindingrijkheid? Laat het ons weten, we zijn benieuwd.

De blogposttitel is dood, lang leve de 5 beste blogposttitelvarianten ooit

“Ik zet een deur op ’n kier, je loopt zelf maar naar binnen…”

Inspiratie. Een groot goed als je in een creatieve sector werkt. We geven het niet snel toe, maar iedereen is wel eens bang dat de bron opdroogt. Dat je uit arren moede een herhalingsmachine wordt. Of dat je de baan op moet met ideeën van tweede garnituur.

Gelukkig is creativiteit geen keuze, maar een innerlijke drang. Het moet eruit, hoe dan ook en lukt het niet linksom dan lukt het vast rechtsom. Vraag eenieder die bij david werkt maar: we doen er allemaal ‘dingen naast’. Ook Walter van der Velden, Creatief Directeur. Sinds 3 jaar studeert hij deeltijd aan de richting Monumentaal aan de Gemeentelijke Academie voor Schone Kunsten in Arendonk, België.

Monumentaal? Leg dat eens uit.

De richting Monumentaal ligt tegen conceptuele kunst aan. Denk maar bijvoorbeeld aan het werk van Christo. Vaak zijn het installaties. En vaak is het een directe reactie op de omgeving waar het staat.

 

lichtinval

Duidelijk. Wat is je why? Je bent bij david al fulltime bezig met creativiteit. Is jouw behoefte onblusbaar?

Mijn belangrijkste drijfveer is om mensen anders naar bepaalde zaken te laten kijken. Dingen die normaal lijken juist op een andere manier belichten. Een onderwerp uitkleden en weer opnieuw opbouwen. Dat is een proces en dat proces is voor mij eigenlijk belangrijker dan wat er aan het einde uitkomt. Ik had vooral een behoefte om ook binnen niet-commerciële kaders creatief te zijn. Daar wilde ik meer vorm aan geven. Er meer mee bezig zijn en er beter in worden. Ik wist lang niet hoe. Het moest in elk geval buiten mijn functie als Creatief Directeur om en het moest in de vorm van een opleiding zijn.

 

familieportret

Uiteindelijk ben je in België terechtgekomen.

Ja, omdat ik daar de mogelijkheid krijg om mijn eigen tempo en vorderingen te bepalen. Dat past beter bij mij.

Heeft je werk een signatuur? Stel ik wandel over een paar jaar door het Metropolitan, roep ik dan enthousiast: da’s nou typisch een Van der Velden.

Ik hoop het. Mijn werk herken je aan de gelaagdheid. Dat geldt ook voor mijn werk bij david. Als toeschouwer moet je er iets voor doen, je moet er enige moeite voor doen. Ik wil je als toeschouwer iets laten ervaren en je tot een gedachte dwingen. Ik zet een deur als het ware op een kier, je loopt zelf maar naar binnen. En daarbij put ik niet zozeer uit zware thema’s, maar meer uit persoonlijke ervaringen. Misschien is mijn werk daarom subtiel. Omdat subtiel beter bij mij past dan grote gebaren. De boodschap zit in ‘the eye of the beholder’.

De toeschouwer krijgt een ervaring, maar wat levert het jou op?

Ik krijg er vooral heel veel energie van. En ik groei ervan. Van het anders naar onderwerpen, voorwerpen en omgevingen kijken. Maar ook van de inspiratie van docenten en medecursisten.

 

grensgevallen

Wat zijn je plannen? Je creëert niet om je werk ergens op te slaan neem ik aan.

Ik heb geen plannen om fulltime met mijn kunst bezig te zijn, als je dat bedoelt. Maar ik vind wel dat mijn werk gedeeld mag worden. Ik wil graag dat mensen mijn werk zien en erop reageren, het maakt niet uit hoe. Verder zie ik mezelf wel opdrachten uitwerken vanuit een bepaald thema. Op die manier werk maken in een bepaalde context. Op dit moment is de opleiding nog een stok achter de deur. De tijd om meer verdieping te zoeken, veel meer zelfstandig aan de slag gaan buiten de opleiding om komt eraan. Ik ontwikkel me, wat ook weer goed is voor mijn werk voor david.

Hoe verhoudt zich dat?

Er is zeker een relatie tussen mijn werk voor david en kunst. Ik wil waarde toevoegen aan wat ik maak, of dat nou voor david is of in mijn kunst. Ik wil toeschouwers verleiden tot meer informatie dan wat ze sec zien. Dat is een zoektocht naar een verhaal waarmee je mensen in beweging krijgt, zonder dat ik ze vooruit hoef te schreeuwen.

Meer werk van Walter vind je hier.

“Ik zet een deur op ’n kier, je loopt zelf maar naar binnen…”

Ed Rakhorst: “Ik ga geen Harley kopen maar een fiets.”

 

Een van de drijvende krachten achter david gaat afscheid nemen. Ruim voor zijn pensioenleeftijd en zonder hutje op de hei, kondigde Ed Rakhorst onlangs zijn vertrek aan. Team david was er even stil van. Daarna hebben we een biertje gedronken en gelachen. Blog sprak een week later met Ed.

Ben je opgelucht dat je het hebt verteld?
Dat kun je wel zeggen ja.

Je stond voor de groep en ik zag het nog voordat je het kon uitspreken. Ik dacht, die gaat weg bij david. Je had het er zichtbaar moeilijk mee.
Dat klopt. david – in al zijn hoedanigheden – is 16 jaar een belangrijk onderdeel van mijn leven geweest. Dat achterlaten is een grote stap om te nemen. Ik heb bij david drie belangrijke fases meegemaakt. De eerste 5 jaar na de start toen het nog een studio plus atelier was, de stap naar het bureau die ik samen met Nico heb gezet en de fusie met Helikopter van Walter die leidde tot david. Dat zijn elk fases van 5 jaar geweest.

Ed & Nico gingen samen op avontuur in reclamland, nu kiest Ed zijn eigen route
Ed & Nico gingen samen op avontuur in reclamland, nu kiest Ed zijn eigen route

En nu breekt de volgende fase van david aan.
Die zijn we momenteel – ik zeg nog gewoon we – volop aan het voorbereiden.

Maar zonder jou.
Ja, vanaf nu is het aan Nico, Walter en Remco.

Wanneer kwam het besef? Dat ging vast niet over een nacht ijs.
Om de volgende fase van david concreet te maken zijn we als directie naar onze persoonlijke visies gaan kijken. Dan ga je jezelf natuurlijk vragen stellen. Alles bij elkaar heb ik er zeker een jaar over nagedacht. Zolang speelde het. Waar word ik eigenlijk nog blij van? Ik wil namelijk nog zoveel andere dingen doen. Ik kwam tot het besef dat ik van david minder energie terugkrijg dan ik erin steek. Als je dat allemaal bij elkaar optelt heb je genoeg om te gaan twijfelen. Ik vroeg me af hoe ik bij david kon blijven werken en toch energie kon steken in andere zaken. Dat gaat niet en dus moest ik kiezen. Dat heb ik gedaan.

Dit is dus geen gevalletje ‘Ed zit in een midlife crisis’.
Nee, helemaal niet. Ik ga geen Harley kopen, maar een fiets. Het is eerder een leeftijdsding. Althans, dat is wat leeftijdsgenoten mij vertellen.

Je gaat fietsen?
Volgens mij is dat een mooie manier om na te denken over wat ik wil en waar ik energie van krijg. Ik heb nooit tijd gemaakt om dingen te overwegen. Het was altijd doorgaan, doorgaan en successen beleven zonder ze te vieren. Die vanzelfsprekendheid laat ik varen.

Dus je stopt in september bij david, maar je hebt nog geen concrete toekomstplannen?
Nee. Maar ik steek nu al veel energie in bijvoorbeeld Stichting Bambanani en De Blauwe Kei. Daarnaast adviseer ik leerlingen van ROC de Leijgraaf en ben ik bezig met een project waarmee we jongeren kennis laten maken met andere culturen en ze op die manier ervaringen bieden. Dat brengt geen brood op de plank, dat besef ik maar iets in die richting zie ik wel gebeuren ja. Ik wil meer achterlaten dan alleen maar succes in de bureauwereld.

Je timing is smetteloos, de volgende fase staat voor de deur. Een mooi moment om te gaan of heeft dat geen rol gespeeld?
Er staat een mooi bedrijf. Dat we als david in deze lastige tijd zo goed hebben weten te presteren is bijzonder. Dit team is uniek, het is in balans. Daar worden opdrachtgevers blij van. Dat is een knappe prestatie. Maar niemand is onmisbaar. Het gaat gewoon door maar dan waarschijnlijk een beetje anders. Het DNA van david zit in het team, niet alleen in Ed Rakhorst. Nu stoppen is eerlijk zijn tegen iedereen. Tegen Nico, Walter en Remco, en tegen het team. Wat ik ook fijn vind is dat er geen sluimerende conflicten zijn, geen grote meningsverschillen. Zou ik nu niet stoppen, dan zou dat kunnen leiden tot irritaties, met alle gevolgen van dien. Ik kies nu voor mezelf. Dat is niet dapper – zoals sommigen het noemden – maar gewoon eerlijk zijn tegen mezelf.

Bij een afscheid is het een gebruik om naar hoogtepunten te vragen.
Wie zegt dat?

Ik.
Poeh.

Je mag er even over nadenken.

Elke keer als we een opdrachtgever kunnen overtuigen dat onze oplossing de beste oplossing is en daarin meetbaar succesvol zijn, is een hoogtepunt. En onze personeelsuitjes, vooral die naar België. Meer zeg ik daar niet over.

Dat lijkt me verstandig. Nog famous last words?
Onze opdrachtgevers en leveranciers verdienen een compliment. De relatie die we met elkaar aangaan is in de meeste gevallen hecht. Ik hoop dat opdrachtgevers david blijven opzoeken. david helpt opdrachtgevers oprecht en draagt bij aan hun collectieve succes.

Trouwens, je weet dat we hier altijd groots en verrassend uitpakken bij het afscheid van collega’s. Ik wil je niet zenuwachtig maken, maar toch.
Kom maar op.

Succes.
Dank je.

Ed Rakhorst: “Ik ga geen Harley kopen maar een fiets.”

Alle ballen verzamelen: over de nuances van merkbeleving

Twee balletjes.
Op Dinsdag Gemakdag eten we thuis soep uit een pak. Er staat een blauw vinkje op de verpakking. Dat is om het schuldgevoel over het ontbreken van verse groenten richting de kinderen af te kopen. Dergelijke vinkjes staan voor ‘wij begrijpen jullie situatie beste ouders en bieden jullie een praktische quasi gezonde oplossing tijdens drukke tijden’.

Ik houd van merken die mij begrijpen.

Meestal kiezen we voor de champignonvariant of de tomatensoepcrèmevariant. Smakelijke soepvarianten van een merk dat zo oerdegelijk is dat zelfs een nitriet affaire mij als consument niet zou bekeren tot de concurrent.

Ik heb het natuurlijk over Unox. Die irritatie opwekkende sponsoring van winterfestijnen zoals wereldbekerschaatswedstrijden en Nieuwjaarsduiken vergeet ik voor het gemak maar even. Unox is wat merkuitstraling betreft namelijk net zo oubollig als het oerdegelijk is. En dus betrouwbaar.

De belangrijkste soepconcurrent van Unox heeft bij mij altijd een streepje achter. Mijn persoonlijke ervaringen met Struik stammen namelijk allemaal uit mijn dienstplichttijd. En dan met name de winteroefeningen. Daar kan Struik verder niet veel aan doen, het is een persoonlijk traumaatje.

Merkbeleving dus. Die zit bij Unox wel goed. Een zak openknippen en ‘leegrollen’ is nu eenmaal een leukere handeling dan een blik opentrekken. Deze keer knipte ik een zak groentesoep en een zak tomatensoepcrèmevariant open. Doe ’s gek. In no time klaar en zonder gedoe: dat is het motto van Gemakdag. En met gehaktballetjes, want dat stond op de verpakking.

Op zo’n soepballetje met de voedingswaarde van een teennagel kan ik me ontiegelijk verheugen. Die boodschap alleen al: ‘met gehaktballetjes’. Wat nou voedingswaarde? Ik watertand! Niet veel later kreeg de betrouwbaarheid een deuk.

De realiteit beet mij al snel in de bil. In het 1,5 liter pak groentesoep zaten welgeteld twee soepballetjes. Twee!
Nog een keer, maar nu onderstreept: twee.
Nog een keer, maar nu onderstreept en in kapitalen: TWEE.
Nog een keer, maar nu met alles wat ik heb: TWEE!

Wortel ja, die zat er ruimschoots in. Van die vochtige, nauwelijks nog oranjeachtige wortelringen. Daar stond niks van op de verpakking. Maar gehaktballetjes, ho maar. Hoe zou dat eigenlijk werken, vroeg ik me af. Worden de balletjes handmatig in de zak gestopt? Worden ze dus afgeteld? Gaat het automatisch en ben ik als trouwe consument afhankelijk van het toeval? Kan ik Unox via rechterlijke macht dwingen het totale aantal gehaktballetjes op de verpakking te laten vermelden?

Nu staat er alleen ‘met gehaktballetjes’ en dat klopt. Twee.

Met twee kinderen aan tafel was de verdeling van de twee balletjes makkelijk. Maar zoonlief – alsof hij het aan zijn water voelde – koos onmiddellijk voor de tomatensoepcrèmevariant zonder balletjes. Ik lepelde beide balletjes uit de pan groentesoep en liet ze allebei in het kommetje van dochterlief glijden. Ik had allang geen zin meer in een soepballetje. Eentje at ze op, de ander liet ze koud worden en onaangeroerd en eenzaam sterven op de bodem van een plasje groentesoep. Over tig jaar doet ze zelf boodschappen en zal ze Unox zien als het soepmerk dat haar bedonderde met soepballetjes. Uit de weeromstuit zal ze een tray Struikblikken variant Duitse Curryworst inslaan. Ook omdat er 9,3% bockworst in zit en dat is nog altijd veel meer dan 0,1 % soepballetjes.

Alle ballen verzamelen: over de nuances van merkbeleving